Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/11.2.10:11.2.10 Onderzoeksvraag 10
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/11.2.10
11.2.10 Onderzoeksvraag 10
Documentgegevens:
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS441322:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is het mogelijk om een Natura 2000-gebied te beschermen door middel van subsidies?
Deze onderzoeksvraag is beantwoord in hoofdstuk 6 van dit boek. Ingevolge artikel 6 Hrl rust op EU-Lidstaten de verplichting om Natura 2000-gebieden te beschermen. Dit kan onder meer door middel van passende wettelijke, bestuursrechtelijke of op een overeenkomst berustende maatregelen. Volgens de Europese Commissie kunnen voor dat doel het LIFE+ programma en de Europese fondsen voor de plattelandsontwikkeling worden ingezet. Het is mogelijk om met behulp van subsidieovereenkomsten positieve instandhoudingsmaatregelen af te dwingen. Dit is niet mogelijk op basis van het beheerplan voor Natura 2000-gebieden en/of andere generieke instrumenten in de Nbw 1998. In het kader van onderzoeksvraag 10 zijn de belangrijkste Europese en nationale subsidieregelingen aan een onderzoek onderworpen.
Het Europese LIFE+-programma (beleidsterrein ‘Natuur en biodiversiteit’) is zeer geschikt voor de cofinanciering voor (positieve) instandhoudingsmaatregelen in Natura 2000-gebieden. Dit programma is speciaal in het leven geroepen voor het realiseren van de doelstellingen van de Vrl en de Hrl. Het huidige LIFE+ programma loopt af in 2013 en wordt vervangen door het LIFE-programma. Naar verwachting biedt dit (nieuwe) vergelijkbare mogelijkheden als de huidige regeling. In de praktijk is het ook mogelijk om de ELFPO-verordening en de bijbehorende Europese fondsen voor plattelandsontwikkeling voor de subsidiëring van instandhoudingsmaatregelen in te zetten. De mogelijkheden daartoe zijn gecodificeerd in de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer en Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap (hierna: SNL en Sknl). Er bestaat geen directe relatie tussen de opzet en de uitwerking van SNL/Sknl en de bescherming van Natura 2000-gebieden. Toch is het wel mogelijk om beide regelingen te gebruiken voor de bescherming van Natura 2000-gebieden. Daarbij is wel sprake van aantal belangrijke beperkingen. Het indienen van een aanvraag voor een natuursubsidie gebeurt op basis van vrijwilligheid. In de meeste gevallen wordt daarbij door de aanvragers gekozen voor de beperkte beheerpakketten. Deze pakketten zijn vanuit een ecologisch perspectief bezien meestal minder effectief dan de uitgebreide beheerpakketten. In het huidige stelsel wordt het subsidieplafond voor de SNL en Sknl jaarlijks vastgesteld. Dit heeft tot gevolg dat de mogelijkheden om een subsidie aan te vragen van jaar tot jaar sterk kunnen verschillen. Veel overheidsinstellingen (waaronder Staatsbosbeheer) vallen niet onder het toepassingsbereik van de SNL en de Sknl. Dit kan problemen opleveren omdat de Nederlandse overheden verantwoordelijk zijn voor het beheer van grote oppervlakten natuur. Het indienen van een SNL- of een Sknl subsidie is alleen mogelijk als een habitat of soort is opgenomen in de onderliggende Index Natuur en Landschap. Deze index is echter gericht op habitattypen. Concrete omschrijvingen en doelstellingen ten behoeve van de bescherming van soorten ontbreken en de gevolgde systematiek sluit niet aan bij de Hrl. De SNL en Sknl vormen geen integrale regeling voor het hele landelijk gebied. Het indienen van een aanvraag voor een natuursubsidie is alleen mogelijk voor zover een gebied en een beheertype zijn opgenomen in het provinciale Natuurbeheerplan. In de praktijk worden regelmatig niet de ecologisch meest geschikte maar de economisch meest geschikte gebieden aangewezen.
