Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/2.4
2.4 Kennis versus gedragingen
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS596131:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 1.5 en 5.6.
Wel kan men bewust de mogelijkheid tot kennisneming blokkeren, bijvoorbeeld door gegevens te vernietigen.
Maar uiteraard niet altijd; zie HR 25 juni 1999, NJ 2000/33 (Verhuurster in de kou), HR 23 november 2012, NJ 2013/302 (Spaanse villa) en HR 18 september 2015, NJ 2016/66 (Breeweg/Wijnkamp en Van Peer).
Zie daarover hoofdstuk 9.
Hoekzema (2000, p. 177-182) acht “cumulatie van bestanddelen van een fout” mogelijk – en daarmee dus ook versplintering van die bestanddelen – maar hij geeft zelf al aan dat dit vaak gevallen zijn waarin wetenschap en feitelijk handelen over verschillende personen verspreid is. Alle door hem genoemde voorbeelden zien daarop.
Evenzo: Tjong Tjin Tai 2005, p. 268: “Het opvatten van een daad van een ander als een eigen daad is iets anders dan het toerekenen van de kennis van een ander voor de beoordeling van het eigen handelen.” Anders: Tjittes 2001a, p. 12: “Gedrag of wetenschap, het is om het even.”
HR 25 juni 2010, NJ 2010/371 (Provincie Gelderland/Vitesse), r.o. 4.6.2 en 4.10.
Zie par. 9.12.2.
33. Hoewel kennis aan de rechtspersoon wordt toegerekend volgens het criterium dat ook geldt voor de toerekening van feitelijke handelingen, namelijk het Babbel-criterium,1 is het hebben van kennis wezenlijk anders dan het verrichten van een handeling. Kennis kan worden verkregen tegen wil en dank en kan niet bewust worden afgeschud.2
34. Daarom kan zich bij kennis eerder een hoedanigheidsprobleem voordoen. Voor handelingen is in de regel gemakkelijk vast te stellen dat die namens de rechtspersoon zijn verricht of aan de rechtspersoon kunnen worden toegerekend.3 Een handeling van een bestuurder in een vorige functie bij een andere rechtspersoon zal niet worden toegerekend aan de rechtspersoon bij wie hij daarna is benoemd. Kennis die een bestuurder heeft opgedaan in een vorige functie bij een andere rechtspersoon kan echter niet worden uitgewist. Een contract dat een bestuurder sluit namens concernvennootschap A, bindt concernvennootschap B niet, ook al is hetzelfde individu ook bestuurder van concernvennootschap B. Kennis die de bestuurder opdoet als bestuurder van de ene rechtspersoon, kan hij echter niet afschudden als bestuurder van de andere rechtspersoon.
35. Typisch voor kennis is daarnaast het verschijnsel van versplintering: kennis kan binnen de organisatie aanwezig zijn bij een ander dan het individu voor wiens handelen die kennis relevant is. Of de rechtspersoon een beroep toekomt op de onwetendheid van de persoon die voor hem handelde, kan afhangen van de wijze waarop de rechtspersoon de interne informatiestromen heeft georganiseerd.4 Dergelijke overwegingen spelen bij de toerekening van gedragingen doorgaans geen rol.5
36. Dit betekent dat overwegingen en regels over toerekening van gedragingen niet één-op-één kunnen worden toegepast op kennis. Bij toerekening van kennis kunnen andere factoren van belang zijn.6 Zo kan bij de toerekening van gedragingen een rol spelen of de rechtspersoon zelf financieel belang heeft bij het gevolg van de gedraging;7 bij kennis is dat moeilijk voorstelbaar. Bij toerekening van kennis speelt de voorzienbare relevantie van informatie een belangrijke rol;8 dat is bij gedragingen niet goed te plaatsen.