Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1620 tot oprichting van de autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010
Artikel 22 Geldboeten
Geldend
Geldend vanaf 26-06-2024
- Bronpublicatie:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1620 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1620)
- Inwerkingtreding
26-06-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1620 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1620)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
EU-recht / Instituties
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De autoriteit mag met het oog op de uitvoering van de haar bij deze verordening opgedragen taken geldboeten opleggen wanneer een geselecteerde meldingsplichtige entiteit, hetzij opzettelijk hetzij uit onachtzaamheid, inbreuk maakt op een vereiste van Verordening (EU) 2023/1113 of Verordening (EU) 2024/1624, of niet voldoet aan een in artikel 6, lid 1, van deze verordening bedoeld bindend besluit.
2.
Wanneer de raad van bestuur van de autoriteit vaststelt dat een geselecteerde meldingsplichtige entiteit opzettelijk of uit onachtzaamheid een ernstige, herhaalde of stelselmatige inbreuk heeft gepleegd op rechtstreeks toepasselijke vereisten vervat in Verordening (EU) 2023/1113 of Verordening (EU) 2024/1624, stelt de raad van bestuur overeenkomstig lid 3 van dit artikel een besluit tot het opleggen van geldboeten vast. De wegens dergelijke inbreuken opgelegde geldboeten worden, naargelang de omstandigheden van het concrete geval, opgelegd naast of in plaats van de in artikel 21, lid 2, bedoelde administratieve maatregelen.
3.
Het basisbedrag van de in lid 1 bedoelde geldboeten ligt binnen de volgende limieten:
- a)
voor ernstige, herhaalde of stelselmatige inbreuken op één of meer vereisten in verband met cliëntenonderzoek, op groepsniveau geldende gedragslijnen, procedures en controles of meldingsverplichtingen, die zijn vastgesteld in twee of meer lidstaten waar een geselecteerde meldingsplichtige entiteit actief is, is het bedrag minimaal 500 000 EUR en maximaal 2 000 000 EUR of 1 % van de jaaromzet, naargelang welk bedrag het hoogst is;
- b)
voor ernstige, herhaalde of stelselmatige inbreuken op één of meer vereisten in verband met cliëntenonderzoek, interne gedragslijnen, procedures en controles of meldingsverplichtingen, die zijn vastgesteld in één lidstaat waar een geselecteerde meldingsplichtige entiteit actief is, is het bedrag minimaal 100 000 EUR en maximaal 1 000 000 EUR of 0,5 % van de jaaromzet, naargelang welk bedrag het hoogst is;
- c)
voor ernstige, herhaalde of stelselmatige inbreuken op alle andere vereisten, die zijn vastgesteld in twee of meer lidstaten waar een geselecteerde meldingsplichtige entiteit actief is, is het bedrag minimaal 100 000 EUR en maximaal 2 000 000 EUR;
- d)
voor ernstige, herhaalde of stelselmatige inbreuken op alle andere vereisten, die zijn vastgesteld in één lidstaat waar een geselecteerde meldingsplichtige entiteit actief is, is het bedrag minimaal 100 000 EUR en maximaal 1 000 000 EUR;
- e)
voor ernstige, herhaalde of stelselmatige inbreuken op de in artikel 6, lid 1, bedoelde besluiten van de autoriteit is het bedrag minimaal 100 000 EUR en maximaal 1 000 000 EUR.
4.
De binnen de limieten van lid 3 vastgestelde basisbedragen worden zo nodig, rekening houdend met verzwarende of verzachtende factoren, aangepast overeenkomstig de desbetreffende in bijlage I vermelde coëfficiënten. De desbetreffende verzwarende coëfficiënten worden één voor één op het basisbedrag toegepast. Indien er meer dan één verzwarende coëfficiënt van toepassing is, wordt het verschil tussen het basisbedrag en het bedrag dat uit de toepassing van elke afzonderlijke verzwarende coëfficiënt resulteert, aan het basisbedrag toegevoegd. Indien de voordelen die uit de inbreuk zijn verkregen, of de verliezen die derden door de inbreuk lijden, kunnen worden bepaald, worden die na toepassing van de coëfficiënten opgeteld bij het totale bedrag van de sanctie.
5.
De relevante verzachtende coëfficiënten worden één voor één op het basisbedrag toegepast. Indien er meer dan één verzachtende coëfficiënt van toepassing is, wordt het verschil tussen het basisbedrag en het bedrag dat uit de toepassing van elke afzonderlijke verzachtende coëfficiënt resulteert, van het basisbedrag afgetrokken.
6.
Het maximumbedrag van een in lid 3, punten a) en b), bedoelde sanctie voor ernstige, herhaalde of stelselmatige inbreuken bedraagt, na toepassing van de in de leden 4 en 5 bedoelde coëfficiënten, niet meer dan 10 % van de totale jaaromzet van de meldingsplichtige entiteit in het voorgaande boekjaar.
7.
Het maximumbedrag van een in lid 3, punten c) en d), bedoelde sanctie voor ernstige, herhaalde of stelselmatige inbreuken bedraagt na toepassing van de in de leden 4 en 5 bedoelde coëfficiënten maximaal 10 000 000 EUR.
8.
Indien de geselecteerde meldingsplichtige entiteit een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die overeenkomstig artikel 22 van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (1) geconsolideerde financiële overzichten moet opstellen, is de relevante totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet of de daarmee overeenstemmende soort inkomsten overeenkomstig de toepasselijke boekhoudkundige normen volgens de meest recente door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening.
9.
In andere dan de in lid 1 van dit artikel bedoelde gevallen mag de autoriteit, als dat voor de uitvoering van de haar bij deze verordening opgedragen taken noodzakelijk is, voorschrijven dat de financiële toezichthouders een procedure inleiden om ervoor te zorgen dat passende geldboeten worden opgelegd overeenkomstig het nationale recht tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1640 en elke relevante nationale wetgeving op grond waarvan specifieke bevoegdheden worden verleend die thans overeenkomstig het Unierecht niet zijn vereist. De opgelegde geldboeten moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
De eerste alinea is van toepassing op geldboeten die aan geselecteerde meldingsplichtige entiteiten moeten worden opgelegd wegens inbreuken op het nationale recht tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1640 en op geldboeten die moeten worden opgelegd aan leden van het leidinggevend orgaan van geselecteerde meldingsplichtige entiteiten die volgens het nationale recht verantwoordelijk zijn voor een inbreuk door de geselecteerde meldingsplichtige entiteit.
10.
De door de autoriteit opgelegde geldboeten moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
Bij de bepaling van het bedrag van de geldboete houdt de autoriteit terdege rekening met het vermogen van de geselecteerde meldingsplichtige entiteit om de geldboete te betalen en raadpleegt zij, indien de geldboete van invloed kan zijn op de naleving van de prudentiële regelgeving, de autoriteiten die bevoegd zijn voor het toezicht op de naleving van het toepasselijke Unierecht door de geselecteerde meldingsplichtige entiteiten.
Voetnoten
Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).