Einde inhoudsopgave
Besluit activiteiten leefomgeving - Nota van toelichting
3.4.2 Inzet van maatwerk in dit besluit
Geldend
Geldend vanaf 31-08-2018
- Bronpublicatie:
03-07-2018, Stb. 2018, 293 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
31-08-2018
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-07-2018, Stb. 2018, 293 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
Maatwerkvoorschriften mogelijk voor alle activiteiten
In dit besluit is per categorie van activiteiten waarvoor algemene rijksregels zijn opgesteld beschouwd of bieden van maatwerk wenselijk is. Besloten is om de mogelijkheid voor het stellen van maatwerkvoorschriften ruim te bieden, zodat — met enkele uitzonderingen — over alle bepalingen maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld.
Deze systematiek wijkt af van de regeling die bijvoorbeeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer was opgenomen. In dat besluit (en de daarop berustende regeling) werd per voorschrift aangegeven of de bevoegdheid voor maatwerk werd geboden en zo ja, in welke vorm (versoepelen en/of aanscherpen) en in een aantal gevallen tot hoever (een inhoudelijke begrenzing). Daarnaast konden volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer maatwerkvoorschriften worden gesteld ter invulling van de daarin opgenomen specifieke zorgplicht. Waar uitputtende voorschriften golden, konden geen maatwerkvoorschriften worden gesteld op grond van die specifieke zorgplicht, maar kon wel op die zorgplicht worden gehandhaafd. In het kader van de handhaving kon dan weer wel concretisering van de verplichtingen van degene die de activiteit uitvoert plaatsvinden. Dit ingewikkelde systeem leidde tot discussie tussen bevoegd gezag en degene die de activiteit verricht (of andere belanghebbenden) over de vraag wanneer een voorschrift uitputtend is.
Voorbeeld: In het Activiteitenbesluit milieubeheer waren bij veel activiteiten aan de emissie naar de lucht en het water emissiegrenswaarden gesteld. Deze waren beperkt tot de meest relevante stoffen. Was daarmee de emissie naar de lucht en water uitputtend geregeld? De nota van toelichting bij dat besluit gaf al aan, dat daarvan geen sprake is. Immers, vanuit de activiteit konden ook vele andere stoffen worden geëmitteerd, en daarvoor waren geen grenswaarden opgenomen. Die konden dus wel bij maatwerkvoorschrift worden gesteld. |
In de praktijk bleek daarnaast soms behoefte te bestaan aan maatwerkmogelijkheden die niet geregeld waren en dus niet mogelijk waren. Dit leidde ertoe dat in die situaties soms het afwijken van algemene regels werd gedoogd.
De voornaamste reden voor dit ingewikkelde systeem van begrenzing van maatwerkmogelijkheden was de vrees dat maatwerkvoorschriften veelvuldig door bevoegde gezagsinstanties zouden worden ingezet, waardoor de voordelen van algemene rijksregels teniet zouden worden gedaan. Daarbij vreesden ondernemers voor onnodig aanscherpen van regels, terwijl bijvoorbeeld de milieubeweging vreesde voor onnodige versoepeling en daarmee daling van het beschermingsniveau. De evaluatie van het Activiteitenbesluit milieubeheer in 2013 liet zien dat er terughoudend gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften en dat de gevreesde effecten van maatwerk niet optreden.1. Maatwerkvoorschriften werden gebruikt voor het aanscherpen van eisen vanwege effecten op de omgeving (bijvoorbeeld het aanscherpen van geluidsvoorschriften) als het versoepelen van eisen (bijvoorbeeld het achterwege laten van een vetafscheider bij kleine horecabedrijven).
In dit besluit wordt in beginsel de mogelijkheid geboden voor het invullen2. en afwijken van de algemene rijksregels ongeacht de inhoud van die regels. Het gebruiksgemak van de algemene regels wordt hiermee aanzienlijk verbeterd, omdat niet langer voor de verschillende onderwerpen verschillende regelingen over maatwerkvoorschriften gelden. Belemmeringen voor maatwerkvoorschriften in de voorheen geldende algemene regels zijn weggenomen. De in dit besluit gemaakte keuze betekent niet dat het de bedoeling is om maatwerkvoorschriften op grotere schaal dan voorheen in te zetten. Net als onder het voorgaande recht is het uitgangspunt dat maatwerkvoorschriften terughoudend worden toegepast. Maar als het stellen van maatwerkvoorschriften nodig is om de doelen van de wet te bereiken, voorziet dit besluit in de mogelijkheid om die in te zetten.
