Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/IV.5.3:IV.5.3 Insiders in art. 2:16 lid 2 BW
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/IV.5.3
IV.5.3 Insiders in art. 2:16 lid 2 BW
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178715:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Blanco Fernández 2002, p. 129, Wolf 2013, p. 321 en GS Rechtspersonen/ Huizink 2018, art. 2:8 BW, aant. 6.1.
Voor bestuurders en commissarissen volgt dit tevens uit art. 2:9 BW. Zie HR 29 november 2002, NJ 2003/455 (Berghuizer papierfabriek). In dezelfde zin De Roo 2018.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is het zinvol het Duitse onderscheid tussen insiders en derden ook te maken in de context van art. 2:16 lid 2 BW? Ik zou menen van wel. De gevallen waarin sprake is van een extern werkend besluit, zijn in meerderheid bijzondere rechtsbetrekkingen tussen de rechtspersoon en een nauw bij haar betrokken persoon, zoals een bestuurder, commissaris en aandeelhouder. Deze ‘institutioneel betrokkenen’ vallen bovendien binnen de kring van art. 2:8 BW,1 zodat zij zich in overeenstemming met de redelijkheid en billijkheid moeten gedragen (art. 2:8 lid 1 BW). Evenals de Duitse Treu und Glauben brengen de redelijkheid en billijkheid met zich dat een institutioneel betrokkene moet handelen in overeenstemming met de wet en de statuten.2 Ook moet een betrokkene op de hoogte zijn van de besluitvorming binnen de rechtspersoon. Mijns inziens geldt deze plicht onverminderd indien de betrokkene handelt als wederpartij van de rechtspersoon. Wat hij weet in hoedanigheid, weet hij ook in privé. Een onderscheid tussen rechtspersonenrechtelijke kennis en privékennis is gekunsteld. Ik werk deze stellingen hierna uit voor bestuurders, commissarissen, aandeelhouders en werknemers afzonderlijk.