Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VI.3.5.d
VI.3.5.d De incidenten en de vennootschap
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS382185:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Asser (1997), p. 72-73. Zie instemmend Leijten (1997), p. 80. Hij wees op de schaduw die de feiten op een nog te voeren enquêteprocedure konden werpen.
Zie voor de afwijzing van een vordering om de kosten van het deskundigenbericht voor rekening van de vennootschap te laten komen: OK 9 december 1999, JOR 2000/32 (Noro/Morepa), ro. 4.23. De OK stelde onder meer dat de vennootschap geen procespartij was. Deze incidentele vordering kwam overigens niet geheel uit de lucht vallen, aangezien het honorarium van de drie deskundigen ruim fl. 70.000 bedroeg, terwijl de waarde van het 50%-aandelenpakket volgens hen fl. 184.000 bedroeg.
De procesrechtelijke positie van de vennootschap is niet geheel duidelijk (zie verder § IV.4). Asser meende dat de wet haar niet als partij wilde beschouwen. Zijns inziens moest voeging niettemin mogelijk zijn. De vennootschap diende argumenten in het debat te kunnen aanvoeren. Zij was een soort 'proceshulp', vond Asser. Zijn uitgangspunt was dat de vennootschap zoveel mogelijk de behartiging van haar belang met haar eigen procespositie moest kunnen waarborgen.1
Ik ga er vanuit dat voor de vennootschap ook de algemene procesrechtelijke regels voor een 'derde met een belang' gelden. Dit brengt mee dat zij kan voegen of tussenkomen. Een veroordeling van de vennootschap tot overname van de aandelen is niet mogelijk, maar een veroordeling in de kosten van het deskundigenbericht wél. De rechter kan deze kosten verdelen tussen een partij en de vennootschap, of geheel ten laste laten komen van de vennootschap. Hierbij geldt dat de vennootschap niet bij verrassing kan worden veroordeeld; de rechter moet haar ter zake hebben gehoord, stelt art. 2:340 lid 1 BW.2