De Staatssecretaris van Financiën heeft op Prinsjesdag het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2026 (OFM 2026) bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel is onderdeel van het pakket Belastingplan 2026. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2026 in werking treedt. Soms geldt een afwijkende inwerkingtreding.
In het wetsvoorstel zijn de volgende maatregelen opgenomen:
Inkomstenbelasting. Loonbelasting
⁃
Technische verbeteringen in verband met de bijtelling privégebruik auto: de verlaagde bijtelling voor nieuwe zuinige, zeer zuinige en nulemissieauto’s komt per 1 januari 2026 te vervallen. In OFM 2026 zijn enkele technische wijzigingen opgenomen die samenhangen met het vervallen van de regeling, waaronder de verplaatsing van een overgangsregeling.
Inkomstenbelasting
⁃
Samentelbepaling maximale investeringsbedrag voor toepassing van de energie-investeringsaftrek (EIA): door de samentelbepaling kan voor de toepassing van de EIA per belastingplichtige per jaar in totaal ten hoogste € 151 miljoen aan energie-investeringen in aanmerking worden genomen. Dit ‘samentelplafond’ bestaat uit energie-investeringen in de eigen onderneming én energie-investeringen in een onderneming die deel uitmaakt van een samenwerkingsverband.
⁃
Herstel technische omissie pensioenen: een omissie in de inkomstenbelasting met betrekking tot de indexatie van de aftoppingsgrens van lijfrentepremies wordt met terugwerkende kracht hersteld tot en met 1 januari 2025. De aftoppingsgrens wordt niet geïndexeerd.
Loonbelasting
⁃
Het overgangsrecht franchiseloze pensioenregelingen wordt met twee jaar verlengd. De verruiming voor de pensioenopbouw voor 18 tot 20-jarigen geldt uitsluitend voor bestaande pensioenregelingen waarin geen AOW-franchise wordt gehanteerd.
⁃
Technische fiscale knelpunten Wet toekomst pensioenen: codificatie met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025 van het besluit van 14 april 2025, 2025-10544, Stcrt. 2025, 13021, V-N 2025/21.8 waarin goedkeuringen zijn gegeven voor prepensioenen, overbruggingspensioenen en wezenpensioenen. In het verlengde daarvan wordt ook het overgangsrecht voor nabestaandenoverbruggingspensioenen aangepast.
Vennootschapsbelasting
⁃
Aanpassing minimumkapitaalregel in de vennootschapsbelasting: met de aanpassing wordt de uitzondering voor intern liquiditeitsbeheer voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2026 nader ingeperkt, waardoor de rente op geldleningen die verband houden met deposito’s van natuurlijke personen alsnog onder de minimumkapitaalregel valt.
⁃
Tijdelijk overgangsrecht fonds voor gemene rekening: om kortstondige belastingplicht te voorkomen wordt voorgesteld een overgangsmaatregel te treffen die lichamen die tot en met 2024 als fiscaal transparant werden aangemerkt ook met ingang van 1 januari 2025 tijdelijk – dat wil zeggen tot het moment dat deze overgangsmaatregel vervalt – niet als fonds voor gemene rekening aan te merken indien dat lichaam daarvoor kiest.
Belastingheffing motorrijtuigen
⁃
Beëindiging van de teruggaafregeling voor vrachtauto’s in de motorrijtuigenbelasting bij inwerkingtreding van de Wet vrachtwagenheffing (gepland op 1 juli 2026).
⁃
Herstel tarieven Eurovignet: de tarieven in de Wet belasting zware motorrijtuigen worden hersteld door de tarieven met terugwerkende kracht tot en met 25 maart 2025 aan te passen conform de tarieven in het Eurovignetverdrag.
Milieuheffingen
⁃
Verwijzingen naar SBI-codes in de energiebelasting worden geactualiseerd.
Verder wordt een aantal omissies gerepareerd, zoals een aantal onjuiste verwijzingen in fiscale wetten en taalkundige omissies.
Nota van wijziging
In de overdrachtsbelasting wordt een ondergrens geïntroduceerd voor de belastingvermindering die wordt berekend bij opvolgende verkrijgingen.