De verwachting is dat het aantal maatwerkvoorschriften eerder zal verminderen, met name bij milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam. Maatwerk had daar onder de voorheen geldende regelgeving vaak betrekking op regels over de omvang van de effecten op de specifieke leefomgeving (immissieregels), en dergelijke regels worden voortaan meer via het omgevingsplan en de waterschapsverordening gesteld, zoals beschreven is in de paragrafen 4.2.1, 4.2.2 en 4.8.1.
Voor een deel van de activiteiten die onder dit besluit vallen geldt zowel de vergunningplicht als algemene regels. Dit speelt met name bij milieubelastende activiteiten. Omwille van het zo veel mogelijk samenbrengen van voorschriften in één document is in dit besluit bij categorieën van activiteiten waar dit aan de orde kan zijn bepaald, dat eventueel individueel maatwerk daarbij niet de vorm heeft van een afzonderlijk maatwerkvoorschrift, maar als vergunningvoorschrift in de vergunning wordt opgenomen. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.4 over de verhouding tussen maatwerkvoorschriften en de omgevingsvergunning bij milieubelastende activiteiten.
Maatwerkregels mogelijk voor een deel van de activiteiten
Bij milieubelastende activiteiten, lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk en bij activiteiten die cultureel erfgoed en werelderfgoed betreffen wordt ook de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkregels ruim geboden. Bij de overige categorieën van activiteiten worden gelet op het uitgangspunt ‘decentraal, tenzij’ algemene rijksregels alleen gesteld vanwege de aan het Rijk toebedeelde taken, waarbij de minister van Infrastructuur en Waterstaat bevoegd gezag is. Het stellen van maatwerkregels ligt dan niet voor de hand, de mogelijkheid daartoe wordt dus ook niet geboden.
Het stellen van maatwerkregels was in het voorafgaand aan dit besluit geldende recht nog niet vaak mogelijk gemaakt. In het nieuwe stelsel zullen maatwerkregels daarom meer worden ingezet dan voorheen, ook omdat instructieregels die het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt voor een aantal onderwerpen tot het stellen van maatwerkregels noodzaken. Het kabinet heeft er namelijk bij activiteiten met nadelige gevolgen voor het milieu expliciet voor gekozen om in dit besluit voornamelijk regels over emissies op te nemen en de regels over immissies door de gemeenten en waterschappen te laten stellen in de vorm van maatwerkregels in het omgevingsplan en de waterschapsverordening. Op deze keuze wordt nader ingegaan in de paragrafen 4.2.1, 4.2.2 en 4.8.1.
Inhoudelijke waarborgen
Een belangrijke reden voor de hiervoor beschreven keuze om maatwerkmogelijkheden ruim te bieden is gelegen in het besef, dat met name de gemeente en het waterschap de mogelijkheid hebben om waar dat wenselijk is regels op de specifieke situatie toe te spitsen. Die regel kan dan in de vorm van een maatwerkvoorschrift of maatwerkregel veelal duidelijker zijn dan een landelijk geldende algemene regel. Vooral in situaties waarin de regels mede afhankelijk zijn van de gebruiksruimte kan maatwerk regels opleveren die daadwerkelijk eenvoudig en beter zijn, en die de afweging die een bedrijf maakt over locatiekeuze of uitvoering van zijn activiteit vergemakkelijken. In paragraaf 4.8.1 van deze toelichting wordt hierop nader ingegaan voor het omgaan met milieugebruiksruimte binnen rijksregels voor milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam. Daarbij wordt met voorbeelden geïllustreerd hoe de maatwerkvoorschriften of maatwerkregels kunnen bijdragen aan het bieden van meer houvast voor alle hoofdrolspelers.
Aan maatwerkmogelijkheden zijn grenzen. De eerste inhoudelijke begrenzing vloeit voort uit het oogmerk van de algemene rijksregels, zoals beschreven in paragraaf 4.3.2 van de wet. De artikelen 4.5 (maatwerkvoorschriften) en 4.6 (maatwerkregels) van de wet bepalen dat die paragraaf van overeenkomstige toepassing is op het stellen van maatwerkvoorschriften en maatwerkregels. Maatwerk kan dus niet gesteld worden met een ander oogmerk dan in de wet is voorgeschreven. Hiermee is geborgd dat het bevoegd gezag niet willekeurig mag omspringen met de mogelijkheid van maatwerk.
