Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.11.0:Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.11.0
Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS611448:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Persbericht Europese Commissie van 7 februari 2007, nr. IP/07/154, V-N 2007/12.14, en de brief van de Staatssecretaris van Financiën van 1 oktober 2007, nr. AFP2007/703, V-N 2007/48.8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 12c Wet VPB 1969 is de regeling van de zogenoemde ‘rentebox’ opgenomen. Dit is de opvolger van het CFM-regime, dat vanwege haar karakter van verboden staatssteun moest worden afgeschaft. De regeling komt op het volgende neer: indien alle in Nederland belastingplichtige groepsmaatschappijen daar gezamenlijk om verzoeken, wordt bij elke maatschappij het groepsrentesaldo van die maatschappij voor circa 80% buiten de heffingsgrondslag gelaten. Op basis van het tarief van de vennootschapsbelasting van 25,5% (in 2008) is de effectieve belastingdruk over het groepsrentesaldo slechts 5%. Het groepsbegrip vervult hierbij een facilitaire functie.
Overigens wordt de grondslagkorting toegepast op het saldo van ontvangen en betaalde groepsrente. Hierdoor zal de rentebox alleen aantrekkelijk zijn voor een internationaal opererend concern, dat de betaalde rente in het buitenland tegen een hoger tarief kan aftrekken, en de rente in Nederland laagbelast kan ontvangen. In dit verband is de regeling nog niet in werking getreden; de Europese Commissie doet nog een formeel onderzoek in het kader van de staatssteunregeling.1