Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/7.5.2
7.5.2 Lastgeving
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232813:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 7:414 BW.
Artikel 7:422 lid 1 jo 7:408 BW. Voor het bepalen wanneer er een belang is van de lasthebber wordt door artikel 7:422 lid 2 BW verwezen naar artikel 3:74 BW, welk artikel betrekking heeft op de verlening en het wijzigen of buiten werking stellen van een onherroepelijke volmacht. Uit de parlementaire geschiedenis van artikel 3:74 BW volgt dat niet kan worden aangenomen dat het genoemde belang van de STAK een belang is als bedoeld in artikel 3:74 BW, aangezien in die context vereist is dat de gevolmachtigde een belang heeft bij de te verrichten rechtshandeling als zodanig (Parlementaire geschiedenis BW boek 3, pagina 292). Aangezien bij certificering de STAK geen belang heeft bij de door haar verrichte rechtshandelingen, welke immers voor rekening van de certificaathouder verricht worden, kan die uitzondering zich dus in elk geval niet voordoen.
W.C.L. van der Grinten, Lastgeving, Kluwer Deventer 1993, pagina 28. Hij merkt op dat lastgeving kan zien op goederen die economisch aan de lastgever toebehoren en juridisch aan de lasthebber.
Parlementaire Geschiedenis BW Inv. 3, 5 en 6; boek 7 titels 1, 7, 9 en 14, pagina 307. Het incidenteel verrichten van rechtshandelingen is onvoldoende.
Vergelijk Vegter, preadvies 2004, pagina 125 – 126, alsmede P.J. Dortmond, Van der Heijden Handboek voor de naamloze en de besloten vennootschap, Kluwer Deventer 2013, paragraaf 197.
Evenzo bijvoorbeeld Eisma, preadvies 1990, pagina 81.
In het verlengde van de vraag of certificering een overeenkomst van opdracht kan inhouden, kan de vraag rijzen of sprake is van lastgeving. Lastgeving is een species van de overeenkomst van opdracht, waarbij lasthebber zich verbindt om voor rekening van de lastgever een of meer rechtshandelingen te verrichten, in eigen naam of in naam van de lastgever.1 Indien certificering gekwalificeerd zou kunnen worden als overeenkomst van lastgeving, dan geldt ook hier een dwingendrechtelijke opzeggingingsbevoegdheid, met een uitzondering voor zover de overeenkomst strekt tot het verrichten van rechtshandelingen in het belang van de lasthebber of een derde.2
Het feit dat de lasthebber eigenaar is van de goederen waarop de lastgeving betrekking heeft, sluit lastgeving niet uit,3 zodat dit aspect van certificering niet in de weg hoeft te staan aan de kwalificatie als overeenkomst van lastgeving. De kern van deze overeenkomst is echter de verplichting van de lasthebber om rechtshandelingen te verrichten.4 Hoewel certificering met zich kan brengen dat de STAK rechtshandelingen verricht ten aanzien van het gecertificeerde vermogen en derhalve voor rekening van de certificaathouder, zal de beheersovereenkomst doorgaans niet gericht zijn op het verrichten van rechtshandelingen, maar op het beheer van de gecertificeerde goederen. In beginsel zal er dus geen sprake zijn van een overeenkomst van lastgeving, hoewel dit onder specifieke omstandigheden wellicht anders zou kunnen zijn.5
Uiteraard kan de vraag of sprake is van lastgeving slechts aan de orde komen, indien eerst geconcludeerd is dat sprake is van een overeenkomst van opdracht, aanzien lastgeving een bijzondere vorm van opdracht is. Omdat van een overeenkomst van opdracht geen sprake is, kan mijns inziens reeds om die reden geen sprake zijn van lastgeving.6