Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/38/EG inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (Herschikking)
Artikel 6 Inhoud van de overeenkomst
Geldend
Geldend vanaf 31-12-2025
- Bronpublicatie:
26-11-2025, PbEU L 2025, 2025/2450 (uitgifte: 11-12-2025, regelingnummer: 2025/2450)
- Inwerkingtreding
31-12-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
26-11-2025, PbEU L 2025, 2025/2450 (uitgifte: 11-12-2025, regelingnummer: 2025/2450)
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Het hoofdbestuur en de bijzondere onderhandelingsgroep dienen in een geest van samenwerking te onderhandelen om een overeenkomst over de wijze waarop de in artikel 1, lid 1, bedoelde informatieverstrekking aan en raadpleging van de werknemers wordt verwezenlijkt.
2.
Onverminderd de autonomie van de partijen, wordt in de in lid 1 bedoelde en schriftelijke overeenkomst tussen het hoofdbestuur en de bijzondere onderhandelingsgroep het volgende bepaald:
- a)
de ondernemingen die deel uitmaken van het concern met een communautaire dimensie of de vestigingen van de onderneming met een communautaire dimensie waarop de overeenkomst betrekking heeft;
- b)
de samenstelling van de Europese ondernemingsraad, het aantal leden, de verdeling van de zetels, waarbij voor zover mogelijk rekening wordt gehouden met de behoefte aan een evenwichtige vertegenwoordiging van de werknemers met inachtneming van de soort activiteit, categorie werknemers en geslacht, en zittingsduur;
- c)
de bevoegdheden aangaande en procedure voor informatieverstrekking aan en raadpleging van de Europese ondernemingsraad en de wijze waarop de informatieverstrekking aan en raadpleging van de Europese ondernemingsraad gekoppeld worden aan de informatieverstrekking aan en raadpleging van de nationale werknemersvertegenwoordigingsorganen, met inachtneming van de in artikel 1, lid 3, en artikel 9 vermelde beginselen en voorschriften;
- d)
de vorm, plaats, frequentie en duur van de vergaderingen van de Europese ondernemingsraad;
- e)
in voorkomend geval, de samenstelling, de aanwijzingsprocedure, de taakomschrijving en het reglement van orde van het beperkt comité dat binnen de Europese ondernemingsraad wordt ingesteld;
- f)
de aan de Europese ondernemingsraad toe te wijzen financiële en materiële middelen, met name wat ten minste de volgende aspecten betreft:
- i)
het mogelijk inschakelen van deskundigen en hun deelname aan vergaderingen, met inbegrip van het mogelijk inschakelen van juridisch deskundigen en vertegenwoordigers van erkende vakbondsorganisaties op communautair niveau, en hun deelname aan vergaderingen, om de Europese ondernemingsraad bij te staan bij de uitoefening van zijn taken;
- ii)
het verstrekken van relevante scholing aan de leden van de Europese ondernemingsraad, onverminderd artikel 10, lid 4, eerste alinea;
- g)
de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst, de duur ervan, de eventuele verlenging ervan, de wijze waarop de overeenkomst kan worden gewijzigd of opgezegd en in welke gevallen opnieuw over de overeenkomst moet worden onderhandeld en de procedure voor de heronderhandeling, onder meer ingeval de structuur van de onderneming met een communautaire dimensie of het concern met een communautaire dimensie wordt gewijzigd.
2 bis.
Het hoofdbestuur en de bijzondere onderhandelingsgroep stellen, wanneer zij onderhandelen of opnieuw onderhandelen over een overeenkomst inzake een Europese ondernemingsraad, de nodige regelingen vast en leveren alle redelijke inspanningen om, onverminderd het nationale recht en de nationale praktijken inzake de verkiezing of aanwijzing van werknemersvertegenwoordigers, het beoogde genderevenwicht te verwezenlijken, waarbij vrouwen en mannen elk ten minste 40 % van de leden van de Europese ondernemingsraad en, indien toepasselijk, ten minste 40 % van de leden van het beperkte comité vertegenwoordigen. Indien het beoogde genderevenwicht niet wordt verwezenlijkt, licht de Europese ondernemingsraad de redenen schriftelijk toe aan de werknemers. Indien het beoogde genderevenwicht niet wordt verwezenlijkt, staat dat de oprichting van een Europese ondernemingsraad of een beperkt comité niet in de weg.
3.
Het hoofdbestuur en de bijzondere onderhandelingsgroep kunnen schriftelijk overeenkomen te voorzien in een of meer procedures voor informatieverstrekking en raadpleging in plaats van een Europese ondernemingsraad in te stellen.
In de overeenkomst moet de wijze worden vastgesteld waarop de werknemersvertegenwoordigers het recht kunnen uitoefenen om bijeen te komen teneinde van gedachten te wisselen over de hun verstrekte informatie.
Deze informatie heeft met name betrekking op transnationale kwesties die aanzienlijke gevolgen voor de belangen van de werknemers hebben.
4.
De in de leden 2 en 3 bedoelde overeenkomsten vallen behoudens andersluidende bepalingen in deze overeenkomsten niet onder de subsidiaire voorschriften van bijlage I.
5.
De bijzondere onderhandelingsgroep besluit bij meerderheid van haar leden over de sluiting van de in de leden 2 en 3 bedoelde overeenkomsten.