Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 29 bis Criteria voor het aanmerken van ondernemingen als klein en niet-complex
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemingen, overeenkomstig de procedure van artikel 29 ter, als kleine en niet-complexe onderneming worden ingedeeld indien zij gedurende de twee opeenvolgende boekjaren rechtstreeks voorafgaand aan een dergelijke indeling aan de volgende criteria voldoen:
- a)
voor levensverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van de totale technische voorzieningen vertegenwoordigen zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en Special Purpose Vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76, en waarvan de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten in verband met de schadeverzekeringsactiviteiten minder dan 40 % van de totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen, moet aan alle volgende criteria worden voldaan:
- i)
de in artikel 105, lid 5, tweede alinea, punt a), bedoelde ondermodule renterisico is niet hoger dan 5 % van de technische voorzieningen, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en Special Purpose Vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76;
- ii)
de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit hoofde van in andere lidstaten dan de lidstaat van herkomst gesloten overeenkomsten waar de onderneming overeenkomstig artikel 14 haar vergunning heeft verkregen, liggen onder een van de volgende drempels:
- 1)
20 000 000 EUR;
- 2)
10 % van de totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten;
- iii)
de technische voorzieningen voor levensverzekeringsactiviteiten, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en Special Purpose Vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76, bedragen niet meer dan 1 000 000 000 EUR;
- iv)
de som van het volgende is niet hoger dan 20 % van de totale beleggingen:
- 1)
de in artikel 105, lid 5, bedoelde module marktrisico;
- 2)
het deel van de in artikel 105, lid 6, bedoelde module tegenpartijrisico dat betrekking heeft op blootstellingen met betrekking tot securitisaties, afgeleide instrumenten, kortlopende vorderingen op tussenpersonen en andere beleggingsactiva die niet onder de ondermodule spreadrisico vallen;
- 3)
elk kapitaalvereiste dat van toepassing is op beleggingen in immateriële activa die niet door de modules marktrisico en tegenpartijrisico worden gedekt;
- v)
de door de onderneming aanvaarde herverzekering bedraagt niet meer dan 50 % van haar totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten;
- vi)
er is voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste;
- b)
voor schadeverzekeringsondernemingen en ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met schadeverzekeringsactiviteiten verband houdende jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen minder dan 20 % van hun totale technische voorzieningen vertegenwoordigen zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en Special Purpose Vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76, moet aan alle volgende criteria worden voldaan:
- i)
de gemiddelde gecombineerde ratio voor schadeverzekeringsactiviteiten na aftrek van herverzekering van de laatste drie jaar bedraagt minder dan 100 %;
- ii)
de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit hoofde van in andere lidstaten dan de lidstaat van herkomst gesloten overeenkomsten waar de onderneming overeenkomstig artikel 14 haar vergunning heeft verkregen, liggen onder een van de volgende drempels:
- 1)
20 000 000 EUR;
- 2)
10 % van de totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten;
- iii)
de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit schadeverzekeringsactiviteiten zijn niet hoger dan 100 000 000 EUR;
- iv)
de som van de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten in de branches 5, 6, 7, 11, 12, 14 en 15 van deel A van bijlage I is niet hoger dan 30 % van de totale jaarlijkse geboekte premie-inkomsten van het schadeverzekeringsbedrijf;
- v)
de som van het volgende is niet hoger dan 20 % van de totale beleggingen:
- 1)
de in artikel 105, lid 5, bedoelde module marktrisico;
- 2)
het deel van de in artikel 105, lid 6, bedoelde module tegenpartijrisico dat betrekking heeft op blootstellingen met betrekking tot securitisaties, afgeleide instrumenten, kortlopende vorderingen op tussenpersonen en andere beleggingsactiva die niet onder de ondermodule spreadrisico vallen;
- 3)
elk kapitaalvereiste dat van toepassing is op beleggingen in immateriële activa die niet door de modules marktrisico en tegenpartijrisico worden gedekt;
- vi)
de door de onderneming aanvaarde herverzekering bedraagt niet meer dan 50 % van haar totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten;
- vii)
er is voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste;
- c)
voor ondernemingen die zowel levens- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan de met levensverzekeringsactiviteiten verband houdende technische voorzieningen ten minste 20 % van hun totale technische voorzieningen vertegenwoordigen zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en Special Purpose Vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76, en waarvan de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten in verband met de schadeverzekeringsactiviteiten ten minste 40 % van hun totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten vertegenwoordigen, moet aan alle volgende criteria worden voldaan:
