Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/2.2
2.2 De relevantie van kennis
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS598479:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:23BW, 3:24 lid 1BW, 3:86 lid 1BW, 3:88 lid 1BW, 3:94 lid 3 BW, 3:99BW, 3:102 lid 2 BW, 3:105 BW, 3:118 BW, 3:120 BW, 3:121BW, 3:238 lid 1BW, 3:239 lid 4 BW, eventueel art. 7:3 lid 3 sub a en c BW en art. 7:104 lid 1 sub c BW.
Art. 3:52 lid 1 sub a en c BW, 3:309BW, 3:310 leden 1 en 5 BW, 3:310a lid 1BW, 3:311 lid 1BW, 5:141 lid 2BW, 6:191 lid 1BW, 7:185 lid 1BW, 7:709 lid 6BW en 7:942 lid 1 BW; art. 611g lid 3 Rv.
Art. 3:61 leden 2 en 3 BW, art. 3:69 lid 3 BW, art. 3:70 BW, art. 3:71 lid 3 BW en art. 3:76 aanhef en sub a en d BW.
Art. 6:228 BW.
Art. 7:17 lid 2 en 5 BW, art. 7:18 lid 1 BW.
Art. 7:928 BW, art. 7:929 lid 1 BW, art. 7:930 lid 5 BW, art. 7:938 lid 1 BW, art. 7:939 BW, art. 7:940 lid 3 BW, art. 7:941 lid 1 en 5 BW, art. 7:942 lid 1 BW.
HR 20 februari 1976, NJ 1976/486 (Pseudovogelpest).
HR 17 februari 2006, NJ 2006/158 (Spector/Fotoshop), r.o. 3.13; herhaald in HR 17 september 2010, NJ 2012/43 (Van Mierlo/Onder de groene pannen), r.o. 3.3.3.
HR 23 juni 1989, VR 1991/154, r.o. 3.3. Zie voor een analyse van het kennisvereiste in het aansprakelijkheidsrecht en voor meer voorbeelden Jansen 2012a, par. 4.2.11.
Benadrukt in HR 1 november 1991, NJ 1992/423 (Cacharel), r.o. 3.2.
HR 13 maart 1981, NJ 1981/635.
HR 11 maart 1977, NJ 1977/521.
PG Boek 6, p. 264.
29. Om duidelijk te maken in welke situaties partijen zoal te maken kunnen krijgen met de problematiek van onderhavig onderzoek, geef ik hierna een aantal voorbeelden van wettelijke bepalingen en normen uit de jurisprudentie die kennis als vereiste stellen. Meer voorbeelden worden genoemd bij de behandeling van de diverse typen kennis in par. 2.5.
Enkele van de meest sprekende voorbeelden van rechtsfiguren die kennis als vereiste stellen, zijn:
verkrijging van goederen te goeder trouw;1
bevrijdende verjaring;2
onbevoegde vertegenwoordiging;3
actio pauliana;4
klachtplicht;5
betaling aan een onbevoegde;6
dwaling;7
non-conformiteit bij koop;8
informatieplichten in het verzekeringsrecht.9
Ook in de jurisprudentie zijn volop normen ontwikkeld waarin kennis een vereiste is voor het intreden van het rechtsgevolg. De verkoper die goederen levert waarvan hij bij de levering weet dat die gebreken hebben die de koper niet hoeft te verwachten, komt geen beroep toe op een exoneratiebeding.10 Of een schuldenaar pas van een opschortingsrecht gebruik mag maken na de schuldeiser te hebben meegedeeld dat en op welke grond de opschorting plaatsvindt, hangt af van hetgeen de schuldeiser ten tijde van de opschorting wist of uit de toen bestaande omstandigheden had behoren te begrijpen, en wat degene die opschort, toen met betrekking die wetenschap of dit begrijpen mocht aannemen.11 De in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid in situaties van gevaarzetting gaat niet zo ver dat iemand voorzorgsmaatregelen moet nemen indien hij niet weet en ook geen redenen heeft om aan te nemen dat er enig gevaar dreigt.12 En het profiteren van wanprestatie is niet onrechtmatig indien de persoon die daarvan beschuldigd wordt, niet wist of behoorde te weten dat zijn wederpartij tekortschoot in zijn contractuele plichten jegens een derde.13
30. De kennis van een partij is daarnaast vaak relevant voor de toepasselijkheid van leerstukken die niet uitdrukkelijk refereren aan de aanwezigheid van kennis, maar die wel een zekere kennis veronderstellen. Een voorbeeld is het criterium voor de totstandkoming van overeenkomsten in art. 3:35 BW: “de zin die hij [aan de verklaring] mocht toekennen”. Ook in de jurisprudentie vindt men dit type formuleringen. Welke zin partijen “in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs mogen toekennen” aan de bepalingen van een overeenkomst en wat zij “te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mogen verwachten” (Haviltex14) is uiteraard mede afhankelijk van hetgeen die partijen wisten of behoorden te weten van de omstandigheden. Datzelfde geldt voor het antwoord op de vraag of iemand jegens een ander bij het sluiten van een overeenkomst in eigen naam is opgetreden. Dit hangt volgens Kribbebijter15 af van “hetgeen hij en die ander daaromtrent jegens elkander hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden”. Tot slot kan kennis van een partij invloed hebben op de toepassing van een norm in wet of jurisprudentie, ook al is kennis geen vereiste voor toepassing van die norm. In de Toelichting-Meijers bij de voorloper van art. 6:75 BW wordt bijvoorbeeld opgemerkt dat aan de schuldenaar die een bepaalde verbintenis niet kende, een tekortkoming soms niet zal kunnen worden toegerekend.16