Uitbesteding in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/8.1.4:8.1.4 Vierde onderzoeksvraag: de positie van de toezichthouder
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/8.1.4
8.1.4 Vierde onderzoeksvraag: de positie van de toezichthouder
Documentgegevens:
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015,
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS598777:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zowel het toezicht als de handhaving door de toezichthouder richten zich primair op de uitbestedende onderneming. De toezichthouder kan echter “doorgrijpen” naar de dienstverlener. Dit is met name van belang wanneer de uitbesteder of de dienstverlener de uitoefening van de toezichtsbevoegdheden frustreert.
In beginsel is de uitbestedende onderneming de partij die haar toezichthouder alle benodigde toezichtsinformatie verstrekt. Zij moet van haar dienstverlener evenwel bedingen dat de toezichthouder ook rechtstreeks bij de dienstverlener informatie op kan vragen of bij hem een onderzoek ter plaatse (doen) houden. Dit stelt de toezichthouder in staat om sneller toezichtsinformatie te verkrijgen en om met eigen ogen vast te stellen dat de uitbestede werkzaamheden correct worden uitgevoerd. Toch zal de belasting voor de dienstverlener beperkt blijven. Het subsidiariteitsbeginsel verlangt dat de toezichthouder zijn bevoegdheden op de minst belastende wijze uitoefent. Dat betekent dat hij zich in beginsel tot de uitbesteder moet richten. Voorts volgt uit het evenredigheidsbeginsel dat de toezichthouder die zich tot de dienstverlener wendt, niet meer informatie mag opvragen dan hij redelijkerwijs voor de uitoefening van zijn wettelijke taak nodig heeft. Bovendien kan hij jegens de dienstverlener geen bevoegdheden uitoefenen die hij ook niet jegens de uitbesteder had kunnen uitoefenen. Dit is zelfs zo als de dienstverlener contractueel heeft ingestemd met verdergaande onderzoeksbevoegdheden voor de toezichthouder.
Ook een eventueel handhavend optreden richt zich in beginsel op de uitbesteder. De toezichthouder beschikt over tal van effectieve handhavingsbevoegdheden om een onderneming die de uitbestedingsregels overtreedt tot normconform gedrag te bewegen. In de praktijk bedient hij zich meestal van het normoverdragende gesprek, de aanwijzing, de last onder dwangsom en de bestuurlijke boete. In een aanwijzing of een last onder dwangsom kan de toezichthouder een uitbestedende onderneming bovendien verplichten om op een door hem voorgeschreven wijze in te grijpen in de uitbestedingsrelatie. Dit kan zelfs een opzegging van de relatie inhouden. De inhoud van de aanwijzing of last moet wel in redelijke verhouding staan tot de overtreding.