Zo bepaalt artikel 4.25 van de wet bijvoorbeeld dat de regels over beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg worden gesteld met het oog op het behoeden van de staat en werking van die weg voor nadelige gevolgen van de activiteit, waartoe ook het belang van uitbreiding of wijziging van die weg kan behoren. De algemene regels voor beperkingengebiedactiviteiten rond rijkswegen in dit besluit, hebben onder andere betrekking op het aanleggen van kabels en leidingen onder rijkswegen. Wanneer het bevoegd gezag op grond van dit besluit maatwerkvoorschriften stelt over het aanleggen van zo'n leiding, moet daarbij het oogmerk van artikel 4.25 van de wet worden gerespecteerd. Dat betekent dat een maatwerkvoorschrift wel gesteld kan worden over bijvoorbeeld de gronddekking van de leiding, als dat nodig is om de kans op schade aan de weg door het lek raken van de leiding te beperken. Dat past binnen het oogmerk om de staat en werking van de weg te behoeden voor nadelige gevolgen van de activiteit. Een maatwerkvoorschrift kan niet worden gesteld uitsluitend om de kwaliteit van het grondwater te beschermen tegen de gevolgen van lekkage van de leiding. Dat is een ander oogmerk dan het behoeden van de staat en werking van de weg. Een maatwerkvoorschrift met dat oogmerk gaat de reikwijdte van de algemene rijksregels over dit onderwerp te buiten en is daarom — mocht het gesteld worden — vernietigbaar. Overigens kunnen er natuurlijk wel andere regels gelden waarmee de kwaliteit van het grondwater wordt beschermd tegen lekkage uit leidingen. Zo kan de provincie bijvoorbeeld regels stellen in de omgevingsverordening over activiteiten (waaronder het aanleggen en houden van leidingen) in grondwaterbeschermingsgebieden, en geldt uiteindelijk de zorgplicht van de wet, mochten geen andere regels gelden. |
Ook de strekking van de algemene rijksregels moet bij het stellen van maatwerkvoorschriften en maatwerkregels in acht worden genomen. Een onderdeel van de strekking voor milieubelastende activiteiten is bijvoorbeeld dat de beste beschikbare technieken worden toegepast. Een maatwerkvoorschrift of maatwerkregel kan er daarom nooit toe leiden dat in een specifiek geval toepassing van beste beschikbare technieken niet nodig is. Wel kan het zo zijn dat de algemene regels over een milieubelastende activiteit in een concreet geval te streng uitpakken of ondoelmatig zijn, waardoor de regel in dat specifieke geval feitelijk verder gaat dan vanuit het vereiste van toepassing van beste beschikbare technieken volgt. In dat geval is het stellen van een andere regel — waarbij wel sprake moet zijn van beste beschikbare technieken — mogelijk.
De strekking van de algemene rijksregels, genoemd in paragraaf 4.3.2 van de wet, vormt ook het kader voor het vaststellen van beoordelingsregels voor omgevingsvergunningplichtige activiteiten in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Die beoordelingsregels bevatten vaak een nadere invulling van de strekking, die ook nuttig is voor het stellen van maatwerkvoorschriften. Zo bepaalt artikel 8.10 van dat besluit bijvoorbeeld op welke wijze het bevoegd gezag de beste beschikbare technieken moet vaststellen. Die beoordelingsregels zijn daarom van overeenkomstige toepassing verklaard op het stellen van maatwerkvoorschriften. Dit waarborgt ook dat er geen verschillen ontstaan in de toepassing van maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften waarmee de algemene rijksregels worden ingevuld of waarmee van de algemene rijksregels wordt afgeweken. Op de verhouding tussen maatwerkvoorschriften en de omgevingsvergunning wordt nader ingegaan in paragraaf 4.4.
