De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.4.2.2:3.4.2.2 Aansprakelijkheid bij de maatschap: algemeen
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.4.2.2
3.4.2.2 Aansprakelijkheid bij de maatschap: algemeen
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS387994:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Overigens ontstaat deze gebondenheid voor alle vennoten natuurlijk logischerwijs ook indien zij gezamenlijk hebben gehandeld, zie Mohr & Meijers 2013, p. 195.
HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY7840, NJ 2013/290 (Biek Holding).
Overigens stond in dit arrest een openbare maatschap centraal.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer een vennoot de maatschap bindt ofwel omdat hij de vennootschap bevoegd (met een geldige volmacht) heeft vertegenwoordigd ofwel omdat er op basis van de algemene vertegenwoordigingsleer, ondanks de onbevoegdheid van de vennoot, toch gebondenheid ontstaat (bijvoorbeeld omdat de derde een geldig beroep op schijn van volmacht kan doen (artikel 3:61 lid 2 BW) of omdat de maatschap achteraf bekrachtigt (artikel 3:69 BW)),1 ontstaat er aansprakelijkheid voor de maatschap c.q. de vennoten.
In zijn arrest van 15 maart 20132 heeft de Hoge Raad een overzicht gegeven van de precieze gronden voor deze aansprakelijkheid en hoe deze aansprakelijkheid er uitziet. Ook beschrijft de Hoge Raad helder op welk vermogen er verhaald kan worden en legt hij uit hoe lang en voor welke vennoten de aansprakelijkheid bestaat. Gezien het feit dat dit arrest naadloos aansluit bij de in paragraaf 3.2.1 genoemde grond van aansprakelijkheid (aansprakelijkheid op grond van wanprestatie) zal in deze paragraaf (allereerst) de aansprakelijkheid van beroepsbeoefenaren bij gebruik van de maatschap3 worden beschreven aan de hand van de overwegingen van de Hoge Raad in dit arrest. Daarna zal worden ingegaan op de aansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad bij de maatschap, nu ook dit (zoals besproken in paragraaf 3.2.2) een grond voor (beroeps)aansprakelijkheid kan zijn.