In de Wet op belastingen van rechtsverkeer zijn regelingen opgenomen voor (i) opeenvolgende verkrijgingen van dezelfde onroerende zaken binnen zes maanden door een andere verkrijger en (ii) voor de opvolgende verkrijging van juridische eigendom en economische eigendom of andersom door dezelfde verkrijger.
De hoofdregel is dat de maatstaf van heffing bij de opvolgende verkrijging wordt verminderd met het bedrag waarover bij de vorige verkrijging overdrachtsbelasting was verschuldigd (maatstafvermindering). In de gevallen dat op de eerdere verkrijging een verlaagd tarief is toegepast geldt daarentegen dat de belasting die ter zake van de vorige verkrijging verschuldigd was in mindering moet worden gebracht op de belasting die bij opvolgende verkrijging verschuldigd is (belastingvermindering).
Per 1 januari 2026 gaat de systematiek van belastingvermindering ook gelden in gevallen waarin de eerdere verkrijging tegen het verlaagde tarief van 8% overdrachtsbelasting is belast. Door de introductie van een ondergrens in deze belastingvermindering wordt voorkomen dat over de tussentijdse waardestijging bij een volgende verkrijging die belast is tegen een lager verlaagd tarief (2%) geen of te weinig belasting wordt geheven. De ondergrens is het bedrag aan belasting dat een opvolgende verkrijger verschuldigd zou zijn als men de hoofdregel (maatstafvermindering) gebruikt voor de berekening van de verschuldigde belasting. Hiermee werd beoogd te voorkomen dat de belastingvermindering hoger is dan dat er cumulatie van belasting is.
Stand van zaken
Het voorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. De Tweede Kamer heeft het voorstel op 27 november 2025 aangenomen. Ook zijn amendementen nr. 9 en 10 aangenomen. De Eerste Kamer is op 16 december 2025 akkoord gegaan met het voorstel. De Eerste Kamer is op 16 december 2025 akkoord gegaan met het voorstel.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Kies de voorgestelde versie per 1 januari 2026 in de tijdsbalk bij het wetsartikel (de voorgestelde versie is zeer binnenkort beschikbaar). Hier is vergelijken van versies ook mogelijk.
Redactie
De Staatssecretaris van Financiën heeft op Prinsjesdag het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2026 (OFM 2026) bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel is onderdeel van het pakket Belastingplan 2026. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2026 in werking treedt. Soms geldt een afwijkende inwerkingtreding.
In het wetsvoorstel zijn de volgende maatregelen opgenomen:
Inkomstenbelasting. Loonbelasting
Technische verbeteringen in verband met de bijtelling privégebruik auto: de verlaagde bijtelling voor nieuwe zuinige, zeer zuinige en nulemissieauto’s komt per 1 januari 2026 te vervallen. In OFM 2026 zijn enkele technische wijzigingen opgenomen die samenhangen met het vervallen van de regeling, waaronder de verplaatsing van een overgangsregeling.
Inkomstenbelasting
Samentelbepaling maximale investeringsbedrag voor toepassing van de energie-investeringsaftrek (EIA): door de samentelbepaling kan voor de toepassing van de EIA per belastingplichtige per jaar in totaal ten hoogste € 151 miljoen aan energie-investeringen in aanmerking worden genomen. Dit ‘samentelplafond’ bestaat uit energie-investeringen in de eigen onderneming én energie-investeringen in een onderneming die deel uitmaakt van een samenwerkingsverband.
Herstel technische omissie pensioenen: een omissie in de inkomstenbelasting met betrekking tot de indexatie van de aftoppingsgrens van lijfrentepremies wordt met terugwerkende kracht hersteld tot en met 1 januari 2025. De aftoppingsgrens wordt niet geïndexeerd.
Loonbelasting
Het overgangsrecht franchiseloze pensioenregelingen wordt met twee jaar verlengd. De verruiming voor de pensioenopbouw voor 18 tot 20-jarigen geldt uitsluitend voor bestaande pensioenregelingen waarin geen AOW-franchise wordt gehanteerd.
Technische fiscale knelpunten Wet toekomst pensioenen: codificatie met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025 van het besluit van 14 april 2025, 2025-10544, Stcrt. 2025, 13021, V-N 2025/21.8 waarin goedkeuringen zijn gegeven voor prepensioenen, overbruggingspensioenen en wezenpensioenen. In het verlengde daarvan wordt ook het overgangsrecht voor nabestaandenoverbruggingspensioenen aangepast.
