Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/4.8.3
4.8.3 Bekendmakingen via het CIR en individuele kennisgevingen
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708272:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Bijvoorbeeld HR 10 januari 1992, NJ 1992/195 (Balkema/De Ranitz q.q.), r.o. 3.2. Zie ook HR 1 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2765 (Lehman Brothers), r.o. 3.6.1.
Zie voor een uitspraak waarin – hoewel de rechtbank het beroep ten overvloede inhoudelijk behandelt – de rechtbank Dordrecht onverkort vasthoudt aan de beroepstermijn Rechtbank Dordrecht 3 november 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BO3191. Een voorbeeld van een uitspraak waarin wordt geoordeeld dat de termijn pas aanvangt nadat de belanghebbende in kennis is gesteld van de beschikking is Rechtbank Rotterdam 12 oktober 2001, JOR 2001/268. Zie hierover verder, ook met andere vindplaatsen, Wessels Insolventierecht IV 2020/4072 en 4073. Zie hierover ook Verstijlen, GS Faillissementswet, artikel 67 Fw, aant. 3.4 (laatst bijgewerkt: 2 februari 2022).
HR 8 februari 1991, NJ 1992/406. Vergelijk voor de gewone verzoekschriftprocedure HR 23 december 2005, NJ 2006/31, r.o. 3.2. Anders: Rechtbank Limburg 3 juni 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:4957, r.o. 3.5.3. Het oordeel van de rechtbank Limburg in deze uitspraak dat de beroepstermijn eerst begint te lopen op het moment dat een belanghebbende in kennis wordt gesteld van de onderbouwing van de beslissing is mijns inziens in strijd met geldend recht en ook niet wenselijk.
Zie in dit verband HR 11 november 2016, NJ 2017/87 (Binderij Letterboer), r.o. 3.4. Een sprekend voorbeeld waarbij dat niet is gebeurd is het faillissement van HSK B.V. Dat faillissement is op 2 september 2014 uitgesproken en na cassatie (HR 5 juni 2015, NJ 2015/320) vernietigd door het hof in Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 17 september 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:3641). Inmiddels had de curator de boedel (vrijwel) volledig vereffend.
Als een uitkering kan worden gedaan aan de faillissementsschuldeisers, dan moet de curator met enige regelmaat alle schuldeisers informeren. Zo dient de curator schuldeisers bijvoorbeeld te informeren als het faillissement vereenvoudigd wordt afgewikkeld (137a lid 2 Fw). Wordt het faillissement niet vereenvoudigd afgewikkeld, dan moet de curator schuldeisers onder meer op de hoogte stellen van de verificatievergadering die plaatsvindt (art. 109 Fw) en van de neerlegging van de voorlopige crediteurenlijsten (art. 115 Fw). Als alle informatie die beschikbaar is over de afwikkeling van het faillissement in het CIR wordt opgenomen, is het niet nodig dat schuldeisers individueel op de hoogte worden gesteld van diverse stappen in het faillissementsproces. Noodzakelijk is dan wel dat schuldeisers en andere belanghebbenden een melding krijgen van mededelingen en publicatie van stukken in het CIR. Dit kan door partijen die toegang hebben tot een faillissementsdossier de mogelijkheid te bieden in te stellen dat zij via een door hen opgegeven e-mailadres meldingen krijgen van publicaties in het CIR.
Op grond van het CIR Besluit worden veel (dicta van) beschikkingen van de rechter-commissaris opgenomen in het CIR. Deze beschikkingen moeten op grond van artikel 67 lid 3 Fw uiterlijk de werkdag volgend op de dag van de uitspraak worden ingeschreven in het CIR. Als partijen die toegang hebben tot het faillissementsdossier op een door hen opgegeven e-mailadres een melding krijgen dat een beschikking van de rechter-commissaris is gepubliceerd, dan is de beschikking door plaatsing in het CIR afdoende ter kennis gebracht aan belanghebbenden. Beschikkingen die niet in het CIR worden gepubliceerd,1 moeten door de rechter-commissaris alsnog op andere wijze onverwijld ter kennis worden gebracht van bekende belanghebbenden.2 Dat geldt – eventueel op verzoek – ook voor beschikkingen waarvan alleen het dictum wordt opgenomen in het CIR.
De beroepstermijn van vijf dagen vangt aan op het moment dat de beschikking is gewezen (art. 67 lid 1 Fw). Alleen de beroepstermijn tegen de machtiging tot het opzeggen van arbeidsovereenkomsten vangt aan op het moment dat de werknemer van de machtiging kennis heeft kunnen nemen. Als de meeste beschikkingen van de rechter-commissaris worden gepubliceerd in het CIR, valt er wat voor te zeggen dat alle termijnen aanvangen op het moment dat een belanghebbende op de hoogte had kunnen zijn van de beschikking. Door dat in de wet op te nemen, komt ook een einde aan het verschil van inzicht hierover in de lagere rechtspraak.3 Wordt een beschikking in het CIR geplaatst en wordt hiervan een melding verzonden, dan begint de beroepstermijn op dat moment te lopen. Als alleen het dictum is opgenomen in het CIR, kan een belanghebbende ook op de hoogte zijn van de beschikking op het moment dat de publicatie in het CIR plaatsvindt. Ook dan zou de termijn op het moment van publicatie moeten aanvangen, zij het dat een belanghebbende die niet op de hoogte is of had kunnen zijn van de onderbouwing van de beslissing in beroep kan komen op nader aan te voeren gronden.4
Van belang is wel dat schuldeisers op de hoogte zijn van de uitspraak van het faillissement, van de mogelijkheid kennis te nemen van het faillissementsdossier in het CIR en van de mogelijkheid tot het ontvangen van meldingen bij publicaties in het CIR. In de Faillissementswet zou daarom moeten worden opgenomen dat de curator alle bekende schuldeisers op de hoogte stelt van het faillissement en inlicht over de informatievoorziening via het CIR. Publicatie van het faillissement in de Staatscourant en op een voor eenieder toegankelijk deel van het CIR blijft noodzakelijk voor het informeren van niet bekende schuldeisers en andere belanghebbenden. Meldt een bij aanvang van de faillietverklaring onbekende schuldeiser zich bij de curator, dan stelt de curator deze schuldeiser op de hoogte van de informatieverstrekking via het CIR. Recofa en/of INSOLAD zouden twee standaardbrieven op kunnen stellen: een brief voor schuldeisers die bij aanvang van het faillissement bekend zijn en een brief voor schuldeisers die zich in een later stadium melden.
Net zoals in artikel 6.1 van de INSOLAD Praktijkregels 2019 is bepaald, zou in de wet bepaald moeten worden dat de curator bekende schuldeisers in beginsel zo snel mogelijk na zijn aanstelling moet aanschrijven. Alleen als op voorhand evident is dat geen uitkering kan worden gedaan aan de faillissementsschuldeisers, mag de curator na toestemming van de rechter-commissaris hiervan afzien. De curator kan de aanschrijving ook na toestemming van de rechter-commissaris uitstellen als een rechtsmiddel is ingesteld tegen de faillietverklaring. Dergelijk uitstel is alleen gerechtvaardigd als de curator pas op de plaats maakt bij de afwikkeling van het faillissement.5