Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.3.4.c.i
9.3.4.c.i De door de doelvennootschap of groepsmaatschappijen gehouden aandelen
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS595342:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 30 juli 2013 (ro. 3.11), ARO 2013/140 (LBi International); OK 21 februari 2012 (ro. 3.14), JOR 2012/144 (Crucell); OK 20 december 2011 (ro. 3.10), JOR 2012/43 (Draka); OK 24 februari 2009 (ro. 3.11-3.12), JOR 2009/130 (Hagemeyer); OK 28 oktober 2008 (ro. 3.11), JOR 2008/335 (Numico). Opmerkelijk is dat de OK in de zaak OK 8 juni 2010 (ro. 3.12), JOR 2010/267 (CompleTel) de nuancering aanbrengt, dat de door de doelvennootschap gehouden aandelen ‘in beginsel’ buiten beschouwing blijven. Het is mij niet duidelijk in welke gevallen dergelijke aandelen wel meetellen.
Dit laatste volgt met zoveel woorden uit OK 8 juni 2010 (ro. 3.10-3.11), JOR 2010/265 (Econosto), waarin de OK de volgende berekening van de uitkoper overneemt: ‘Hence, (10, 652, 244 minus 30, 083 [door de doelvennootschap gehouden aandelen] is) 10, 622, 161 Public Offer Shares were tendered under the Public Offer’.
Evenzo Handboek (2013), nr. 199.8.
Aldus ook Olden onder JOR 2010/265; Bruining (2011), p. 121.
Evenzo Josephus Jitta (2012), p. 136 en onder JOR 2012/144.
OK 8 april 2014 (ro. 3.10), JOR 2014/163 (D.E. Master Blenders); OK 21 februari 2012 (ro. 3.14), JOR 2012/144 (Crucell).
S. 974(5)(6) CA 2006. Hierover Palmer (2013), 12.310.
S. 975(4) CA 2006.
Voor de berekening van het wettelijk prijsvermoeden laat de OK de door de doelvennootschap gehouden aandelen buiten beschouwing.1 Deze aandelen tellen niet mee voor zowel de vraag op hoeveel aandelen het bod ziet als voor de vraag hoeveel aandelen de uitkoper door de aanvaarding van het bod heeft verworven.2
Het uitsluiten van dergelijke aandelen heeft, anders dan bij het kapitaal- en stemrechtvereiste (§ 6.3.3 sub c en 6.4.3 sub b), geen wettelijke grondslag.3 Gelet op de strekking van het wettelijk prijsvermoeden is er voor de zienswijze van de OK wel wat te zeggen. Het vermoeden van een billijke prijs is gerechtvaardigd, indien een overgrote meerderheid van de aandeelhouders het bod geaccepteerd heeft. De doelvennootschap is wellicht niet voldoende onafhankelijk van de uitkoper, waardoor de door haar aangemelde aandelen geen goede indicatie geven voor de marktappreciatie van de biedprijs.4 Ik betwijfel echter of deze redenering altijd opgaat. De doelvennootschap staat het in principe vrij om haar aandelen wel of niet aan te melden.5 Het is evenmin duidelijk welke partijen nog meer als niet onafhankelijk gelden. De OK telt bijvoorbeeld evenmin de aandelen gehouden door de met de uitkoper in een groep verbonden rechtspersonen of vennootschappen mee.6 Geldt dit ook voor de bestuurders en de commissarissen die hun aandelen aanmelden?
Ik pleit daarom, naar het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk, om in de wet duidelijk te omschrijven welke aandelen wel en welke aandelen niet meetellen voor het wettelijk prijsvermoeden. De door de doelvennootschap gehouden aandelen tellen in de uitkoopregeling in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld wel mee, mits het voorafgaand bod ook op deze treasury shares betrekking had.7 De aandelen gehouden door associates van de uitkoper blijven daarentegen buiten beschouwing voor het wettelijk prijsvermoeden.8