Vennootschapsbelasting
Aanpassing minimumkapitaalregel in de vennootschapsbelasting: met de aanpassing wordt de uitzondering voor intern liquiditeitsbeheer voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2026 nader ingeperkt, waardoor de rente op geldleningen die verband houden met deposito’s van natuurlijke personen alsnog onder de minimumkapitaalregel valt.
Tijdelijk overgangsrecht fonds voor gemene rekening: om kortstondige belastingplicht te voorkomen wordt voorgesteld een overgangsmaatregel te treffen die lichamen die tot en met 2024 als fiscaal transparant werden aangemerkt ook met ingang van 1 januari 2025 tijdelijk – dat wil zeggen tot het moment dat deze overgangsmaatregel vervalt – niet als fonds voor gemene rekening aan te merken indien dat lichaam daarvoor kiest.
Belastingheffing motorrijtuigen
Beëindiging van de teruggaafregeling voor vrachtauto’s in de motorrijtuigenbelasting bij inwerkingtreding van de Wet vrachtwagenheffing (gepland op 1 juli 2026).
Herstel tarieven Eurovignet: de tarieven in de Wet belasting zware motorrijtuigen worden hersteld door de tarieven met terugwerkende kracht tot en met 25 maart 2025 aan te passen conform de tarieven in het Eurovignetverdrag.
Milieuheffingen
Verwijzingen naar SBI-codes in de energiebelasting worden geactualiseerd.
Fiscaal bestuurs(proces) recht
De Belastingdienst en de Douane worden uitgezonderd van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.
Verder wordt een aantal omissies gerepareerd, zoals een aantal onjuiste verwijzingen in fiscale wetten en taalkundige omissies.
Nota van wijziging
In de overdrachtsbelasting wordt een ondergrens geïntroduceerd voor de belastingvermindering die wordt berekend bij opvolgende verkrijgingen.
In de Wet op belastingen van rechtsverkeer zijn regelingen opgenomen voor (i) opeenvolgende verkrijgingen van dezelfde onroerende zaken binnen zes maanden door een andere verkrijger en (ii) voor de opvolgende verkrijging van juridische eigendom en economische eigendom of andersom door dezelfde verkrijger.
De hoofdregel is dat de maatstaf van heffing bij de opvolgende verkrijging wordt verminderd met het bedrag waarover bij de vorige verkrijging overdrachtsbelasting was verschuldigd (maatstafvermindering). In de gevallen dat op de eerdere verkrijging een verlaagd tarief is toegepast geldt daarentegen dat de belasting die ter zake van de vorige verkrijging verschuldigd was in mindering moet worden gebracht op de belasting die bij opvolgende verkrijging verschuldigd is (belastingvermindering).
Per 1 januari 2026 gaat de systematiek van belastingvermindering ook gelden in gevallen waarin de eerdere verkrijging tegen het verlaagde tarief van 8% overdrachtsbelasting is belast. Door de introductie van een ondergrens in deze belastingvermindering wordt voorkomen dat over de tussentijdse waardestijging bij een volgende verkrijging die belast is tegen een lager verlaagd tarief (2%) geen of te weinig belasting wordt geheven. De ondergrens is het bedrag aan belasting dat een opvolgende verkrijger verschuldigd zou zijn als men de hoofdregel (maatstafvermindering) gebruikt voor de berekening van de verschuldigde belasting. Hiermee werd beoogd te voorkomen dat de belastingvermindering hoger is dan dat er cumulatie van belasting is.
Stand van zaken
Het voorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. De Tweede Kamer heeft het voorstel op 27 november 2025 aangenomen. Ook zijn amendementen nr. 9 en 10 aangenomen. De Eerste Kamer is op 16 december 2025 akkoord gegaan met het voorstel. De Eerste Kamer is op 16 december 2025 akkoord gegaan met het voorstel.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Kies de voorgestelde versie per 1 januari 2026 in de tijdsbalk bij het wetsartikel (de voorgestelde versie is zeer binnenkort beschikbaar). Hier is vergelijken van versies ook mogelijk.
