Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht
Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/2.1:2.1 Inleiding
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS452044:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van der Steur 2003; De Jong 2006; Mollema 2013.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
12. Het uniciteitsbeginsel houdt in dat goederenrechtelijke rechten niet op meerdere rechtsobjecten tegelijk kunnen rusten. Wat houdt dit ‘rusten op’ in, wat versta ik onder rechtsobjecten en wat zijn goederenrechtelijkerechten? Dit is van belang om te weten, omdat dit het onderzoek van het uniciteitsbeginsel nader afbakent. Een antwoord geven op de vraag wat goederenrechtelijke rechten en de objecten daarvan zijn, is nog niet zo eenvoudig, zo blijkt onder meer uit het recente verschijnen van drie proefschriften hierover.1 Daarom sta ik bij de genoemde vragen vrij uitgebreid stil in paragraaf 2.2.
Vervolgens zal in ik paragraaf 2.3 nader ingaan op het Nederlandse, Duitse en Franse recht. Ik stel aan de orde of de algemeenheid van goederen een object van goederenrechtelijke rechten is in de verschillende stelsels en of het uniciteitsbeginsel al dan niet wordt gehanteerd. Daarbij zal ik nog niet al te zeer ingaan op specifieke casus (dat zal gebeuren in hoofdstuk 3 tot en met 8), maar afgaan op het algemene beeld dat ontstaat over het uniciteitsbeginsel uit de wet en rechtsliteratuur van het betreffende rechtsstelsel.