Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 45 Beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
In het kader van haar Risk managementsysteem beoordeelt elke verzekerings- en herverzekeringsonderneming haar eigen risico en solvabiliteit.
Bij deze beoordeling wordt in elk geval gekeken naar het volgende:
- a)
de algehele solvabiliteitsbehoeften, waarbij rekening wordt gehouden met het specifieke risicoprofiel, de goedgekeurde risicotolerantielimieten en de bedrijfsstrategie van de onderneming;
- b)
of de in hoofdstuk VI, afdelingen 4 en 5, vastgelegde kapitaalvereisten en de in hoofdstuk VI, afdeling 2, vastgelegde vereisten inzake de technische voorzieningen steeds worden nageleefd;
- c)
de significantie waarmee het risicoprofiel van de betrokken onderneming afwijkt van de aannames die ten grondslag liggen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zoals vastgelegd in artikel 101, lid 3, en berekend met de standaardformule overeenkomstig hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 2, of met haar geheel of gedeeltelijk interne model overeenkomstig hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 3;
- d)
een onderzoek en analyse van de macro-economische situatie en de mogelijke macro-economische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de financiële markten;
- e)
op een met redenen omkleed verzoek van de toezichthoudende autoriteit, een onderzoek en analyse van:
- i)
de macroprudentiële punten van zorg die van invloed kunnen zijn op het specifieke risicoprofiel, de goedgekeurde risicotolerantielimieten, de bedrijfsstrategie, de verzekeringsactiviteiten of de beleggingsbeslissingen, en de in punt a) bedoelde algehele solvabiliteitsbehoeften van de onderneming;
- ii)
de activiteiten van de onderneming die van invloed kunnen zijn op de macro-economische ontwikkelingen en de ontwikkelingen op de financiële markten, en die kunnen leiden tot systeemrisico's;
- f)
het algehele vermogen van de onderneming om zelfs onder stressomstandigheden haar financiële verplichtingen jegens verzekeringnemers en andere tegenpartijen na te komen wanneer die verplichtingen opeisbaar worden.
1 bis.
Voor de toepassing van lid 1, punten d) en e), omvatten macro-economische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de financiële markten ten minste:
- a)
het niveau van de rentevoeten en de spreads;
- b)
het niveau van de financiëlemarktindexen;
- c)
de inflatie;
- d)
de verwevenheid met andere financiëlemarktdeelnemers;
- e)
klimaatverandering, pandemieën, andere grootschalige gebeurtenissen en andere rampen die van invloed kunnen zijn op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.
Voor de toepassing van lid 1, punt e), i), omvatten macroprudentiële punten van zorg ten minste aannemelijke ongunstige toekomstscenario's en risico's in verband met de kredietcyclus en economische neergang, kuddegedrag bij beleggingen of buitensporige blootstellingsconcentraties op sectoraal niveau.
1 ter.
De lidstaten zorgen ervoor dat de uit hoofde van lid 1, punt d), van dit artikel vereiste analyse in verhouding staat tot de aard van de risico's en de omvang en complexiteit van de activiteiten van ondernemingen. De lidstaten zorgen ervoor dat kleine en niet-complexe ondernemingen en ondernemingen die op grond van artikel 29 quinquies voorafgaande toestemming van de toezichthouder hebben verkregen, niet verplicht zijn de in lid 1, punt e), van dit artikel bedoelde analyse uit te voeren.
2.
Met het oog op lid 1, onder a), beschikt de onderneming over processen die proportioneel zijn aan de aard, omvang en complexiteit van de risico's die aan haar werkzaamheden verbonden zijn en waarmee zij de korte- en langetermijnrisico's waaraan zij blootstaat of zou kunnen blootstaan, juist kan onderkennen en beoordelen. De onderneming geeft inzicht in de methoden die gebruikt zijn bij deze beoordeling.
2 bis.
Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in artikel 77 ter bedoelde matchingopslag, de in artikel 77 quinquies bedoelde volatiliteitsaanpassing of de in artikel 77 bis, lid 2, en de artikelen 308 quater en 308 quinquies, of indien relevant artikel 111, lid 1, tweede alinea, en artikel 111, lid 2 bis, bedoelde overgangsmaatregelen toepast, voert zij een beoordeling uit van de naleving van de kapitaalvereisten, bedoeld in lid 1, punt b), van dit artikel, waarbij die opslagen, aanpassingen en overgangsmaatregelen wel en niet in aanmerking worden genomen.
In afwijking van de eerste alinea van dit lid is geen beoordeling van het in artikel 77 bis bedoelde mechanisme voor geleidelijke invoering vereist in geval van een munteenheid waarvoor een of meer van de volgende voorwaarden van toepassing is:
- a)
het aandeel van de toekomstige kasstromen in verband met verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen in die munteenheid ten opzichte van alle toekomstige kasstromen in verband met verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen is niet hoger dan 5 %;
- b)
ten aanzien van de toekomstige kasstromen in verband met verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen in die munteenheid is het aandeel van de toekomstige kasstromen met betrekking tot looptijden waarbij de relevante risicovrije rentetermijnstructuur wordt geëxtrapoleerd ten opzichte van alle toekomstige kasstromen in verband met verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen niet hoger dan 10 %.
