Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/2
2 Burger en burgerschap
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977255:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Mijn De Europese Gemeenschappen en Het Europese parlement, Zutphen: Thieme 1978; vgl. H. Lelieveldt & B. Oomen, ’Internationale en Europese politiek in de les. Voorbij droge institutiekunde’, M & P 2012, 02, p. 14-17, Kamerbrief BNC-fiche van 22 mei 2019, Kamerstukken II 2018/19, 22112, p. 2807 (Rechtsstatelijkheid van de Europese Unie) en EU-Burgerschaps-rapport 2020 (Kamerstukken II 2020/21, 22112, p. 3059).
Zie: N. Besselink, ‘Wereldburgerschap van kinderen’, Trouw 7 september 2012.
Vgl. Onderwijsraad 2011 en Onderwijs vormt 2011, Van Dalen 1990, p. 9, Corstens 2015 en 2023, en Assink e.a. (red.), 2023.
Vgl. Lokin & Zwalve 2014.
In dit hoofdstuk onderzoek ik de ontwikkeling van de begrippen burger en burgerschap en analyseer ik het preferente vormingsideaal van verbindend democratisch burger. Deze analyse geeft inzicht in de betekenis van de begrippen burger - formeel-juridisch en materieel - en burgerschap. Aan de basis hiervan ligt het staatsburgerschap. Vanuit Europees1 en mondiaal2 perspectief hebben de sociale opvoeding, socialisatie en kwalificatie tot (staats) burger als doel: (a) de persoonsvorming en (b) de bevordering van het willen en kunnen participeren van leerlingen in de democratische rechtsstaat en plurale samenleving.3 Hierna is in par. 2.1 de ontwikkeling beschreven van de noties burger en burgerschap met oude papieren in de Europese ideeëngeschiedenis vanaf de Griekse bakermat.4 Par.2.2 handelt in een begripshistorische context over burgerschapsconcepten met staatsburgerlijke, maatschappelijke en culturele dimensies. Ten slotte bevat par. 2.3 samenvattende conclusies.
2.1 Burger en burgerschap: verbreding en verdieping2.2 Burger en burgerschap in begripshistorische context2.3 Samenvattende conclusies