Totstandkoming Overige fiscale maatregelen 2026 (36813)

Totstandkoming Overige fiscale maatregelen 2026 (36813)

Bijgewerkt t/m: 23-12-2025

Redactie

be33b650-3134-4503-8587-116a5e153eb9

De Staatssecretaris van Financiën heeft op Prinsjesdag het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2026 (OFM 2026) bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel is onderdeel van het pakket Belastingplan 2026. Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2026 in werking treedt. Soms geldt een afwijkende inwerkingtreding.

In het wetsvoorstel zijn de volgende maatregelen opgenomen:

Inkomstenbelasting. Loonbelasting

Technische verbeteringen in verband met de bijtelling privégebruik auto: de verlaagde bijtelling voor nieuwe zuinige, zeer zuinige en nulemissieauto’s komt per 1 januari 2026 te vervallen. In OFM 2026 zijn enkele technische wijzigingen opgenomen die samenhangen met het vervallen van de regeling, waaronder de verplaatsing van een overgangsregeling.

Inkomstenbelasting

Samentelbepaling maximale investeringsbedrag voor toepassing van de energie-investeringsaftrek (EIA): door de samentelbepaling kan voor de toepassing van de EIA per belastingplichtige per jaar in totaal ten hoogste € 151 miljoen aan energie-investeringen in aanmerking worden genomen. Dit ‘samentelplafond’ bestaat uit energie-investeringen in de eigen onderneming én energie-investeringen in een onderneming die deel uitmaakt van een samenwerkingsverband.

Herstel technische omissie pensioenen: een omissie in de inkomstenbelasting met betrekking tot de indexatie van de aftoppingsgrens van lijfrentepremies wordt met terugwerkende kracht hersteld tot en met 1 januari 2025. De aftoppingsgrens wordt niet geïndexeerd.

Loonbelasting

Het overgangsrecht franchiseloze pensioenregelingen wordt met twee jaar verlengd. De verruiming voor de pensioenopbouw voor 18 tot 20-jarigen geldt uitsluitend voor bestaande pensioenregelingen waarin geen AOW-franchise wordt gehanteerd.

Technische fiscale knelpunten Wet toekomst pensioenen: codificatie met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025 van het besluit van 14 april 2025, 2025-10544, Stcrt. 2025, 13021, V-N 2025/21.8 waarin goedkeuringen zijn gegeven voor prepensioenen, overbruggingspensioenen en wezenpensioenen. In het verlengde daarvan wordt ook het overgangsrecht voor nabestaandenoverbruggingspensioenen aangepast.

Vennootschapsbelasting

Aanpassing minimumkapitaalregel in de vennootschapsbelasting: met de aanpassing wordt de uitzondering voor intern liquiditeitsbeheer voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2026 nader ingeperkt, waardoor de rente op geldleningen die verband houden met deposito’s van natuurlijke personen alsnog onder de minimumkapitaalregel valt.

Tijdelijk overgangsrecht fonds voor gemene rekening: om kortstondige belastingplicht te voorkomen wordt voorgesteld een overgangsmaatregel te treffen die lichamen die tot en met 2024 als fiscaal transparant werden aangemerkt ook met ingang van 1 januari 2025 tijdelijk – dat wil zeggen tot het moment dat deze overgangsmaatregel vervalt – niet als fonds voor gemene rekening aan te merken indien dat lichaam daarvoor kiest.

Belastingheffing motorrijtuigen

Beëindiging van de teruggaafregeling voor vrachtauto’s in de motorrijtuigenbelasting bij inwerkingtreding van de Wet vrachtwagenheffing (gepland op 1 juli 2026).

Herstel tarieven Eurovignet: de tarieven in de Wet belasting zware motorrijtuigen worden hersteld door de tarieven met terugwerkende kracht tot en met 25 maart 2025 aan te passen conform de tarieven in het Eurovignetverdrag.

Milieuheffingen

Verwijzingen naar SBI-codes in de energiebelasting worden geactualiseerd.

Fiscaal bestuurs(proces) recht

De Belastingdienst en de Douane worden uitgezonderd van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.

Verder wordt een aantal omissies gerepareerd, zoals een aantal onjuiste verwijzingen in fiscale wetten en taalkundige omissies.

Nota van wijziging

In de overdrachtsbelasting wordt een ondergrens geïntroduceerd voor de belastingvermindering die wordt berekend bij opvolgende verkrijgingen.

In de Wet op belastingen van rechtsverkeer zijn regelingen opgenomen voor (i) opeenvolgende verkrijgingen van dezelfde onroerende zaken binnen zes maanden door een andere verkrijger en (ii) voor de opvolgende verkrijging van juridische eigendom en economische eigendom of andersom door dezelfde verkrijger.