De inhoudelijke begrenzing van maatwerkvoorschriften en maatwerkregels via het oogmerk en de strekking van de algemene rijksregels en het van overeenkomstige toepassing verklaren van de beoordelingsregels bij het stellen van maatwerkvoorschriften is tezamen met de in paragraaf 3.4.1 beschreven procedurele waarborgen van belang in verband met het beginsel dat de overheid de rechtszekerheid voor en gelijkheid van burgers en bedrijven dient te waarborgen en te bevorderen. Concreet volgt hieruit dat de regels in dit besluit ondubbelzinnig moeten zijn en bij voorbaat duidelijk moeten maken wat de rechtspositie van de initiatiefnemer en andere belanghebbenden is. Daarmee is het speelveld voor iedereen gelijk. Tegelijkertijd moet worden erkend dat de regels van dit besluit in zeer uiteenlopende omstandigheden van toepassing zijn. Daarom is in sommige situaties een aanpassing of aanvulling van de algemene regels nodig, om tot de beste regel voor die context te komen. Dit betekent dat de beginselen van rechtszekerheid en gelijkheid niet alleen een beschermende functie hebben (ondubbelzinnige regels) maar ook een activerende functie. Van het bevoegd gezag wordt een actieve houding verwacht bij het realiseren van het doel en de strekking van de regels in dit besluit. Waar nodig leidt dat tot het toepassen van maatwerk, om de regels goed te laten aansluiten op de omstandigheden van het geval. Doordat dit niet willekeurig mag gebeuren, maar op basis van transparante besluitvorming en met de mogelijkheid van bezwaar en beroep, is ook bij maatwerk sprake van waarborgen voor de rechtszekerheid van de betrokken belanghebbenden.
Naast inhoudelijke grenzen is er met name bij maatwerkregels die in het omgevingsplan of de waterschapsverordening worden gesteld met het oog op het reguleren van gebruiksruimte ook sprake van een inhoudelijke sturing. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat voor verschillende onderwerpen instructieregels over het opstellen van omgevingsplannen en waterschapsverordeningen, en deze instructieregels hebben mede betrekking op het opstellen van maatwerkregels. Het gaat zowel om instructieregels met een nationale achtergrond (geur, geluid en trillingen) als instructieregels ter uitvoering van Europeesrechtelijke verplichtingen (bijvoorbeeld de kaderrichtlijn water). Voor sommige onderwerpen is in het Besluit kwaliteit leefomgeving ook aangegeven, dat met bepaalde standaardwaarden in ieder geval aan de instructieregels kan worden voldaan. Deze instructieregels bieden houvast aan het bevoegd gezag bij het opstellen van maatwerkregels, en zorgen ook voor een adequaat beschermingsniveau, rekening houdend met lokale en regionale verschillen.
Afwijken van algemene rijksregels bij maatwerk
Gelet op het voorgaande houdt maatwerk dus feitelijk in dat het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift of maatwerkregel het oogmerk en de strekking nader invult, zodat aan de opdracht van de wet wordt voldaan ook in een concreet geval waarin algemene regels niet volledig voldoen. Soms leidt de invulling van het oogmerk en de strekking van de algemene rijksregels via maatwerk ertoe dat er wordt afgeweken van de regels van dit besluit. Afwijken betekent dat bij maatwerkvoorschrift of maatwerkregel andere eisen worden gesteld over belangen die expliciet geregeld zijn in de bepalingen van dit besluit.
Afwijken kan in de vorm van strengere eisen dan de bepalingen van dit besluit, bijvoorbeeld wanneer de lokale omgevingskwaliteit vraagt om aanvullende maatregelen. Redenen voor afwijken kunnen voortvloeien uit bijvoorbeeld cumulatie van de gevolgen van verschillende activiteiten op een locatie. De reden kan ook liggen in bijzondere ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving van de decentrale overheid, die zijn opgenomen in de omgevingsvisie, een programma, het omgevingsplan of een ander besluit.
Maatwerk is nadrukkelijk ook bedoeld voor situaties waarin de regels onnodig knellen voor degene die de activiteit verricht. Zo kan afwijken leiden tot minder strenge eisen, als de bepalingen van dit besluit in een concreet geval onevenredig zijn, bijvoorbeeld omdat bij het opstellen van de regels geen rekening kon worden gehouden met bijzondere bedrijfsomstandigheden die zich in de praktijk wel voor kunnen doen. Ook kan maatwerk een belangrijke rol spelen bij innovatieve activiteiten in situaties waarin de regeling van gelijkwaardigheid onvoldoende ruimte biedt.