Art. 3.20 Wet IB 2001
Art. 3.42 Wet IB 2001
Art. 4.6 Wet IB 2001
Art. 4.13 Wet IB 2001
Art. 4.41 Wet IB 2001
Art. 10a.4 Wet IB 2001
Art. 10b.1 Wet IB 2001
Art. 49 Zorgverzekeringswet
Art. 10a Wet LB 1964
Art. 13bis Wet LB 1964
Art. 35o Wet LB 1964
Art. 36c Wet LB 1964
Art. 38b Wet LB 1964
Art. 38d Wet LB 1964
Art. 38q Wet LB 1964
Art. 59 Wet financiering sociale verzekeringen
Art. 2 Wet VPB 1969
Art. 15bd Wet VPB 1969
Art. 2.1 Wet bronbelasting 2021
Art. 9 Wet belastingen van rechtsverkeer
Art. 13 Wet belastingen van rechtsverkeer
Art. 14 Wet belastingen van rechtsverkeer
Art. 6 Wet BPM 1992
Art. 16b Wet BPM 1992
Art. 37a Wet motorrijtuigenbelasting 1994
Art. 37b Wet motorrijtuigenbelasting 1994
Art. 37c Wet motorrijtuigenbelasting 1994
Art. 37d Wet motorrijtuigenbelasting 1994
Art. 37e Wet motorrijtuigenbelasting 1994
Art. 37f Wet motorrijtuigenbelasting 1994
Art. 10 Wet BZM
Art. 64 Wet belastingen op milieugrondslag
Art. 1:6 Adw
Art. XV OFM 2026 (overgangsrecht Awb)
Art. 70b Invorderingswet 1990
Art. 70g Invorderingswet 1990
Art. 70h Invorderingswet 1990
Art. IXb Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling
Art. 25 Wet inkomstenbelasting BES
Literatuur
Pakket Belastingplan 2026. Aangenomen amendementen, V-N 2025/54.9
Overige fiscale maatregelen 2026, Tweede nota van wijziging, V-N 2025/54.6
Overige fiscale maatregelen 2026. Nota naar aanleiding van het verslag, V-N 2025/48.4
Hoeveel deel ik met mijn partner en wie is mijn kind?, WFR 2025/290
Klimaatmaatregelen, WFR 2025/289
Belastingplan 2026 en het mkb: massa’s klein bier …, WFR 2025/288
Het kan eenvoudiger! De opvolgende verkrijging en de kunst van een leesbare wettekst, column Dick van Laren, Taxlive
Overige fiscale maatregelen 2026. Memorie van toelichting. Algemeen, V-N 2025/43.4
Overige fiscale maatregelen 2026. Wettekst en artikelsgewijze toelichting, V-N 2025/43.5
Overige fiscale maatregelen 2026. Nota van wijziging, V-N 2025/43.6
Inhoud pakket Belastingplan 2026 bekendgemaakt in fiscale beleids- en uitvoeringsagenda, V-N 2025/21.3
Naslag
Parlementaire geschiedenis
Documenten:
Staatsblad 2025, 445
Nota n.a.v. verslag, 36813, EK, C
Verslag, 36813, EK, B
Gewijzigd voorstel van wet, 36813, EK, A
Aangenomen amendement van het lid Van Eijk over uitbreiding overgangsrecht fgr, 36813, nr. 10
Aangenomen amendement van de leden Grinwis en Oosterhuis over het niet doorvoeren van technische wijzigingen die zien op het afschaffen van de korting op de bijtelling, 36813, nr. 9
36813, bijgewerkt t/m nr. 8
Tweede nota van wijziging, 36813, nr. 8
Nota n.a.v. verslag, 36813, nr. 7
Verslag, 36813, nr. 6
36813, bijgewerkt t/m nr. 5
Uitvoeringstoets nota van wijziging, 36813
Beslisnota nota van wijziging, 36813
Nota van wijziging OFM 2026, 36813, nr. 5
Uitvoeringstoetsen Belastingdienst
Uitvoeringstoets Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Advies Autoriteit Persoonsgegevens
Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport, 36813, nr. 4
Memorie van toelichting, OFM 2026, 36813, nr. 3
Voorstel van wet, OFM 2026, 36813, nr. 2
Koninklijke boodschap OFM 2026, 36813, nr. 1