Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.9.1
4.9.1 Minimumtarieven
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS298066:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
EC, Excise Duty Tables, Ref 1.023, Part I – Alcoholic Beverages, Part II – Energy products and Electricity, Part III – Manufactured Tobacco, Brussels: July 2006.
COM(2005)24 def..
Art. 5 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken. Van bier met een effectief alcoholvolumegehalte van niet meer dan 2,8%vol mag accijns worden geheven naar een verlaagd tarief, dat onder het minimumtarief mag liggen. De toepassing mag worden beperkt tot producten van GN-code 2206 die een mengsel van bier en niet-alcoholhoudende dranken bevatten.
Art. 9 lid 3 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken. Van alle soorten niet-mousserende en mousserende wijn met een effectief alcoholvolumegehalte van niet meer dan 8,5%vol mag accijns worden geheven naar verlaagde accijnstarieven.
Art. 13 lid 3 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken. Van alle soorten niet-mousserende en mousserende gegiste dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van niet meer dan 8,5%vol mag accijns worden geheven naar verlaagde accijnstarieven.
Art. 18 lid 4 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken. Van in bepaalde gebieden voortgebrachte likeurwijnen als bedoeld in art. 13, lid 1 en lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4252/88 mag accijns worden geheven naar één enkel verlaagd tarief, dat onder het minimumtarief liggen, doch niet meer dan 50% lager mag zijn dan het normale nationale accijnstarief, of niet lager mag zijn dan het minimumtarief dat wordt toegepast op tussenproducten.
Art. 18 lid 3 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken. Van tussenproducten met een effectief alcoholvolumegehalte van ten hoogste 15%vol mag accijns naar een verlaagd tarief worden geheven, mits dat tarief (1) niet meer dan 40% lager is dan het normale nationale accijnstarief en (2) niet lager is dan het normale nationale tarief dat wordt toegepast op niet-mousserende gegiste dranken. Ingevolge art. 18 lid 5 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken mag van tussenproducten die verpakt zijn in flessen met een champignonvormige stop die door draden of banden of anderszins is geborgd, of een overdruk hebben die teweeggebracht is door koolzuurgas in oplossing, van 3 bar of meer, accijns worden geheven naar hetzelfde tarief als dat voor andere mousserende gegiste dranken, op voorwaarde dat dit tarief hoger is dan het nationale tarief voor tussenproducten.
HvJ EG 26 februari 1991, nr. C-292/89, The Queen vs. Immigration Appeal Tribunal, ex parte Gustaff Desiderius Antonissen, Jur. 1991, p. I-745, r.o. 18: Een verklaring, opgenomen in de notulen van de zitting van de Raad tijdens welke een bepaling van afgeleid recht is vastgesteld, kan niet worden gebruikt bij de uitlegging van die bepaling wanneer de inhoud ervan niet in de tekst van de betrokken bepaling is terug te vinden en dus geen rechtskracht heeft.
COM(1989)527 van 7 december 1989, (PbEg 1990, C 12/12).
De Europese accijnstarieven zijn over de hele linie, veertien jaar na de voltooiing van de interne markt, nog slechts minimumtarieven. De minimumtarieven van de alcoholaccijnzen zijn sedert 1993 niet meer aangepast. De accijnstarieven voor de energieproducten en elektriciteit en de tabaksproducten zijn per 2004 aangepast.
De minimumtarieven moeten de lidstaten tot uitgangspunt nemen bij de vaststelling van hun nationale tarieven. De nationale tarieven van de EU27 vormen tezamen een labyrint van enorme tariefsdiversiteiten, ongelimiteerde verschillen, differentiaties en specifieke condities, waartoe de zes specifieke uitvoeringsrichtlijnen met hun reeksen uitzonderingen in staat stellen.1 De tariefsverschillen tussen de lidstaten, die nog versterkt worden door de verschillen in btw-tarieven tussen de lidstaten, vormen het grootste manco in het accijnsregime in relatie met de goede werking van de interne markt. Het accijnsregime met zijn minimumtarieven en ruimte voor ongelimiteerde tariefsverschillen vrijwel geheel gericht en ingericht op de heffing met toepassing van het bestemmingslandbeginsel, waarbij de heffing moet plaatsvinden in de lidstaat van verbruik, terwijl een internemarktconform stelsel gericht en ingericht behoort te zijn op toepassing van het internemarktbeginsel, waarbij de heffing plaatsvindt in het binnenland van de interne markt; de binnenlandse vrije markt van de Gemeenschap.
Deze diversiteit in tarieven weerspiegelt uiteenlopende nationale, dikwijls historisch, cultureel of traditioneel bepaalde belangen en is helaas in overeenstemming met alles wat niet thuishoort in een interne markt. Het vervallen van de tariefsverschillen en de derogaties in de uitvoeringsrichtlijnen brengt transparantie en samenhang in de Europese wetgeving en de interne markt, waarmee de lidstaten, de Gemeenschap, hun algemene doelstellingen van economische samenwerking en duurzame ontwikkeling en de Lissabon-strategie2 zeer gediend zijn.
De Tariefrichtlijn alcoholhoudende dranken, de Richtlijn energiebelastingen, de Tariefrichtlijn tabaksproducten en de Tariefrichtlijn sigaretten bevatten de uniforme minimumaccijnstarieven voor bier, mousserende en niet-mousserende wijnen, andere mousserende en niet-mousserende gegiste dranken, tussenproducten, gedistilleerde dranken, ethylalcohol, energieproducten en elektriciteit, sigaretten, sigaren en cigarillo’s, tabak van fijne snede, bestemd voor het rollen van sigaretten (shag), en rooktabak.
De Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken bevat verlaagde tarieven voor bepaalde soorten bier3, wijn4, gegiste dranken5, streekgebonden likeurwijnen6 en tussenproducten.7
De accijnzen van alcoholhoudende dranken en ethylalcohol gelden per categorie, onafhankelijk van het alcoholgehalte. De lidstaten hebben elkaar in een verklaring bij de raadsnotulen bij de vaststelling van de Tariefrichtlijn alcoholhoudende dranken plechtig beloofd de door de EC in 1989 voorgestelde streeftarieven te hanteren als referentiewaarden waaraan zij hun nationale tarieven zullen trachten aan te passen.
Dergelijke verklaringen zijn echter van nul en generlei waarde.8 De streeftarieven bedragen voor bier € 1.496 per hectoliter per graad Plato (gerealiseerd door 14 lidstaten), voor niet-mousserende wijn € 18.7 per hectoliter eindproduct (gerealiseerd door 11 lidstaten), voor mousserende wijn € 33 per hectoliter eindproduct (gerealiseerd door 18 lidstaten), voor tussenproducten € 93.5 per hectoliter eindproduct (gerealiseerd door 11 lidstaten), en voor ethylalcohol en gedistilleerde dranken € 1.398,1 per hectoliter absolute alcohol (gerealiseerd door 9 lidstaten).9