Uiteraard vergt maatwerk dat strekt tot afwijking van de bepalingen van dit besluit een adequate onderbouwing. Als het bevoegd gezag maatwerkregels of maatwerkvoorschriften stelt die strenger zijn dan de algemene rijksregels, moet het onderbouwen waarom die algemene rijksregels in het concrete geval niet voldoende tegemoet komen aan het oogmerk en de strekking volgens de wet. Daarbij geldt steeds dat het bevoegd gezag bij het toepassen van maatwerk gehouden is aan het oogmerk en de strekking van de algemene rijksregels en de beoordelingsregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving die van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Hoofdstuk 11 van de nota van toelichting bij het Besluit kwaliteit leefomgeving gaat uitgebreid op die beoordelingsregels in. Bij het toepassen van die beoordelingsregels heeft het bevoegd gezag wel de nodige beleidsruimte. De regels over lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam moeten er bijvoorbeeld toe leiden dat ‘geen significante verontreiniging wordt veroorzaakt’. In het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald dat voor de invulling hiervan rekening wordt gehouden met onder andere de Algemene BeoordelingsMethodiek 2016 en het Handboek Immissietoets 2016. Wat onder significante verontreiniging moet worden verstaan, is ook afhankelijk van de visie van de decentrale overheid op de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Door bijvoorbeeld omgevingswaarden voor de kwaliteit van oppervlaktewater vast te stellen, kan de provincie lokaal beleidsdoelen formuleren die ook bepalen in hoeverre activiteiten binnen het grondgebied van die provincie tot significante verontreiniging leiden. Als die activiteiten er lokaal voor zorgen dat de gestelde omgevingswaarde niet wordt gehaald, kan goed worden onderbouwd dat er sprake is van significante verontreiniging. Maatwerk is dan een van de instrumenten om de omgevingswaarde alsnog te realiseren — zo nodig door af te wijken van de algemene regels in dit besluit.
Uitsluiting van maatwerk voor bepaalde regels
In het besluit is in algemene zin expliciet bepaald dat maatwerkvoorschriften en maatwerkregels niet kunnen worden gesteld over bepalingen waarin activiteiten die onder het besluit vallen zijn aangewezen. Ook is bepaald dat geen maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over bepalingen met meldingsplichten.
Voor bepalingen waarin activiteiten zijn benoemd is het niet wenselijk dat decentrale overheden door maatwerk de reikwijdte van de rijksregels zouden veranderen. Dit werkt twee kanten op: decentrale overheden krijgen niet de mogelijkheid om minder activiteiten onder rijksregels te laten vallen, maar ook niet om meer activiteiten onder deze rijksregels te brengen. De keuze om een activiteit wel of niet onder algemene rijksregels te brengen, wordt uitsluitend door het Rijk gemaakt, met toepassing van artikel 2.3 van de wet. De decentrale overheden kunnen niet in die afweging treden. De decentrale overheden kunnen wel bepaalde regels die het Rijk stelt in het omgevingsplan of de verordeningen overnemen. Zo is het denkbaar dat een gemeente ook voor bepaalde activiteiten die dit besluit niet regelt een specifiek voorschrift uit dit besluit ‘overschrijft’. Zo kan bijvoorbeeld het voorschrift over vetlozingen bij voedingsmiddelenindustrie in het omgevingsplan ook voor bepaalde vormen van voedselbereiding, bijvoorbeeld in restaurants, kunnen worden opgenomen. Daarmee wordt niet getornd aan de reikwijdte van de algemene rijksregels, die niet op voedselbereiding in restaurant van toepassing zijn.
De mogelijkheden voor maatwerk kunnen ook beperkt zijn als gevolg van Europese en internationaalrechtelijke verplichtingen. In een aantal gevallen worden met de algemene regels van dit besluit bepalingen van een EU-richtlijn of een verdrag geïmplementeerd. Voor zover dit dwingende bepalingen zijn, is het niet toegestaan om van deze bepalingen af te wijken. Deze beperking geldt vanzelfsprekend alleen voor zover die verdragen of besluiten zelf ook geen afwijking toestaan. Zo bevatten veel EU-richtlijnen minimumvereisten, die ruimte laten om zo nodig strengere voorschriften te stellen. In deze gevallen is maatwerk dat voorziet in versoepeling van de eisen van dit besluit niet toegestaan, maar maatwerk waarmee strengere eisen worden gesteld wel. Deze uitzondering is niet generiek opgenomen in de artikelen waarmee de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften en maatwerkregels wordt gegeven, maar is steeds vermeld bij de inhoudelijke bepalingen (zie bijvoorbeeld artikel 4.8).
Ook is bepaald dat met een maatwerkvoorschrift of maatwerkregel niet kan worden afgeweken van de specifieke zorgplichten. Nadere invulling van de specifieke zorgplicht door middel van maatwerk is uiteraard wel mogelijk.