De hoofdregel is dat de maatstaf van heffing bij de opvolgende verkrijging wordt verminderd met het bedrag waarover bij de vorige verkrijging overdrachtsbelasting was verschuldigd (maatstafvermindering). In de gevallen dat op de eerdere verkrijging een verlaagd tarief is toegepast geldt daarentegen dat de belasting die ter zake van de vorige verkrijging verschuldigd was in mindering moet worden gebracht op de belasting die bij opvolgende verkrijging verschuldigd is (belastingvermindering).

Per 1 januari 2026 gaat de systematiek van belastingvermindering ook gelden in gevallen waarin de eerdere verkrijging tegen het verlaagde tarief van 8% overdrachtsbelasting is belast. Door de introductie van een ondergrens in deze belastingvermindering wordt voorkomen dat over de tussentijdse waardestijging bij een volgende verkrijging die belast is tegen een lager verlaagd tarief (2%) geen of te weinig belasting wordt geheven. De ondergrens is het bedrag aan belasting dat een opvolgende verkrijger verschuldigd zou zijn als men de hoofdregel (maatstafvermindering) gebruikt voor de berekening van de verschuldigde belasting. Hiermee werd beoogd te voorkomen dat de belastingvermindering hoger is dan dat er cumulatie van belasting is.

Stand van zaken

Het voorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. De Tweede Kamer heeft het voorstel op 27 november 2025 aangenomen. Ook zijn amendementen nr. 9 en 10 aangenomen. De Eerste Kamer is op 16 december 2025 akkoord gegaan met het voorstel. De Eerste Kamer is op 16 december 2025 akkoord gegaan met het voorstel.

id-d5693e61-93db-497b-ae9f-0fc6e7ec2353

Documenten bij dit thema

Kies de voorgestelde versie per 1 januari 2026 in de tijdsbalk bij het wetsartikel (de voorgestelde versie is zeer binnenkort beschikbaar). Hier is vergelijken van versies ook mogelijk.

Art. 3.20 Wet IB 2001

Art. 3.42 Wet IB 2001

Art. 4.6 Wet IB 2001

Art. 4.13 Wet IB 2001

Art. 4.41 Wet IB 2001

Art. 10a.4 Wet IB 2001

Art. 10b.1 Wet IB 2001

Art. 49 Zorgverzekeringswet

Art. 10a Wet LB 1964

Art. 13bis Wet LB 1964

Art. 35o Wet LB 1964

Art. 36c Wet LB 1964

Art. 38b Wet LB 1964

Art. 38d Wet LB 1964

Art. 38q Wet LB 1964

Art. 59 Wet financiering sociale verzekeringen

Art. 2 Wet VPB 1969

Art. 15bd Wet VPB 1969

Art. 2.1 Wet bronbelasting 2021

Art. 9 Wet belastingen van rechtsverkeer

Art. 13 Wet belastingen van rechtsverkeer

Art. 14 Wet belastingen van rechtsverkeer

Art. 6 Wet BPM 1992

Art. 16b Wet BPM 1992

Art. 37a Wet motorrijtuigenbelasting 1994

Art. 37b Wet motorrijtuigenbelasting 1994

Art. 37c Wet motorrijtuigenbelasting 1994

Art. 37d Wet motorrijtuigenbelasting 1994

Art. 37e Wet motorrijtuigenbelasting 1994

Art. 37f Wet motorrijtuigenbelasting 1994

Art. 10 Wet BZM

Art. 64 Wet belastingen op milieugrondslag

Art. XV OFM 2026 (overgangsrecht Awb)

Art. 70b Invorderingswet 1990

Art. 70g Invorderingswet 1990

Art. 70h Invorderingswet 1990

Art. IXb Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling

Art. 25 Wet inkomstenbelasting BES

Pakket Belastingplan 2026. Aangenomen amendementen, V-N 2025/54.9

Overige fiscale maatregelen 2026, Tweede nota van wijziging, V-N 2025/54.6

Overige fiscale maatregelen 2026. Nota naar aanleiding van het verslag, V-N 2025/48.4

Hoeveel deel ik met mijn partner en wie is mijn kind?, WFR 2025/290

Klimaatmaatregelen, WFR 2025/289

Belastingplan 2026 en het mkb: massa’s klein bier …, WFR 2025/288

Overige fiscale maatregelen 2026. Memorie van toelichting. Algemeen, V-N 2025/43.4

Overige fiscale maatregelen 2026. Wettekst en artikelsgewijze toelichting, V-N 2025/43.5

Overige fiscale maatregelen 2026. Nota van wijziging, V-N 2025/43.6

Inhoud pakket Belastingplan 2026 bekendgemaakt in fiscale beleids- en uitvoeringsagenda, V-N 2025/21.3