Aanbeveling aan de praktijk
In de toekomst moet het subsidieplafond voor de SNL/Sknl voor een langere periode – bijvoorbeeld voor 5 of 10 jaar – worden vastgelegd. Dit biedt meer rechtszekerheid en maakt het natuurbeheer minder ‘conjunctuurgevoelig’ waardoor het gemakkelijker wordt om lange termijn projecten, zoals de ontwikkeling van moerasgebieden of de reactivering van hoogveen, te realiseren.
Aanbeveling aan de wetgever en de praktijk
Natuurbeheer is in veel gevallen gebaat bij continuïteit en een lange termijn aanpak. Om die reden is het noodzakelijk om de looptijd van de SNL-subsidies te verlengen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een termijn van 10 jaar.
Aanbeveling aan de wetgever
Om de effectiviteit en doelmatigheid van het subsidie-instrument te verhogen moet het aantrekkelijker worden gemaakt om een uitgebreid beheerpakket aan te vragen. Dit doel kan worden bereikt door de vergoeding voor dergelijke pakketten substantieel te verhogen. De vergoeding voor de beperkte beheerpakketten moet echter worden verlaagd. Het is denkbaar dat het noodzakelijk is om structureel meer geld vrij te maken ten behoeve van natuurbeheer. Het verhogen van het budget voor natuurbeheer ligt in tijden van economische crises en bezuinigingen – zoals thans het geval is – vanuit een politiek perspectief niet (erg) voor de hand.
Aanbeveling aan de wetgever
De systematiek van de SNL en Sknl moet worden aangepast. Bij de vaststelling van de Index Natuur en Landschap dienen de habitats en soorten van de Vrl en Hrl als uitgangspunt te dienen. Dit is relatief eenvoudig te realiseren door de omschrijvingen uit de Vrl/Hrl en de Interpretation manual of European Union Habitats integraal in de Index Natuur en Landschap en het Natuurbeheerplan op te nemen.
Aanbeveling aan de wetgever
Het is noodzakelijk om nadere regels met betrekking tot het natuurbeheerplan vast te stellen. Bij de vaststelling van dit plan moet rekening worden gehouden met de ligging van Natura 2000-gebieden. Daarnaast moeten de instandhoudingsdoelstellingen en de bijbehorende instandhoudingsmaatregelen in acht worden genomen. De selectie van gebieden die in aanmerking komen voor een subsidie dient plaats te vinden op basis van ecologische, en niet op basis van economische geschiktheid. Dat betekent dat alle Natura 2000-gebieden en de EHS per definitie onderdeel uit moeten maken van het natuurbeheerplan.
Aanbeveling aan de wetgever
Om de effectiviteit van het natuurbeheer te vergroten moet het toepassingsbereik van de regeling worden uitgebreid tot alle overheidsinstanties. Onder de huidige regelgeving kan voor het beheer van grote oppervlakte natuur (bijvoorbeeld de bezittingen van Staatsbosbeheer) geen subsidie worden aangevraagd. Dit is onnodig en kan in het uiterste geval ten koste gaan van de mogelijkheden om Natura 2000-gebieden in eigendom en/of beheer van de overheid adequaat te beschermen. Door het openstellen van de SNL en Sknl voor alle overheidsinstanties ontstaat een generieke subsidieregeling. Tevens dient een dergelijke aanpak de transparantie en de eenvoud.
Aanbeveling aan de wetgever
De juridische grondslag voor de SNL en de Sknl is opgenomen in de Wet inrichting landelijk gebied. Beide regelingen zijn van groot belang voor natuurbeheer en de aanleg en inrichting van nieuwe natuur. Om die reden is het voor de handliggend om de juridische grondslag voor de SNL en de Sknl te verankeren in de Nbw 1998 of in de toekomstige Wet natuurbescherming. Dit maakt het mogelijk om het toepasselijke wettelijk kader beter op elkaar af te stemmen. Een betere afstemming van de relevante regels kan in positieve zin bijdragen aan de bescherming van Natura 2000-gebieden.