Verhouding maatwerkregels en maatwerkvoorschriften
Bij een aantal categorieën van activiteiten, waarbij de taak en bevoegdheid niet bij het Rijk ligt, biedt dit besluit voor de decentrale overheden de mogelijkheid voor zowel het stellen van maatwerkvoorschriften als het stellen van maatwerkregels. Hiermee wordt in principe aan de uitvoeringspraktijk overgelaten om in de gegeven omstandigheden te kiezen voor het meest geëigende instrument. Er zijn wel verschillen tussen het stellen van een maatwerkvoorschrift en het stellen van een maatwerkregel. Maatwerkvoorschriften worden reactief gesteld (bijvoorbeeld na een melding) en zijn een beschikking, gericht op een specifieke activiteit die op dat moment wordt uitgevoerd, en daarmee gericht tot de normadressaat van dit besluit. Maatwerkregels worden meer proactief gesteld in het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de waterschapsverordening en kunnen daarbij zowel voor daarbij omschreven activiteiten als voor bepaalde locaties gelden, en daarmee zowel voor bestaande als toekomstige activiteiten. Met maatwerkregels kan dus bij voorbaat en veelal gebiedsgericht duidelijk worden gemaakt op welke punten het bestuur van de gemeente, het waterschap of de provincie de algemene regels van dit besluit wil invullen of daarvan wil afwijken. Het proactief stellen van maatwerkregels bevordert de kenbaarheid van die regels en daarmee ook de rechtszekerheid. Degene die een activiteit wil verrichten wordt immers, anders dan bij een maatwerkvoorschrift, niet pas na een melding of tijdens het verrichten van haar of zijn activiteit geconfronteerd met aanvullende eisen.
Indien in een specifieke situatie gelet op de aard van het beoogde maatwerk zowel maatwerkregels als maatwerkvoorschriften zouden kunnen worden ingezet heeft het stellen van maatwerkregels vanwege het proactieve karakter veelal de voorkeur boven het stellen van maatwerkvoorschriften. Er is van afgezien om deze voorkeur in dit besluit te normeren. Het dwingend voorschrijven van maatwerkregels in plaats van maatwerkvoorschriften kan in de praktijk ongewenste gevolgen hebben. Zo is het voorstelbaar dat in een concreet geval omwille van de snelheid eerst een maatwerkvoorschrift wordt gesteld, en dat deze pas later in een maatwerkregel wordt omgezet. Het wijzigen van een omgevingsplan of verordening duurt ten minste enkele maanden, terwijl een maatwerkvoorschrift binnen enkele weken gesteld kan zijn. De keuze tussen het stellen van een maatwerkvoorschrift of het stellen van maatwerkregels wordt in dit besluit in beginsel overgelaten aan de decentrale overheden. Wel zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving in een aantal gevallen instructieregels gesteld, die feitelijk tot inzet van maatwerkregels verplichten. Die instructieregels hebben onder meer betrekking op de toedeling van functies aan locaties en de met het oog daarop te stellen regels in het omgevingsplan. Zij zijn erop gericht dat gemeenten in hun omgevingsplan een adequate bescherming van woningen en andere gevoelige of kwetsbare bouwwerken en locaties bewerkstelligen voor wat betreft geur, geluid, externe veiligheid en trillingen. Als de gemeente naar aanleiding van deze instructieregels in het omgevingsplan regels opneemt die (mede) betrekking hebben op activiteiten die ook onder dit besluit vallen, zijn die regels gelet op de terminologie van artikel 4.6 van de wet maatwerkregels.
