Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1620 tot oprichting van de autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010
Artikel 64 Taken van de raad van bestuur
Geldend
Geldend vanaf 26-06-2024
- Bronpublicatie:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1620 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1620)
- Inwerkingtreding
26-06-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1620 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1620)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
EU-recht / Instituties
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor de algemene planning en uitvoering van de op grond van artikel 5 aan de autoriteit opgedragen taken. De raad van bestuur stelt alle besluiten van de autoriteit vast, met uitzondering van de besluiten die overeenkomstig artikel 60 door de algemene raad moeten worden genomen.
2.
De raad van bestuur stelt de tot geselecteerde meldingsplichtige entiteiten gerichte besluiten vast met het oog op de uitoefening van de in artikel 6, lid 1, bedoelde bevoegdheden, rekening houdend met het voorstel van het in artikel 16 bedoelde gezamenlijke toezichtsteam voor de geselecteerde meldingsplichtige entiteit, het voorstel van het in artikel 27 bedoelde onafhankelijke onderzoeksteam en het advies van de algemene raad over dat voorgestelde besluit op grond van artikel 60, lid 2. Indien de raad van bestuur van dat advies besluit af te wijken, geeft hij daarvoor een gedetailleerde schriftelijke motivering.
3.
De raad van bestuur stelt de besluiten vast die op grond van de artikelen 14, 30 en 32 tot en met 36 tot individuele overheidsinstanties zijn gericht.
4.
Daarnaast heeft de raad van bestuur de volgende taken:
- a)
uiterlijk op 30 november van elk jaar, op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur, in overeenstemming met artikel 65 het ontwerp van het enig programmeringsdocument vaststellen en dat uiterlijk op 31 januari van het volgende jaar ter informatie toezenden aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, alsook eventuele bijgewerkte versies van het document vaststellen en toezenden aan de voormelde instellingen;
- b)
de ontwerpjaarbegroting van de autoriteit vaststellen en andere functies met betrekking tot de begroting van de autoriteit uitoefenen;
- c)
het geconsolideerde jaarverslag over de activiteiten van de autoriteit, met daarin onder meer een overzicht van de uitvoering van de taken van de autoriteit, beoordelen en goedkeuren, uiterlijk op 1 juli toezenden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en bekendmaken;
- d)
een fraudebestrijdingsstrategie vaststellen, die evenredig is aan de frauderisico's en rekening houdt met de kosten en baten van de uit te voeren maatregelen;
- e)
regels vaststellen voor het voorkomen en beheren van belangenconflicten in verband met zijn leden, en in verband met de leden van de administratieve raad voor toetsing;
- f)
zijn reglement van orde vaststellen;
- g)
met betrekking tot het personeel van de autoriteit de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag uitoefenen;
- h)
passende uitvoeringsregels vaststellen voor de uitvoering van het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Statuut;
- i)
de uitvoerend directeur benoemen en van zijn of haar ambt te ontheffen, overeenkomstig artikel 70, lid 5;
- j)
een rekenplichtige — eventueel de rekenplichtige van de Commissie — benoemen, die onderworpen is aan het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, en die volledig onafhankelijk is bij de uitvoering van zijn of haar taken;
- k)
zorgen voor passende follow-up van de resultaten en aanbevelingen die voortvloeien uit de interne en externe auditverslagen en evaluaties, alsook uit de onderzoeken van OLAF;
- l)
de financiële regels vaststellen die van toepassing zijn op de autoriteit;
- m)
alle besluiten nemen betreffende het opzetten en, waar nodig, het wijzigen van de interne structuren van de autoriteit.
5.
De raad van bestuur kiest uit zijn stemgerechtigde leden een vicevoorzitter van de autoriteit. De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter van de autoriteit wanneer die zijn of haar taken niet kan vervullen.
6.
Met betrekking tot de in lid 4, punt h), van dit artikel bedoelde bevoegdheden neemt de raad van bestuur overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Statuut van de ambtenaren een besluit op basis van artikel 2, lid 1, van het Statuut van de ambtenaren en artikel 6 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, waarbij de desbetreffende bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de uitvoerend directeur worden gedelegeerd. De uitvoerend directeur mag die bevoegdheden subdelegeren.
7.
In uitzonderlijke omstandigheden mag de raad van bestuur door middel van een besluit de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de uitvoerend directeur alsook de subdelegatie van die bevoegdheden door de uitvoerend directeur tijdelijk schorsen en die bevoegdheden zelf uitoefenen of delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de uitvoerend directeur.