Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/590 betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 13 Invoer
Geldend
Geldend vanaf 12-03-2024
- Bronpublicatie:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Inwerkingtreding
12-03-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Lucht
Milieurecht / Milieugevaarlijke stoffen
Milieurecht (V)
1.
- a)
ozonafbrekende stoffen, bestemd voor gebruik als grondstof overeenkomstig artikel 6;
- b)
ozonafbrekende stoffen, bestemd voor gebruik als technische hulpstof overeenkomstig artikel 7;
- c)
ozonafbrekende stoffen, bestemd om te voorzien in de essentiële laboratorium- en analytische toepassingen overeenkomstig artikel 8;
- d)
ozonafbrekende stoffen, bestemd voor vernietiging met behulp van de in artikel 20, lid 6, bedoelde technologie;
- e)
ozonafbrekende stoffen, bestemd voor regeneratie zoals bedoeld in artikel 12;
- f)
methylbromide voor gebruik in noodgevallen overeenkomstig artikel 10;
- g)
teruggewonnen, gerecyclede of geregenereerde halonen, op voorwaarde dat zij uitsluitend worden ingevoerd voor in artikel 9, lid 1, bedoelde kritische toepassingen zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, door ondernemingen die door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat zijn gemachtigd om halonen voor kritische toepassingen op te slaan;
- h)
producten en apparatuur die halonen bevatten of nodig hebben voor hun werking, bestemd om te voorzien in kritische toepassingen zoals bedoeld in artikel 9, lid 1;
- i)
producten en apparatuur die ozonafbrekende stoffen bevatten of nodig hebben voor hun werking, met het oog op vernietiging met behulp van, voor zover van toepassing, technologie zoals bedoeld in artikel 20, lid 6;
- j)
producten en apparatuur die ozonafbrekende stoffen bevatten of nodig hebben voor hun werking, bestemd om te voorzien in essentiële laboratorium- en analytische toepassingen zoals bedoeld in artikel 8.
2.
Invoer zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel vereist de overlegging van een door de Commissie op grond van artikel 16 afgegeven geldige vergunning aan de douaneautoriteiten, behalve in het geval van tijdelijke opslag.