Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.8.5:7.8.5 Perspectief van de wederpartij
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.8.5
7.8.5 Perspectief van de wederpartij
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS596144:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
219. Bij de beantwoording van de vraag of het tot de taak van de betrokken functionaris behoorde om maatregelen te nemen naar aanleiding van de verkregen informatie, zal soms een rol mogen spelen welke indruk bij de wederpartij over die taak is gewekt. Dat speelt in het bijzonder wanneer de vraag moet worden beantwoord of de wederpartij erop mocht vertrouwen dat de functionaris de informatie die de wederpartij aan hem had verschaft, zou doorgeleiden naar de personen die het aanging binnen de organisatie. Met andere woorden: het perspectief van de wederpartij is van belang in vertrouwensgevallen. Doet een functionaris het ten onrechte voorkomen alsof hij een zekere verantwoordelijkheid heeft, dan moet zijn ‘taak’ (in de zin van de hoofdregel) moet worden gezien als: de taak zoals de wederpartij die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht opvatten. Ook hier zie ik een analogie met art. 3:66 lid 2 BW. Het aandeel van de gevolmachtigde moet in vertrouwensgevallen worden opgevat als het aandeel dat de gevolmachtigde kenbaar voor de wederpartij had bij de totstandkoming van de overeenkomst en de bepaling van de inhoud daarvan; zie par. 6.3.3.