Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/590 betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1005/2009
Artikel 18 Maatregelen voor het monitoren van de illegale handel
Geldend
Geldend vanaf 12-03-2024
- Bronpublicatie:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Inwerkingtreding
12-03-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Lucht
Milieurecht / Milieugevaarlijke stoffen
Milieurecht (V)
1.
Op basis van de regelmatige monitoring van de handel in ozonafbrekende stoffen en de beoordeling van de potentiële risico's van illegale handel in verband met de verplaatsing van ozonafbrekende stoffen en van producten en apparatuur die dergelijke stoffen bevatten of nodig hebben voor hun werking, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen om:
- a)
deze verordening aan te vullen middels precisering van de criteria waarmee de bevoegde autoriteiten van de lidstaten rekening moeten houden wanneer zij overeenkomstig artikel 26 controles uitvoeren om vast te stellen of ondernemingen hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening nakomen;
- b)
deze verordening aan te vullen middels precisering van de vereisten die moeten worden gecontroleerd bij de controle, overeenkomstig artikel 17, op ozonafbrekende stoffen en op producten en apparatuur die dergelijke stoffen bevatten of nodig hebben voor hun werking, die onder tijdelijke opslag of onder een douaneprocedure zoals een douane-entrepot of de vrije zone worden geplaatst, of die worden doorgevoerd door het douanegebied van de Unie;
- c)
deze verordening te wijzigen middels de toevoeging van traceringsmethoden voor in de handel gebrachte ozonafbrekende stoffen, met het oog op de monitoring, overeenkomstig de artikelen 13 en 14, op de in- en uitvoer van ozonafbrekende stoffen en van producten en apparatuur die dergelijke stoffen bevatten of nodig hebben voor hun werking, en die onder tijdelijke opslag of onder een douaneprocedure zijn geplaatst.
2.
Bij de vaststelling van een gedelegeerde handeling uit hoofde van lid 1 houdt de Commissie rekening met de milieuvoordelen en sociaal-economische effecten van de uit hoofde van de punten a), b) en c) van dat lid vast te stellen methode.