Als een maatwerkregel gebiedsgericht en proactief wordt ingezet is het in bijzondere gevallen denkbaar dat later bij een concrete activiteit afwijken van die maatwerkregel nodig is. Inzet van een maatwerkvoorschrift op grond van dit besluit is dan alleen mogelijk als het tot een strengere regel zou leiden. Het maatwerkvoorschrift en de maatwerkregel gelden in dat geval naast elkaar, en degene die de activiteit verricht moet aan de strengste van de twee voldoen. Het door middel van een maatwerkvoorschrift op grond van dit besluit versoepelen van een maatwerkregel is niet mogelijk. Omdat een maatwerkregel in het omgevingsplan of de verordeningen is opgenomen, is versoepelen daarvan alleen mogelijk als dat plan of die verordening er ruimte voor biedt. Voor gemeenten biedt de omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit overigens altijd ruimte om in een concreet geval van maatwerkregels af te wijken. Via zo'n vergunning kan van alle regels van het omgevingsplan worden afgeweken, dus ook van maatwerkregels. Daarbij is van belang dat artikel 4.17 van de wet bepaalt dat het omgevingsplan binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning in overeenstemming moet worden gebracht met die vergunning (als het om een permanente afwijking van de maatwerkregel gaat). Binnen deze termijn zal de maatwerkregel dus alsnog moeten worden aangepast. Waterschappen en provincies kunnen in de verordeningen instrumenten voor afwijken van daarin gestelde regels opnemen, zoals een in die verordening opgenomen mogelijkheid om maatwerkvoorschriften te stellen of een vergunningplicht, en die instrumenten kunnen dan ook worden ingezet voor afwijken van maatwerkregels.
Het heeft de voorkeur dat ook maatwerkvoorschriften die voor onbepaalde tijd zijn gesteld en locatiegebonden zijn, binnen een redelijke termijn als maatwerkregel in het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de waterschapsverordening worden verwerkt. Deze voorkeur betreft alleen maatwerkvoorschriften die worden gesteld vanwege de lokale omstandigheden en die losstaan van keuzes die degene die de activiteit verricht maakt.
Zo kan het waterschap bij een bepaalde activiteit bijvoorbeeld een maatwerkvoorschrift stellen over de maximale omvang van het verharde oppervlak dat regenwater op het oppervlaktewater mag afvoeren om stroomafwaarts wateroverlast te voorkomen. Die eis is eigenlijk onafhankelijk van de specifieke activiteit die op de locatie wordt verricht en van degene die de activiteit verricht; ook anderen die zich in de toekomst met mogelijk andere activiteiten op die locatie zullen vestigen, zullen regenwater op oppervlaktewater willen afvoeren. Vanwege de kenbaarheid en rechtszekerheid is het wenselijk dat deze eisen blijken uit de waterschapsverordening, en dat het maatwerkvoorschrift dus wordt omgezet in een maatwerkregel voor een locatie. Bij een maatwerkvoorschrift van de gemeente dat aanvullende eisen stelt aan het beperken van geuremissie vanuit een installatie voor het uitvoeren van grafische processen op oppervlakken van materialen, ligt het niet voor de hand die in een maatwerkregel om te zetten. Of deze activiteit geuroverlast veroorzaakt, hangt volledig af van de specifieke processen en technieken die worden gebruikt. Het is niet te verwachten dat anderen exact dezelfde activiteiten zullen ontplooien en dus is er vanuit het oogpunt van kenbaarheid en rechtszekerheid geen noodzaak om deze maatwerkvoorschriften in maatwerkregels om te zetten. Hetzelfde geldt voor maatwerkvoorschriften die betrekking hebben op tijdelijke activiteiten of die alleen tijdelijk een afwijking of invulling van de algemene rijksregels meebrengen. |
Het overnemen van maatwerkvoorschriften waarmee de algemene rijksregels permanent en locatiespecifiek worden ingevuld of aangepast in het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de waterschapsverordening bevordert een consistente en integrale benadering van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Bij de actualisering van het omgevingsplan of een verordening kan het bestuur deze maatwerkvoorschriften op samenhangende wijze in het plan of de verordening opnemen. Een plicht om permanente, locatiegebonden maatwerkvoorschriften in het omgevingsplan of de verordening op te nemen voert te ver. Het wordt overgelaten aan het lokale bestuur om vigerende maatwerkvoorschriften te bezien bij het actualiseren van het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening en daarbij de juiste keuze te maken.
Vigerende maatwerkvoorschriften, die een bestuursorgaan wil vervangen door een maatwerkregel, moeten overigens actief worden ingetrokken. Een maatwerkregel die later wordt gesteld over hetzelfde onderwerp als het vigerende maatwerkvoorschrift, leidt er niet toe dat het maatwerkvoorschrift van rechtswege vervalt.
Voetnoten
In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, blz. 470) wordt gesproken over invullen en aanvullen. Dit zijn echter praktisch synoniemen. Een maatwerkvoorschrift kan bepalingen in dit besluit aanvullen, maar is ook steeds invulling van de specifieke zorgplicht. In deze toelichting wordt daarom alleen gesproken over het invullen van de algemene rijksregels (waarbij niet wordt afgeweken) en het afwijken van de algemene rijksregels.