Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4
4 Burgerschapsvorming II: 1968-1991 Staatsinrichting/recht/ maatschappijleer
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977002:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 14 OWvo. Staatsexamen is mogelijk tot 1 januari 1975 (artikel 1).
Wet van 14 februari 1963, Stb. 1963, nr. 40 tot regeling van het voortgezet onderwijs, zoals gewijzigd bij de Overgangswet W.V.O., Stb. 1967, nr. 386.
Over staatsinrichting, zie: K. Dogterom, ‘Staatsinrichting in het onderwijs. Politiek leren denken’, M & P 2022, 07, p. 20-22.
Economische wetenschappen en recht is gesplitst in I en II (ministeriële circulaire van 20 oktober 1970 A.V.O. 70-64, 3). De onderwijsbevoegdheid van de bezitters van het doctoraal Nederlands recht voor economische wetenschappen I en recht (vwo) is onder 2 verleend.
In de examenklas hbs-a staan de vakken staatsinrichting en recht respectievelijk onder voorwaarden en als verplicht examenvak in het schooljaar 1972/73 voor het laatst op het rooster.1 Op 1 augustus 1968 zijn de Wet op het voortgezet onderwijs Wvo (1963) en de OWvo (1967) in werking getreden.2 De Wvo introduceert de scholengemeenschappen vwo/havo/mavo, de brugklas en de vrije vakkenkeuze (het vakkenpakket) in de bovenbouw vwo/havo/mavo. De vakken geschiedenis en staatsinrichting zijn gecombineerd.3 Het vak recht is in 1970 gevoegd bij de vakken economische wetenschappen (vwo) en handelswetenschappen (havo).4 Maatschappijleer is op alle schooltypen een verplicht twee-uursvak. De Wet op het basisonderwijs (1981) legt de kennisgebieden maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting (artikel 9 lid 2 onder d Wbo), geschiedenis en geestelijke stromingen vast. De Wet op de expertisecentra (Wec) codificeert de kennisgebieden maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting (so) (artikel 13 lid 3 onder d), geschiedenis, waaronder staatsinrichting (vso) (artikel 14 lid 1 onder b), en geestelijke stromingen. Staatsinrichting krijgt in 1990 de politieke kringloop van Easton tot kerncurriculum. Het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) vormt vanaf 1992 de basis van het vak recht.
4.1 Inwerkingtreding Wvo 1963 en OWvo 1967 per 1 augustus 19684.2 Kamervragen over verbreding bevoegdheid Staatsinrichting MO 19694.3 Verzwaring MO-Geschiedenis/Na- en bijscholing geschiedenisleraren4.4 Staatsburgerlijke vorming, te vondeling gelegd kind 19704.5 VSW-voorstel: van staatsinrichting naar ’democratie en organisatie’ 19704.6 Pleidooien voor juridische vorming4.7 Initiatiefwetsvoorstel-Schuring, Tilanus en Bos 19714.8 Commissie Modernisering Leerplan Maatschappijleer 19714.9 CML Economische wetenschappen en recht 19744.10 Algemeen onderwijsleerplan 19754.11 CML Geschiedenis en staatsinrichting 19754.12 Nota Contouren van een toekomstig onderwijsbestel 19754.13 VSW-CML maatschappelijke en staatsburgerlijke vorming 19764.14 VGN-rapport didactiek geschiedenis en staatsinrichting 19764.15 Juridische vorming: recht en kennis van het economisch leven 19784.16 Centraal schriftelijk examen geschiedenis en staatsinrichting 1978/794.17 Moties over maatschappijleer 1977-19804.18 Recht in het voortgezet onderwijs 1979-19964.19 Maatschappijleer4.20 Wet op het basisonderwijs 19814.21 WEM en SEM 19824.22 Van der Woude: staatsinrichting of staatkunde? 19824.23 Voorstellen over het voortgezet basisonderwijs (Vbao)/basisvorming4.25 Aclo economische wetenschappen en recht (vwo) 19834.26 Staatsinrichting4.27 CHE: Kerndoelen basisvorming; bevordering niet-neutrale waarden 19904.28 Maatschappijleer examenvak 19904.29 Onderwijs in het recht: Degenkamp en Van Dijck 19914.30 Samenvattende conclusies