Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.17.4.3
IV.17.4.3 Intrekking en belangenafweging
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS381346:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 127a.
Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 127a.
Dat wil zeggen: de intrekking werkt terug tot het moment waarop de beschikking werd verleend, of tot een later gelegen moment. Vgl. Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 128.
Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG, Rn. 127b.
Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 127c.
Erichsen/Brügge 1999 (1), p. 162, Kopp/Ramsauer 2014,§ 48 VwVfG Rn. 127d, Erichsen/Ehlers 2010, p. 730.
Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 128.
Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 129 met een verwijzing naar BVerwGE 17 april 1990, NVwZ 1990/858.
Erichsen/Ehlers 2010, p. 730, Erichsen/Brügge 1999 (1), p. 162.
BT-Dr. 7/910, p. 70. Dat is anders indien zich een van de situaties genoemd in § 48 lid 2 derde volzin VwVfG voordoet. Zie § 48 lid 2 vierde volzin VwVfG.
Erichsen/Brügge 1999 (1), p. 162 en Ehlers/Kallerhoff 2009, p. 830.
De beleidsvrijheid die het bestuursorgaan op grond van het eerste lid van § 48 VwVfG heeft, wordt in het tweede lid van deze bepaling in vergaande mate beperkt. In de eerste plaats geldt dat wanneer sprake is van beschermenswaardig vertrouwen aan de zijde van de begunstigde, de beschikking niet mag worden ingetrokken.1 Óf sprake is van beschermenswaardig vertrouwen wordt, zoals gezegd, beoordeeld aan de hand van een afweging die wordt gemaakt tussen het vertrouwen van de begunstigde en het algemeen belang dat is gediend met de intrekking. Het betreft een afweging die vol door de rechter kan worden getoetst.2
De beleidsvrijheid van het eerste lid van § 48 VwVfG wordt nog verder beperkt in de vierde volzin van § 48 lid 2 VwVfG. Bepaald is dat, ingeval sprake is van een van de situaties genoemd in de derde volzin van § 48 lid 2 VwVfG (o.a. verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie door de begunstigde), de beschikking in de regel ex tunc wordt ingetrokken. Dat betekent dat een intrekkingsverplichting bestaat en dat de intrekking geschiedt met terugwerkende kracht.3 De zinsnede ‘in de regel’ duidt er echter op, dat ook uitzonderingen mogelijk zijn.4 Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan de situatie waarin de begunstigde op enigerlei wijze is gedwongen om onjuiste informatie te verstrekken. Of een dergelijke uitzonderingssituatie zich voordoet, kan door de rechter vol worden getoetst.5
Indien geen sprake is van beschermenswaardig vertrouwen, dan beschikt het bestuursorgaan bij de uitoefening van de intrekkingsbevoegdheid over beleidsvrijheid.6 Het betreft dan niet alleen de vraag of de beschikking wordt ingetrokken, maar ook of de intrekking ex nunc of ex tunc geschiedt, dan wel de beschikking geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken.7 Elementen die hierbij van belang zijn, zijn onder meer de wetmatigheid van bestuur, het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Ook de belangen van eventuele derden spelen een rol. Het belang van de begunstigde gaat niet per definitie voor de belangen van deze derden.8 Indien slechts ten dele sprake is van beschermenswaardig vertrouwen, dan geldt dat enkel ten aanzien van het deel van de beschikking ten aanzien waarvan dit vertrouwen bestaat, het intrekkingsverbod geldt. Op grond van § 48 lid 2 eerste volzin VwVfG mag immers de Leistungs-beschikking niet worden ingetrokken voor zover sprake is van vertrouwen dat bescherming verdient.9 Naargelang sprake is van beschermenswaardig vertrouwen kan dus worden gedifferentieerd wat betreft de omvang van de intrekking en de werking in tijd van de intrekking, waarbij als uitgangspunt geldt dat intrekking ex nunc geschiedt.10
In de literatuur wordt het voorbeeld gegeven van een duurbeschikking. Het kan voorkomen dat de geadresseerde op het moment van verlening van de beschikking beschermenswaardig vertrouwde op het in stand blijven van de beschikking, maar later niet meer. De beschikking mag dan pas worden ingetrokken vanaf het moment dat de geadresseerde niet meer te goeder trouw was.11