Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/10.4:10.4 Samenvatting en conclusies
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/10.4
10.4 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977007:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het centrale doel van de Wet verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen is het op één lijn brengen van het handelen van de school met de kernwaarden van de democratische rechtsstaat. De gemeenschappelijke kern is enerzijds de ontwikkeling van het respect voor en de kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de mensen- en kinderrechten, zoals deze in de Grondwet en de internationale verdragen zijn vastgelegd. Anderzijds gaat het om het toerusten van de leerlingen met de vereiste sociaalmaatschappelijke competenties (zoals de politieke socialisatie). Met deze competenties zijn de leerlingen in staat om deel uit te maken van en bij te dragen aan de democratische samenleving. De scholieren moeten, om het voorgaande te bewerkstelligen, op school kunnen oefenen met waarden zoals de vrijheid van meningsuiting, de gelijkwaardigheid (Awgb), autonomie, verdraagzaamheid en non-discriminatie.
De verduidelijking vormt een aanscherping van de burgerschapsopdracht tot de bevordering van actief burgerschap en de doelgerichtheid van en de samenhang bij burgerschapsvorming. Aanscherping is op zich begrijpelijk. Desalniettemin is deze aanscherping naar mijn mening enerzijds onvoldoende en anderzijds te vérgaand in het normatief voorschrijven van een bepaalde visie en de wijze van handelen. De nieuwe bepaling wil dat leerlingen de basisprincipes van vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit erkennen en volmondig respect hebben voor de democratische rechtsstaat, hetgeen vanaf de basisschool bijgebracht moet worden. Hiertoe moet een vast onderdeel van burgerschapsvorming worden vastgelegd in het curriculum, waarvan het onderwijs in democratische kennis, sociale vaardigheden en burgerschapshoudingen onderdeel uitmaakt.
De Wet verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs versterkt de positie van de burgerschapsvorming in de onderwijssectorwetten. De kern ligt in de verduidelijking en de aanscherping van de doelbepalingen in de burgerschapsopdracht. Het betreft niettemin een nogal abstracte formulering van wat de leerlingen moeten kennen, kunnen en willen met het oog op een succesvolle participatie in de democratische rechtsstaat en de plurale samenleving. De nadruk ligt daarbij op het leren van de kernwaarden, de rechtsstatelijke vereisten van de democratische rechtsstaat zijn, de gedeelde basiswaarden van de plurale samenleving met een sterk in-gekleurde nadruk op het gelijkheidsbeginsel en het in de praktijk des levens in acht nemen van de kern- en basiswaarden.