De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.12.3.4.1:III.12.3.4.1 Temporele werking van de intrekking
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.12.3.4.1
III.12.3.4.1 Temporele werking van de intrekking
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS382556:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het theoretisch kader is onderscheid gemaakt tussen de intrekking met en de intrekking zonder terugwerkende kracht (ex tunc/ex nunc). In de in dit hoofdstuk geanalyseerde bijzondere wetten komt dit onderscheid niet duidelijk terug. Geen van deze wetten bepaalt expliciet iets over de temporele wijze waarop de beschikking kan worden ingetrokken. Ook de parlementaire geschiedenis biedt op dit punt geen uitkomst. Zoals in het theoretisch kader is gesteld, is bij het onderscheid tussen de intrekking ex tunc en ex nunc het materiële rechtszekerheidsbeginsel van belang. Bij het ontbreken van aanknopingspunten in de wettelijke regeling, gaat van dit beginsel een normerende werking uit. In dat kader is onder meer van belang op welke grond deze intrekking plaatsvindt. Zo kan intrekking wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens dan wel overtreding van voor de beschikkinghouder geldende voorschriften met terugwerkende kracht plaatsvinden. Wanneer het daarentegen gaat om de situatie waarin de houder van de beschikking niet langer voldoet aan voor hem geldende eisen, lijkt intrekking slechts ex nunc plaats te kunnen vinden. Immers, pas vanaf het moment dat niet meer aan deze eisen wordt voldaan, kan worden gezegd dat, in het licht van de bepalingen omtrent de verlening van de vergunning, geen recht meer bestaat op het behouden van de beschikking.