- i)
de in artikel 105, lid 5, tweede alinea, punt a), bedoelde ondermodule renterisico is niet hoger dan 5 % van de technische voorzieningen, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en Special Purpose Vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76;
- ii)
de gemiddelde gecombineerde ratio voor schadeverzekeringsactiviteiten na aftrek van herverzekering van de laatste drie jaar bedraagt minder dan 100 %;
- iii)
de technische voorzieningen voor levensverzekeringsactiviteiten, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en Special Purpose Vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in artikel 76, bedragen niet meer dan 1 000 000 000 EUR;
- iv)
de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit schadeverzekeringsactiviteiten zijn niet hoger dan 100 000 000 EUR;
- v)
de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten uit hoofde van in andere lidstaten dan de lidstaat van herkomst gesloten overeenkomsten waar de onderneming overeenkomstig artikel 14 haar vergunning heeft verkregen, liggen onder een van de volgende drempels:
- 1)
20 000 000 EUR;
- 2)
10 % van de totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten;
- vi)
de som van de jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten in de branches 5, 6, 7, 11, 12, 14 en 15 van deel A van bijlage I is niet hoger dan 30 % van de totale jaarlijkse geboekte premie-inkomsten van het schadeverzekeringsbedrijf;
- vii)
de som van het volgende is niet hoger dan 20 % van de totale beleggingen:
- 1)
de in artikel 105, lid 5, bedoelde module marktrisico;
- 2)
het deel van de in artikel 105, lid 6, bedoelde module tegenpartijrisico dat betrekking heeft op blootstellingen met betrekking tot securitisaties, afgeleide instrumenten, kortlopende vorderingen op tussenpersonen en andere beleggingsactiva die niet onder de ondermodule spreadrisico vallen;
- 3)
elk kapitaalvereiste dat van toepassing is op beleggingen in immateriële activa die niet door de modules marktrisico en tegenpartijrisico worden gedekt;
- viii)
de door de onderneming aanvaarde herverzekering bedraagt niet meer dan 50 % van haar totale jaarlijkse bruto geboekte premie-inkomsten;
- ix)
er is voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste.
De criteria in punt a), ii) en v), punt b), ii) en vi), en punt c), v) en viii), van de eerste alinea zijn niet van toepassing op verzekeringscaptives of herverzekeringscaptives.
In afwijking van de eerste alinea worden verzekeringscaptives en herverzekeringscaptives ook als kleine en niet-complexe ondernemingen ingedeeld indien zij niet aan de in de eerste alinea vastgelegde criteria voldoen, mits zij aan beide volgende criteria voldoen:
- a)
de verzekerden en begunstigden zijn:
- i)
juridische entiteiten van de groep waarvan de verzekeringscaptive of herverzekeringscaptive deel uitmaakt, of
- ii)
natuurlijke personen die in aanmerking komen om onder de verzekeringsovereenkomsten van die groep te vallen, mits de activiteiten tot dekking van die natuurlijke personen onder 5 % van de technische voorzieningen blijven;
- b)
de verzekeringsverplichtingen en de verzekeringsovereenkomsten die aan de herverzekeringsverplichtingen van de verzekeringscaptive of herverzekeringscaptive ten grondslag liggen, hebben geen betrekking op verplichte wettelijke aansprakelijkheidsverzekering.
2.
Bij ondernemingen die overeenkomstig artikel 14 tijdens de laatste twee boekjaren een vergunning hebben verkregen, wordt de naleving van de criteria van lid 1 van dit artikel beoordeeld aan de hand van het laatste boekjaar voorafgaand aan de indeling of, indien de vergunning tijdens de laatste twaalf maanden werd verkregen, aan de hand van het in artikel 23 bedoelde programma van werkzaamheden.
3.
De volgende ondernemingen worden nooit als kleine en niet-complexe ondernemingen ingedeeld:
- a)
ondernemingen die voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste gebruikmaken van een goedgekeurd gedeeltelijk of volledig intern model overeenkomstig de vereisten voor geheel en gedeeltelijk interne modellen van hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 3;
- b)
ondernemingen die moederonderneming zijn van een financieel conglomeraat in de zin van artikel 2, punt 14, van Richtlijn 2002/87/EG of van een groep in de zin van artikel 212 van deze richtlijn, waarop groepstoezicht van toepassing is overeenkomstig artikel 213, lid 2, punt a) of punt b), van deze richtlijn, tenzij de groep als een kleine en niet-complexe groep is ingedeeld;
- c)
ondernemingen die de moederonderneming van een in artikel 228, lid 1, punten a) tot en met e), bedoelde onderneming zijn;
- d)
ondernemingen die collectieve pensioenfondsen beheren in de zin van artikel 2, lid 3, punt b), iii) en iv), ingeval de waarde van de activa van de collectieve pensioenfondsen meer dan 1 000 000 000 EUR bedraagt.