Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/6.2
6.2 De Europese Economische Gemeenschap
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS454077:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het mislukken van de ratificatie van het EDG-verdrag vanwege de afwijzing in het Franse parlement was echter wel een flinke domper voor de Zes, zie hierover: Segers 2013, p. 103.
Op 8 april 1965 volgde het Verdrag van Brussel, dat per 1 juli 1967 in werking trad. Hierin werden de organen van de drie gemeenschappen (EGKS, Euratom, EEG) samengevoegd in één Commissie en één Raad van de Europese Gemeenschappen. Het Verdrag van Brussel is ingetrokken bij het Verdrag van Amsterdam.
De verschillende stappen in economische integratie bestaan uit een vrijhandelszone, een douane-unie, een gemeenschappelijke markt en een EMU. Bij een vrijhandelszone gelden er onderling geen invoerheffingen en zijn de tarieven van de lidstaten ten opzichte van andere landen verschillend. Bij een EMU is er sprake van een gemeenschappelijk economisch en monetair beleid.
Het voeren van een gemeenschappelijke handelspolitiek ten opzichte van derde staten is nader uitgewerkt in het derde deel van het verdrag, titel II, hoofdstuk 3 (art. 110 tot en met 116 EEG-verdrag). Een gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt nader besproken in het tweede deel van het verdrag, titel II (art. 38 tot en met 47 EEG-verdrag). Het gemeenschappelijk beleid op het gebied van vervoer wordt beschreven in titel IV van het tweede deel van het verdrag (art. 74 tot en met 84 EEG-verdrag).
De vier vrijheden worden nader uitgewerkt in titel I en III van het tweede deel van het EEG-verdrag.
Hoofdstuk 1 en 2 van titel II van het derde deel van het EEG-verdrag.
Szász 1999, p. 8.
De EGKS vormde het startschot op het terrein van Europese integratie. Al snel daarna volgden initiatieven voor een Europese defensiegemeenschap (hierna: EDG) en een Europese politieke gemeenschap. Hoewel beide plannen mislukten, stokte de ontwikkeling op Europees terrein daar niet.1 Er bestond echter verschil van mening over de vraag of de Zes door moesten gaan met integratie op een bepaald deelterrein, ook wel sectorintegratie genoemd, waarvoor bij de EGKS was gekozen, of dat men voor een bredere vorm van integratie moest gaan. In dat kader ontstonden zowel plannen voor een Europese gemeenschap voor atoomenergie (hierna: Euratom) als voor een Europese Economische Gemeenschap (hierna: EEG). Onder meer op grond van het Beyen-plan en het Spaak-rapport, genoemd naar de Nederlandse en Belgische ministers van Buitenlandse Zaken, kwamen in 1957 de Verdragen van Rome tot stand, bestaande uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap. Beide verdragen werden op 25 maart 1957 ondertekend en traden op 1 januari 1958 in werking.2
Het EEG-verdrag benadrukt in de considerans allereerst dat de Zes vastberaden zijn om de grondslagen te leggen voor een steeds hechter verbond (an ever-closer Union) tussen de Europese volkeren. Artikel 1 richt vervolgens de EEG op.
Het verdrag richt zich op twee verschillende stappen van economische integratie, namelijk op een douane-unie en op een gemeenschappelijke of interne markt.3 Bij een douane-unie worden in dat gebied geen onderlinge invoerrechten geheven en geldt er een gemeenschappelijk buitentarief ten opzichte van niet-lidstaten. Een gemeenschappelijke markt gaat nog een stap verder door het vrije verkeer van productiefactoren te realiseren.
Het EEG-verdrag noemt zowel het creëren van een douane-unie als het instellen van een gemeenschappelijke markt als doel voor het grondgebied van de Zes, die op dat moment nog ieder hun eigen valuta hanteerden.4 Bovendien richt het verdrag zich op het voeren van een gemeenschappelijk beleid op het gebied van handelspolitiek, landbouw en vervoer.5 De douane-unie dient volgens het verdrag te worden beschouwd als fundament voor de gemeenschappelijke markt, die tot stand moet worden gebracht via de vier vrijheden van goederen, personen, diensten en kapitaal.6 Het EEG-verdrag geeft hiervoor een periode van twaalf jaar, verdeeld in drie etappes van elk vier jaar.7
Het EEG-verdrag bevat voorts bepalingen over de conjunctuurpolitiek en de betalingsbalans, die bedoeld zijn om de instelling van een gemeenschappelijke markt te ondersteunen.8 De lidstaten zijn overeen gekomen dat conjunctuur- en wisselkoerspolitiek aangelegenheden zijn van gemeenschappelijk belang en dat economisch en monetair beleid gecoördineerd moet worden, voor zover nodig voor de werking van de interne markt. Het economisch beleid moet verder gericht zijn op een evenwichtige betalingsbalans en het behoud van vertrouwen in de valuta, aldus het verdrag. Hierbij hebben de lidstaten afgesproken naar een hoge mate van werkgelegenheid en een stabiel prijspeil te streven. Alleen op deze wijze kan volgens het verdrag het algemene doel van de EEG, het verbeteren van de economische positie van de lidstaten en het creëren van nauwere betrekkingen tussen de verschillende landen, bereikt worden.9
Waar het EGKS-verdrag beperkt bleef tot Europese integratie op het terrein van kolen en staal, had het EEG-verdrag een hogere doelstelling met de instelling van een gemeenschappelijk markt en het vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal. Hoewel erkend werd dat het nog geruime tijd zou duren voordat dit project voltooid zou worden, zette de EEG met het creëren van een douane-unie belangrijke eerste stappen op weg naar een volledige gemeenschappelijke markt. De bepalingen uit het EEG-verdrag over de conjunctuurpolitiek en de betalingsbalans voegden vanwege de grote mate van vrijblijvendheid nog niet veel toe aan dit streven naar een interne markt en moeten achteraf vooral worden gezien als goedbedoelde intenties.10 In de praktijk bleken de lidstaten ieder hun eigen prioriteiten te hebben op het terrein van hun betalingsbalans, de werkgelegenheid en de prijsstabiliteit, waardoor de verschillende economieën niet zozeer convergeerden, zoals de bedoeling was van het EEG-verdrag, maar eerder divergeerden.