2 ter.
Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in artikel 77 quinquies bedoelde volatiliteitsaanpassing toepast, omvat de in lid 1 van dit artikel bedoelde beoordeling daarnaast de significantie waarmee het risicoprofiel van de betrokken onderneming afwijkt van de aannames die aan de volatiliteitsaanpassing ten grondslag liggen.
3.
Bij gebruikmaking van een intern model wordt de beoordeling in het in lid 1, onder c), bedoelde geval samen met de herijking verricht waarbij de interne risicocijfers worden omgezet in de risicomaatstaf en de calibratie van het solvabiliteitskapitaalvereiste.
4.
De beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit maakt integraal deel uit van de bedrijfsstrategie en wordt steeds in aanmerking genomen bij de strategische beslissingen van de onderneming.
5.
Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen verrichten de in lid 1 bedoelde beoordeling jaarlijks en verrichten die onverwijld na een significante wijziging in hun risicoprofiel.
In afwijking van de eerste alinea van dit lid mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de in lid 1 bedoelde beoordeling ten minste om de twee jaar en onverwijld na een significante wijziging in hun risicoprofiel verrichten, tenzij de toezichthoudende autoriteit op basis van de specifieke omstandigheden van de onderneming concludeert dat een frequentere beoordeling nodig is wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
- a)
de onderneming is ingedeeld als kleine en niet-complexe onderneming;
- b)
de onderneming is een verzekeringscaptive of herverzekeringscaptive die aan alle volgende criteria voldoet:
- i)
de verzekerden en begunstigden zijn juridische entiteiten van de groep waarvan de verzekeringscaptive of herverzekeringscaptive deel uitmaakt, of natuurlijke personen die in aanmerking komen om door de verzekeringsovereenkomsten van die groep te worden gedekt, en de activiteiten tot dekking van de natuurlijke personen die in aanmerking komen om door verzekeringsovereenkomsten van de groep te worden gedekt, blijven onder 5 % van de technische voorzieningen;
- ii)
de verzekeringsverplichtingen en de verzekeringsovereenkomsten die aan de herverzekeringsverplichtingen van de verzekeringscaptive of herverzekeringscaptive ten grondslag liggen, hebben geen betrekking op verplichte wettelijke aansprakelijkheidsverzekering.
De vrijstelling van de jaarlijkse beoordeling belet de onderneming niet risico's doorlopend te identificeren, meten, beheren, monitoren en rapporteren.
6.
De verzekerings- en herverzekeringsondernemingen stellen de toezichthoudende autoriteiten in het kader van de informatieverstrekking ingevolge artikel 35 ook in kennis van de resultaten van elke beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit.
7.
De beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit dient niet om een kapitaalvereiste te berekenen, het solvabiliteitskapitaalvereiste mag alleen worden aangepast overeenkomstig de artikelen 37, 231 tot en met 233 en 238.
8.
Voor de toepassing van lid 1, punten d) en e), zorgen de lidstaten ervoor dat, wanneer andere autoriteiten dan de toezichthoudende autoriteiten belast zijn met een macroprudentieel mandaat, de toezichthoudende autoriteiten de bevindingen van hun macroprudentiële beoordelingen van de in dit artikel bedoelde beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen delen met de betrokken nationale instanties en autoriteiten met een macroprudentieel mandaat.
De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthoudende autoriteiten met nationale instanties en autoriteiten met een macroprudentieel mandaat samenwerken om de resultaten te analyseren en, indien toepasselijk, macroprudentiële punten van zorg te identificeren over de wijze waarop de activiteit van de ondernemingen de macro-economische ontwikkelingen en de ontwikkelingen op de financiële markten kan beïnvloeden.
De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthoudende autoriteiten macroprudentiële punten van zorg en voor de beoordeling inputparameters delen met de betrokken onderneming.
9.
Bij haar besluit om een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een dochteronderneming is die overeenkomstig artikel 213, lid 2, punten a) en b), onder groepstoezicht valt, om een of meer van die analyses te verzoeken, gaat de toezichthoudende autoriteit na of de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of gemengde financiële holding met hoofdkantoor in de Unie, op groepsniveau een of meer van de in lid 1, punt e), van dit artikel bedoelde analyses uitvoert, en of daarin de specifieke kenmerken van die dochteronderneming aan bod komen.
De nationale toezichthoudende autoriteiten verstrekken zowel de Eiopa als het bij Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad (1) opgerichte Europees Comité voor systeemrisico's (European Systemic Risk Board — ESRB) jaarlijks de lijst van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en van groepen waarvoor zij om de aanvullende macroprudentiële maatregelen vragen.
Voetnoten
Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 1).