Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/590 betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 17 Handelscontroles
Geldend
Geldend vanaf 12-03-2024
- Bronpublicatie:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Inwerkingtreding
12-03-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Lucht
Milieurecht / Milieugevaarlijke stoffen
Milieurecht (V)
1.
Douaneautoriteiten en markttoezichtautoriteiten handhaven de verbodsbepalingen en andere in deze verordening uiteengezette in- en uitvoerbeperkingen.
2.
Ten behoeve van de invoer wordt de onderneming die op grond van artikel 13, lid 2, van deze verordening de houder van de vergunning is, aangemerkt als de importeur. Wanneer de importeur niet beschikbaar is, is de onderneming die de vergunning heeft verkregen de aangever zoals vermeld in de douaneaangifte die houder is van de vergunning voor een andere bijzondere regeling dan een doorvoerregeling, tenzij er een overdracht van rechten en verplichtingen op grond van artikel 218 van Verordening (EU) nr. 952/2013 plaatsvindt om een andere persoon als aangever toe te staan. In het geval van een doorvoerregeling is de onderneming die de vergunning heeft verkregen, houder van de regeling.
Ten behoeve van de uitvoer wordt de onderneming die op grond van artikel 14, lid 3, de houder van de vergunning is, aangemerkt als de exporteur zoals vermeld in de douaneaangifte.
3.
Bij invoer van ozonafbrekende stoffen en van producten en apparatuur die die stoffen bevatten of nodig hebben voor hun werking, verstrekt de importeur, of wanneer die niet beschikbaar is, de aangever zoals vermeld in de douaneaangifte of in de aangifte tot tijdelijke opslag en bij uitvoer de in de douaneaangifte vermelde exporteur, aan de douaneautoriteiten de volgende informatie in de douaneaangifte, indien van toepassing:
- a)
- b)
het registratie- en identificatienummer van de marktdeelnemer (exploitant) (het EORI-nummer);
- c)
de nettomassa aan ozonafbrekende stof(fen), ook wanneer verwerkt in producten en apparatuur;
- d)
de nettomassa vermenigvuldigd met het ozonafbrekend vermogen van de ozonafbrekende stof(fen), ook wanneer verwerkt in de producten en apparatuur;
- e)
de goederencode waaronder de goederen zijn ingedeeld.
4.
5.
Indien relevant delen de douaneautoriteiten informatie over de inklaring van de goederen in het vergunningensysteem via de EU-éénloketomgeving voor de douane.
6.
Importeurs van in bijlage I opgenomen ozonafbrekende stoffen in navulbare houders verstrekken op het moment dat de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen wordt ingediend een conformiteitsverklaring zoals bedoeld in artikel 15, lid 3, aan de douaneautoriteiten, inclusief bewijsstukken waaruit blijkt welke regelingen gelden voor het terugzenden van de houder voor navulling.
7.
Importeurs van halonen overeenkomstig artikel 13, lid 1, punt g), en exporteurs van halonen overeenkomstig artikel 14, lid 1, punt e), verstrekken op het moment dat de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen of voor de uitvoer wordt ingediend een conformiteitsverklaring aan de douaneautoriteiten waarin de aard van de stof zoals vermeld in artikel 13, lid 1, punt g), en artikel 14, lid 1, punt e), wordt bevestigd.
8.
Importeurs van ozonafbrekende stoffen verstrekken op het moment dat de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen wordt ingediend de in artikel 15, lid 4, bedoelde bewijsstukken aan de douaneautoriteiten.
9.
De douaneautoriteiten gaan na of de in deze verordening uiteengezette regels inzake invoer en uitvoer zijn nageleefd, wanneer ze de controles op basis van een risicoanalyse verrichten binnen het douanerisicobeheersysteem en overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) nr. 952/2013. In die risicoanalyse wordt in het bijzonder rekening gehouden met beschikbare informatie over de waarschijnlijkheid van illegale handel in ozonafbrekende stoffen, en de nalevingsgeschiedenis van de betrokken onderneming.
10.
Op basis van een risicoanalyse gaat de douaneautoriteit bij fysieke douanecontroles van de onder deze verordening vallende ozonafbrekende stoffen, producten en apparatuur met name na of de ingevoerde en uitgevoerde goederen:
- a)
overeenkomen met de beschrijving in de vergunning en in de douaneaangifte;
- b)
overeenkomstig artikel 15, lid 5, naar behoren zijn geëtiketteerd alvorens ze in het vrije verkeer worden gebracht.
De importeur of exporteur verstrekt de vergunning tijdens de controles aan de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 952/2013.
11.
De douaneautoriteiten gaan over tot de inbeslagname of verbeurdverklaring van de door deze verordening verboden ozonafbrekende stoffen, producten en apparatuur met het oog op de verwijdering ervan overeenkomstig de artikelen 197 en 198 van Verordening (EU) nr. 952/2013, of stellen de bevoegde autoriteiten in kennis teneinde de inbeslagname of verbeurdverklaring van dergelijke stoffen, producten en apparatuur met het oog op verwijdering te verzekeren. De markttoezichtautoriteiten nemen dergelijke stoffen, producten en apparatuur ook uit de handel of roepen ze terug overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2019/1020.
De wederuitvoer van onder deze verordening vallende ozonafbrekende stoffen, producten en apparatuur die niet in overeenstemming zijn met deze verordening is verboden.
12.
De douaneautoriteiten of de markttoezichtautoriteiten nemen alle nodige maatregelen om pogingen tot in- of uitvoer te voorkomen van de onder deze verordening vallende ozonafbrekende stoffen, producten en apparatuur die het grondgebied reeds niet mochten binnenkomen of verlaten.
13.
De lidstaten wijzen douanekantoren of andere plaatsen aan of keuren die goed en specificeren de route naar die kantoren en plaatsen, overeenkomstig de artikelen 135 en 267 van Verordening (EU) nr. 952/2013, voor het aanbrengen bij de douaneautoriteiten van de in bijlage I bij deze verordening opgenomen ozonafbrekende stoffen en van producten en apparatuur die dergelijke stoffen bevatten of nodig hebben voor hun werking bij het binnenkomen of het verlaten van het douanegebied van de Unie. Controles worden uitgevoerd door personeel van de douanekantoren of andere gemachtigde personen overeenkomstig de nationale voorschriften, die kennis hebben van aangelegenheden die verband houden met de voorkoming van onder deze verordening vallende illegale activiteiten en die toegang hebben tot geschikte apparatuur om de relevante fysieke controles uit te voeren op basis van een risicoanalyse.
Alleen de aangewezen of goedgekeurde douanekantoren of andere plaatsen zoals bedoeld in de eerste alinea zijn bevoegd om een procedure voor de doorvoer van in bijlage I opgenomen ozonafbrekende stoffen, of van producten en apparatuur die dergelijke stoffen bevatten of nodig hebben voor hun werking, te starten of te beëindigen.