Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/2.4.3.5
2.4.3.5 Engagement
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS372366:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Volgens sommigen was engagement een van de pijlers onder het aandeelhoudersactivisme van de afgelopen jaren, zie nader Van der Elst/Aslan 2009, p. 14.
Commissie-voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft en van Richtlijn 2013/34/EU wat bepaalde onderdelen van de verklaring inzake corporate governance betreft, Brussel 9 april 2014, COM(2014) 213.
Een vergelijkbaar onderscheid wordt ook door Abma gemaakt, zie Abma 2007, p. 89.
Vgl. G. Raaijmakers 2009, p. 433 en Abma 2007, p. 76 en p. 109 e.v.
Zie uitgebreid over de ontwikkelingen in Nederland op dit gebied Paape/Lachotzki e.a. 2010 – Aandeelhoudersbetrokkenheid in Nederland.
In dat verband wordt ook wel van een dialoog gesproken, zonder dat duidelijk is wat daaronder precies zou moeten worden verstaan, zie G. Raaijmakers 2010, p. 314-315. Zonder volledigheid te beogen, zie verder Kuijpers 2011, p. 150-151; G. Raaijmakers 2009, p. 438; Strik 2007, p. 234 e.v.; Abma 2007, p. 136-140 en Honée 2007, p. 16-19.
In de praktijk komt het vaak voor dat aandeelhouders elkaar polsen over de te voeren strategie van de vennootschap, of er steun is voor veranderingen in de strategie en op welke andere manieren aandeelhouderswaarde kan worden gecreëerd, zie OECD 2007 – Research synthesis private equity and hedge funds, p. 55-56. Zie ook Abma 2007, p. 141.
Getallen zijn moeilijk te geven, ook voor institutionele beleggers zelf. Zie voor schattingen Paape/Lachotzki e.a. 2010 – Aandeelhoudersbetrokkenheid in Nederland, p. 95-98.
Eumedion Nieuwsbrief april 2013.
Zie voor meer achtergrond en een overzicht van de stand van zaken per eind 2014
In een eveneens eind 2014 op genoemde website gepubliceerd discussion paper wordt een en ander nader uiteengezet: <www.media.wix.com/ugd/1cf1e4_04e2ecc540f74689a24120445d0fe222.pdf>.
Eumedion 2012 – Comments consultation “Improving Engagement Practices by Companies and Institutional Investors”.
Eumedion-best practices voor betrokken aandeelhouderschap, voor de eerste maal vastgesteld in juni 2011, <www.eumedion.nl>. Eumedion constateert dat over de naleving van deze best practice, minder expliciet gerapporteerd wordt dan verwante best practices zoals het monitoren van beursvennootschappen of het stembeleid, maar dat alsnog de meerderheid van de deelnemers aan deze best practice voldoet (83%), zie de Monitoring rapportage 2014 betreffende de toepassing van Eumedion Best Practices Betrokken Aandeelhouderschap van 18 december 2014.
Eumedion-nieuwsbrief september 2013, <www.eumedion.nl>.
Zie nader Eumedion 2012 – Comments consultation “Improving Engagement Practices by Companies and Institutional Investors”.
Melis 2014, p. 351.
Veel wordt verwacht van het stimuleren van betrokkenheid of engagement van beleggers.1 Die betrokkenheid gaat verder dan de hiervoor genoemde initiatieven. In het begin 2014 gepubliceerde voorstel tot wijziging van de Aandeelhoudersrichtlijn, dat lange-termijnaandeelhoudersbetrokkenheid wil stimuleren, wordt betrokkenheid gedefinieerd als:
“het uitoefenen van toezicht door een aandeelhouder, alleen of samen met andere aandeelhouders, op vennootschappen met betrekking tot aspecten als strategie, prestaties, risico, vermogensstructuur en corporate governance, het voeren van een dialoog met vennootschappen over deze aspecten en het stemmen op de algemene vergadering;”2
Anders dan het vergroten van de zeggenschap of de participatie aan de besluitvorming (§ 2.4.3.3 en § 2.4.3.4), ziet betrokkenheid meer op de alledaagse gang van zaken en veronderstelt een zekere continuïteit en intensiteit.3 In zoverre gaat deze betrokkenheid vooraf aan participatie aan de besluitvorming en vormt zij een noodzakelijke voorwaarde daarvoor.4,5 Een belangrijk onderdeel van het denken in termen van aandeelhoudersbetrokkenheid is het onderhouden van contacten met andere aandeelhouders, naast contacten met het bestuur.6,7 Dergelijke contacten kunnen uitmonden in het innemen van gedeelde standpunten, maar ook in het gezamenlijk beïnvloeden van de strategie of het bestuur (zie hierna).
Aandeelhouderssamenwerking
Engagement is zeer kostbaar en tijdrovend, onder andere omdat dit een continu proces is.8 Juist op dit vlak kan samenwerking tussen aandeelhouders, men spreekt dan van collective engagement, leiden tot kostenbesparing (§ 2.2.3) en verbeterde informatieverschaffing (§ 2.2.4). Hetgeen hiervoor is opgemerkt in het kader van de andere oplossingsrichtingen geldt hier dus in versterkte mate. Van collective engagement wordt veel verwacht. Met name in de UK werd al enige tijd serieus nagedacht over hoe de institutionele aandeelhouders van Britse beursgenoteerde ondernemingen effectiever kunnen samenwerken.9 Onder meer de eerder genoemde UK Stewardship Code (principe 5) en het Kay Report van juli 2012 (aanbeveling 3), dat strekte tot een herijking van het functioneren van de Britse kapitaalmarkt en corporate governance10, vroegen hier aandacht voor. In het verlengde hiervan startten de koepelorganisaties van Britse pensioenfondsen (NAPF), verzekeraars (ABI) en vermogensbeheerders (IMA) in 2013 een werkgroep die heeft onderzocht hoe de institutionele aandeelhouders van Britse beursgenoteerde ondernemingen effectiever zouden kunnen samenwerken. Dat heeft geleid tot lancering eind 2014 van het UK Investor Forum11, dat moet dienen als een model voor effectieve, collectieve engagement door institutionele beleggers. Het Forum kent vier sub-fora: i) innovation (onderzoek en ontwikkeling) ii) advisory (voor zowel beleggers als bedrijven), iii) collective investor (voor engagement op de (middel)lange termijn) en iv) event driven (voor engagement op de korte termijn).12 In Nederland zijn er vergelijkbare ontwikkelingen. Voor Eumedion, het Nederlandse platform voor institutionele beleggers, is samenwerking een key pillar in haar visie betreffende aandeelhoudersbetrokkenheid. 13 Dat komt onder meer tot uiting in de best practice-bepaling dat aangesloten institutionele beleggers in voorkomende gevallen bereid zijn met andere (institutionele) beleggers gezamenlijk op te trekken.14 Sinds begin 2014 voert een aantal Eumedion-deelnemers (Pensioenfonds Vervoer, Robeco en TKP Investments namens Pensioenfonds KPN, Pensioenfonds PostNL en Pensioenfonds TNT) gezamenlijk engagement met Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen.15 Eumedion ondersteunt de engagementactiviteiten administratief en organisatorisch.16 Zo is er bijvoorbeeld een alert-service, die deelnemers op de hoogte stelt van controversiële voorstellen.17