Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten
Artikel 66 Herbeplantingen
Geldend
Geldend vanaf 18-03-2026
- Bronpublicatie:
24-02-2026, PbEU L 2026, 2026/471 (uitgifte: 26-02-2026, regelingnummer: 2026/471)
- Inwerkingtreding
18-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-02-2026, PbEU L 2026, 2026/471 (uitgifte: 26-02-2026, regelingnummer: 2026/471)
- Vakgebied(en)
Agrarisch recht (V)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Internationaal publiekrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De lidstaten verlenen automatisch een vergunning aan producenten die per 1 januari 2016 een met wijnstokken beplante oppervlakte hebben gerooid en een aanvraag hebben ingediend. Die vergunning geldt voor een gelijkwaardige oppervlakte uitgedrukt in uitsluitend met wijnstokken beplante cultuurgrond. De onder die vergunningen vallende oppervlakten tellen niet meer voor de doeleinden van artikel 63.
In afwijking van de eerste alinea zijn producenten die overeenkomstig artikel 216, lid 1, van deze verordening of artikel 58, lid 1, eerste alinea, punt o), van Verordening (EU) 2021/2115 een met wijnstokken beplant areaal hebben gerooid, niet gerechtigd een herbeplantingsvergunning voor dat areaal aan te vragen en te ontvangen.
2.
De lidstaten kunnen de in lid 1 bedoelde vergunning verlenen aan producenten die beloven een met wijnstokken beplante oppervlakte te zullen rooien indien de oppervlakte wordt gerooid uiterlijk aan het eind van het vierde jaar vanaf de datum waarop de nieuwe wijnstokken zijn aangeplant.
3.
De in lid 1 van dit artikel bedoelde vergunning wordt gebruikt op hetzelfde bedrijf als dat waar de rooiing heeft plaatsgevonden. De lidstaten kunnen, op basis van een aanbeveling van een erkende beroepsorganisatie als bedoeld in de artikelen 152, 156 en 157 van deze verordening of van een producentengroepering als bedoeld in de artikelen 32 en 33 van Verordening (EU) 2024/1143, in gebieden die in aanmerking komen voor de productie van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding, beperkingen opleggen aan het gebruik van herbeplantingsvergunningen die zijn verkregen naar aanleiding van het rooien van wijngaarden buiten dat gebied.
3 bis.
Een lidstaat kan het verlenen van de in lid 1 bedoelde herbeplantingsvergunningen afhankelijk stellen van een of meer van de volgende voorwaarden:
- a)
de vergunning wordt gebruikt in hetzelfde geografische gebied, dat door de lidstaat wordt bepaald, als dat waar de betrokken gerooide wijnstokken zich bevonden, indien de instandhouding van wijnbouw in dat geografische gebied om sociaal-economische of milieuredenen gerechtvaardigd is;
- b)
alleen wijnstokken die specifieke wijnsoorten produceren en productiemethoden die niet door de lidstaat zijn aangemerkt als een methode die de gemiddelde opbrengst van de productieregio aanzienlijk verhoogt, of alleen productiemethoden behorende tot de tradities van een bepaalde regio, worden gebruikt wanneer de betrokken gerooide oppervlakte zich bevindt in een productiegebied dat de lidstaat heeft gekwalificeerd als door een structurele marktonevenwichtigheid getroffen;
- c)
de vergunning wordt niet gebruikt in een ander productiegebied dan dat waar de gerooide oppervlakte zich bevindt, wanneer de lidstaat dat andere productiegebied heeft gekwalificeerd als door een structurele marktonevenwichtigheid getroffen;
- d)
de lidstaten kunnen criteria voor de toekenning en het beheer van herbeplantingsvergunningen vaststellen om te voorkomen dat het wijnbouwareaal en de wijnproductie groeien in regio's die vatbaar zijn voor overaanbod en waar crisismaatregelen zijn toegepast, alsook om rekening te houden met marktontwikkelingen overeenkomstig hun nationale of regionale sectorale strategieën.
De in de tweede alinea, punt b), c) en d), bedoelde voorwaarden zijn niet van toepassing op herbeplantingsvergunningen in gebieden die worden gekenmerkt door uitzonderlijke teeltmoeilijkheden als gevolg van structurele en morfologische factoren als bedoeld in deel D van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273 van de Commissie (1).
4.
Dit artikel geldt niet in geval van het rooien van niet-toegestane aanplant.
Voetnoten
Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273 van de Commissie van 11 december 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken, het wijnbouwkadaster, begeleidende documenten en certificering, het in- en uitslagregister, de verplichte opgaven, meldingen en de bekendmaking van meegedeelde informatie, tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepasselijke controles en sancties, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 555/2008, (EG) nr. 606/2009 en (EG) nr. 607/2009 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 436/2009 van de Commissie en Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/560 van de Commissie (PB L 58 van 28.2.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2018/273/oj).