Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/573 betreffende gefluoreerde broeikasgassen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 517/2014
Artikel 35 Evaluatie
Geldend
Geldend vanaf 12-03-2024
- Bronpublicatie:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/573 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/573)
- Inwerkingtreding
12-03-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/573 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/573)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Lucht
Milieurecht (V)
1.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I, II, III en VI te wijzigen wat betreft het aardopwarmingsvermogen (global warming potential — GWP) van de daarin vermelde gassen, wanneer dat noodzakelijk is in het licht van nieuwe beoordelingsverslagen die door de IPCC zijn vastgesteld, of nieuwe verslagen van de wetenschappelijke beoordelingsgroep (Scientific Assessment Panel — SAP) van het protocol.
2.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 32 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijsten van gassen in de bijlagen I, II en III, indien door de SAP of een andere autoriteit met een gelijkwaardige status is vastgesteld dat die gassen een aanzienlijk effect op het klimaat hebben en wanneer die gassen in aanzienlijke hoeveelheden worden uitgevoerd, ingevoerd, geproduceerd of in de handel gebracht.
3.
De Commissie publiceert uiterlijk op 1 juli 2027 een rapport waarin wordt beoordeeld of kosteneffectieve, technisch haalbare, energie-efficiënte en betrouwbare alternatieven bestaan die de vervanging van gefluoreerde broeikasgassen in mobiele koeling- en mobiele klimaatregelingsapparatuur mogelijk maken, en dient, indien passend, een wetgevingsvoorstel in bij het Europees Parlement en de Raad met het oog op de wijziging van de lijst in bijlage IV.
4.
Uiterlijk op 1 juli 2028 publiceert de Commissie een verslag ter beoordeling van de impact van deze verordening op de gezondheidssector, met name de beschikbaarheid van doseerinhalatoren voor de toediening van farmaceutische ingrediënten, alsook over de gevolgen voor de markt van verkoelingapparatuur die in combinatie met batterijen wordt gebruikt.
5.
Uiterlijk op 1 januari 2030 publiceert de Commissie een verslag over de impact van deze verordening.
Het verslag omvat een beoordeling van:
- a)
de vraag of er kosteneffectieve, technisch haalbare, energie-efficiënte, voldoende beschikbare en betrouwbare alternatieven bestaan die de vervanging van gefluoreerde broeikasgassen mogelijk maken in de in bijlage IV vermelde producten en apparatuur die vallen onder verbodsbepalingen die ten tijde van de evaluatie nog niet van toepassing zijn geworden, met name producten en apparatuur die onderworpen zijn aan een volledig verbod op gefluoreerde broeikasgassen, met inbegrip van split-klimaatregelingsapparatuur en warmtepompen;
- b)
de internationale ontwikkelingen die relevant zijn voor de scheepvaartsector en de mogelijke uitbreiding van het toepassingsgebied van de beheersingseisen voor gefluoreerde broeikasgassen in koeling- en klimaatregelingsapparatuur van schepen;
- c)
de mogelijke uitbreiding van het toepassingsgebied van het in artikel 22, lid 3, bedoelde uitvoerverbod, onder meer rekening houdend met de potentiële grotere wereldwijde beschikbaarheid van producten en apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen met een laag GWP of natuurlijke alternatieven bevatten, en met ontwikkelingen in het kader van het protocol;
- d)
de eventuele opname van de fluorkoolwaterstoffen in de in artikel 16, lid 2, vastgestelde quotumvereiste van met name fluorkoolwaterstoffen die rechtstreeks door een producent of importeur worden geleverd aan een onderneming die die gebruikt voor het etsen van halfgeleidermateriaal of het reinigen van kamers voor chemische dampafzetting in de sector fabricage van halfgeleiders;
- e)
het risico van buitensporige vermindering van de mededinging op de markt als gevolg van de verbodsbepalingen en daarmee verband houdende uitzonderingen uit hoofde van artikel 13, lid 9, in het bijzonder die inzake elektrische schakelinrichtingen onder hoogspanning van meer dan 145 kV of meer dan 50 kA kortsluitstroom.
De Commissie dient waar passend bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel in, dat wijzigingen van bijlage IV kan bevatten.
6.
Vóór 1 januari 2040 evalueert de Commissie de behoeften aan fluorkoolwaterstoffen in de sectoren waar zij nog steeds worden gebruikt en de uitfasering van de in bijlage VII vastgestelde HFK-quota voor het jaar 2050, met name rekening houdend met technologische ontwikkelingen, de beschikbaarheid van alternatieven voor fluorkoolwaterstoffen voor de desbetreffende toepassingen en de klimaatdoelstellingen van de Unie. Waar passend gaat die evaluatie vergezeld van een wetgevingsvoorstel aan het Europees Parlement en de Raad.
7.
De uit hoofde van artikel 10 bis van Verordening (EG) nr. 401/2009 van het Europees Parlement en de Raad (1) opgerichte Europese wetenschappelijke adviesraad inzake klimaatverandering mag op eigen initiatief wetenschappelijk advies verstrekken en verslagen uitbrengen over de coherentie tussen deze verordening en de doelstellingen van Verordening (EU) 2021/1119 en de internationale verbintenissen van de Unie in het kader van de Overeenkomst van Parijs.
Voetnoten
Verordening (EG) nr. 401/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk (PB L 126 van 21.5.2009, blz. 13).