De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.3.1.2:2.3.1.2 Onbevoegde vertegenwoordiging
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.3.1.2
2.3.1.2 Onbevoegde vertegenwoordiging
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS390618:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 4 juni 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB6842, NJ 1966/469, m.nt. J.H. Beekhuis.
HR 26 juni 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4215, NJ 1982/1, m.nt. J.M.M. Maeijer (Van Willigen Vuren).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de VOF onbevoegd is vertegenwoordigd en ook niet op een andere grond aan de rechtshandeling is gebonden (andere gronden zijn bijvoorbeeld dat de zaak ten voordele van de vennootschap heeft gestrekt, art. 7A:1681 BW, of dat de VOF de rechtshandeling heeft bekrachtigd, art. 3:69 lid 3 jo. 3:78 BW), dan is slechts de handelende vennoot gebonden.1 Dit volgt uit art. 7A:1681 BW, welk artikel bepaalt dat het beding dat een handeling voor rekening van de maatschap is aangegaan, slechts de vennoot verbindt die deze handeling is aangegaan, tenzij hij een volmacht had van de andere vennoten (waaronder ook moet worden verstaan de vertegenwoordigingsbevoegdheid op grond van art. 17 WvK) of de handeling de maatschap ten voordeel heeft gestrekt. De wederpartij kan de handelende vennoot dus aanspreken tot nakoming.2
De vennoot die onbevoegd namens de VOF heeft gehandeld kan niet zelf jegens zijn wederpartij een beroep doen op zijn eigen onbevoegdheid en kan zo dus niet onder gebondenheid of schadevergoeding uitkomen. De Hoge Raad bepaalde:3
‘Een vennoot die tegenover een partij die met de vennootschap onder firma wil contracteren, in strijd met de waarheid de indruk wekt dat hij volledig bevoegd is om de vennootschap bij het aangaan van dit contract te vertegenwoordigen, kan zich tegenover de wederpartij die van de beperking van zijn - des vennoots - bevoegdheid om de vennootschap te verbinden niet op de hoogte is, niet erop beroepen dat deze die beperking uit het Handelsregister te weten had kunnen komen. Ook als die vennoot zelf bij het aangaan van het contract zich niet van de beperking van zijn bevoegdheid bewust was, zal hij de gevolgen van de door hem gewekte schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid voor zijn rekening moeten nemen. Het staat niet aan hem om ter ontkoming aan eigen aansprakelijkheid zijn wederpartij voor te houden, dat deze uit het Handelsregister had kunnen ontdekken dat de door hem - vennoot - gewekte schijn in strijd met de waarheid was.’