Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2024/1760 inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van richtlijn (EU) 2019/1937 en verordening (EU) 2023/2859
Artikel 5 Passende zorgvuldigheid
Geldend
Geldend vanaf 25-07-2024
- Bronpublicatie:
13-06-2024, PbEU L 2024, 2024/1760 (uitgifte: 05-07-2024, regelingnummer: 2024/1760)
- Inwerkingtreding
25-07-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
13-06-2024, PbEU L 2024, 2024/1760 (uitgifte: 05-07-2024, regelingnummer: 2024/1760)
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
1.
De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemingen een risicogebaseerde passende zorgvuldigheid op het gebied van mensenrechten en milieu (‘passende zorgvuldigheid’) als vastgelegd in de artikelen 7 tot en met 16 betrachten door de volgende maatregelen uit te voeren:
- a)
het integreren van passende zorgvuldigheid in hun beleid en in hun risicobeheersystemen overeenkomstig artikel 7;
- b)
- c)
het voorkomen en reduceren van potentiële negatieve effecten, en het beëindigen en zo veel mogelijk beperken van feitelijke negatieve effecten overeenkomstig de artikelen 10 en 11;
- d)
het bieden van herstel van feitelijke negatieve effecten overeenkomstig artikel 12;
- e)
zinvolle samenwerking met belanghebbenden overeenkomstig artikel 13;
- f)
het instellen en handhaven van een kennisgevingsmechanisme en een klachtenprocedure overeenkomstig artikel 14;
- g)
het toezicht op de doeltreffendheid van hun beleid en maatregelen inzake passende zorgvuldigheid overeenkomstig artikel 15;
- h)
het openbaar maken van informatie over passende zorgvuldigheid overeenkomstig artikel 16.
2.
De lidstaten zorgen ervoor dat ondernemingen, ten behoeve van de passende zorgvuldigheid, middelen en informatie kunnen delen binnen hun respectieve groepen van ondernemingen en met andere rechtspersonen.
3.
De lidstaten zorgen ervoor dat een zakenpartner niet verplicht is tot bekendmaking aan een onderneming die de uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen nakomt van informatie die een bedrijfsgeheim is, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Richtlijn (EU) 2016/943, onverminderd de bekendmaking van de identiteit van directe en indirecte zakenpartners, of van essentiële informatie die nodig is om feitelijke of potentiële negatieve effecten in kaart te brengen, indien dit noodzakelijk is en naar behoren is gerechtvaardigd voor de naleving van de verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid door de onderneming. Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de zakenpartners om hun bedrijfsgeheimen te beschermen door middel van de mechanismen van Richtlijn (EU) 2016/943. Zakenpartners worden nooit verplicht tot bekendmaking van gerubriceerde of andere informatie als die bekendmaking een risico voor de wezenlijke veiligheidsbelangen van een staat zou inhouden.
4.
De lidstaten verplichten ondernemingen om gedurende ten minste vijf jaar vanaf het moment waarop die documentatie is opgesteld of verkregen, documentatie te bewaren over de maatregelen die zijn uitgevoerd om aan hun verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid te voldoen, met inbegrip van ondersteunend bewijsmateriaal, teneinde de naleving van de verplichtingen te kunnen aantonen.
Indien er na het verstrijken van de in de eerste alinea vastgestelde bewaringstermijn gerechtelijke of administratieve procedures uit hoofde van deze richtlijn lopen, wordt de bewaringstermijn verlengd tot de afsluiting van de zaak.