Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/6.1
6.1 Inleiding
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284683:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
De onrechtmatigheid en het csqn-toets bleken zich bij begunstigende besluiten te hebben vermengd.
De onrechtmatigheid, de csqn-toets en de wettelijke bevoegdheid bleken zich te hebben vermengd bij bezwarende besluiten jegens de geadresseerde en besluiten jegens geadresseerde met schade voor derden tot gevolg.
Snijders e.a. 2017, nr. 212.
Of de bestuursrechter daadwerkelijk actiever is dan de civiele rechter is onderwerp van debat. Zie bijv. Damen 2006, p. 21 e.v.; Schlössels 2009 p. 39 e.v. en Schlössels/Schutgens/Zijlstra 2019, p. 95-99.
Zie bijv. Schlössels/Schutgens/Zijlstra 2019, p. 101-110.
Schlössels/Schutgens/Zijlstra 2019, p. 99-100.
Zie daarover uitvoerig Schuurmans 2005 en Schlössels/Schutgens/Zijlstra 2019, p. 101-110.
335. In het vorige hoofdstuk betoogde ik dat het dogma ‘ongeldig besluit = onrechtmatig besluit’ en het leerstuk van het ‘hypothetisch alternatief besluit’ een vermenging zijn van de leerstukken van onrechtmatigheid,1 csqn-verband en de wettelijke bevoegdheid2 als rechtvaardigingsgrond ex art. 6:162 lid 2 BW. Ik deed in dat hoofdstuk een voorstel om het besluitenaansprakelijkheidsrecht weer in te bedden in die leerstukken en zo in lijn te krijgen met het algemene civiele recht.
Die inbedding biedt een vruchtbare bodem om dieper in te gaan op de bewijsrechtelijke aspecten van het besluitenaansprakelijkheidsrecht. Het civiele bewijsrecht sluit namelijk aan op het materiële civiele recht. De objectiefrechtelijke leer neemt in art. 150 Rv tot uitgangspunt dat degene die zich beroept op een door het materiële civiele recht bepaald rechtsgevolg, de feiten moet stellen en zo nodig bewijzen die dat rechtsgevolg tot gevolg hebben.3 De inbedding in het algemene civiele recht biedt dus ook gelegenheid te onderzoeken welke bewijsrechtelijke leerstukken al zijn ontwikkeld in het algemene aansprakelijkheidsrecht voor de bewijsrechtelijke vragen waar ook het besluitenaansprakelijkheidsrecht tegenaan loopt. Die leerstukken kunnen mogelijk ook dienstdoen in het besluitenaansprakelijkheidsrecht.
336. Dit hoofdstuk schetst eerst kort welke vragen er ruwweg in het besluitenaansprakelijkheidsrecht over de bewijslastverdeling bestaan (§6.2). Daarna beschrijf ik hoe die bewijslastverdelingskwesties zich na mijn civiele inbeddingsinspanningen binnen het besluitenaansprakelijkheidsrecht oplossen. Verder bespreek ik welke middelen het bewijsrecht biedt om de eventuele scherpe randen daarvan af te halen. Door de inbedding in het algemene civiele recht moet dat nu eenvoudiger zijn. Die middelen zijn voor het algemene civiele recht namelijk al ontwikkeld (§6.3).
337. Het bestuursprocesrecht kent in het kader van de bestuursrechtelijke toetsing van de geldigheid van besluiten eigen bewijsregels. Die bestuursrechter heeft daarin (in theorie)4 een minder lijdelijke rol dan de civiele rechter5 en mag ook zelf bewijs verzamelen. Ondertussen neemt ook in het bestuursrechter de partij-autonomie echter een steeds belangrijkere plaats in.6 We zullen zometeen zien dat de Hoge Raad echter tot uitgangspunt neemt dat het besluitenaansprakelijkheidsrecht wordt beheerst door de civiele bewijsregels. Dit boek neemt dat eveneens tot uitgangspunt (zie §2.4). Het hoofdstuk gaat daarom niet zelfstandig in op de bestuursprocesrechtelijke bewijsregels.7 Dat neemt niet weg dat de regels wel overlappen en inspiratie kunnen bieden bij de invulling van de civiele bewijslastverdeling ten aanzien van de aansprakelijkheidsvraag. Ik zal hier en daar daarom ook verwijzen naar uitspraken met betrekking tot de bestuursrechtelijke bewijslastverdeling.