Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.C.6.c:c. De nuance: onduidelijke regelgeving
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.C.6.c
c. De nuance: onduidelijke regelgeving
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS471282:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij lezing van bovenstaande gerechtelijke uitspraken bestaat het gevaar dat bij de lezer een weinig genuanceerd beeld ontstaat van de Kampense praktijken op kavelruilgebied. Kwalificaties als ‘fraude’ en ‘malversaties’ dragen hier in belangrijke mate aan bij. Hoewel het in de basis abject en infaam1 is om de kavelruil op een dergelijke wijze te ‘misbruiken’, pleiten er ook enkele zaken in het voordeel van de notarisklerk en de notaris. Om een meer evenwichtig beeld te geven van de gebeurtenissen, is vermelding van deze ‘verzachtende omstandigheden’ noodzakelijk en correct.
Reeds vanaf het eerste proces heeft de notarisklerk zich verweerd met de stelling dat in de praktijk onduidelijkheid bestond over de vraag of in de gevallen waarin de kavelruil niet door de DLG werd goedgekeurd, het toch mogelijk zou zijn om een beroep op de vrijstelling van overdrachtsbelasting te doen. Zoals hierna in het fiscale onderdeel uitgebreid zal blijken is er onder het regime van de Landinrichtingswet inderdaad regelmatig sprake geweest van onduidelijkheid op fiscaal gebied: het civielrechtelijke en het fiscale traject waren slecht op elkaar afgestemd. Als ‘summum’ van deze onduidelijkheid kan het besluit van 12 november 2004 worden genoemd, waarin de goedkeuring van de kavelruilovereenkomst door de DLG als ‘indicatief voor de fiscale beoordeling van de kavelruil wordt aangemerkt.2
De Kamer van Toezicht heeft de Kampense notaris op grond van vorenstaande onduidelijkheid op fiscaal gebied geen maatregel opgelegd.3 De officier van justitie vordert in dit licht bezien vrijspraak voor de notarisklerk van de tenlastegelegde fiscale delicten. De Rechtbank beaamt dat er weliswaar sprake is van onduidelijkheid op fiscaal gebied, maar dat dit los staat van de constatering dat, nu van meet af aan duidelijk was dat van objectieve verbetering van de inrichting van het landelijk gebied geen sprake was en tevens vaststond dat sprake was van een schijnconstructie (de heen-en weer levering van enkele percelen) om zo een kavelruil tot stand te brengen, van enige onduidelijkheid geen sprake kan zijn.
De handelwijze van de notaris en diens klerk kunnen derhalve nog steeds als ontoelaatbaar worden bestempeld (het riekt zelfs naar fraus legis, maar dit is, vooral gezien het karakter en de inhoud van het leerstuk fraus legis, 4 niet met absolute zekerheid te zeggen), maar de onduidelijke regelgeving op (met name) fiscaal gebied is een omstandigheid, die voor het vormen van een afgewogen en volledig oordeel over deze kwestie van groot belang is. De onduidelijkheden binnen het wettelijk kader vormen verzachtende omstandigheden voor de bij deze kavelruilen betrokken notarieel juristen. In dit licht dient ook de hiervoor in onderdeel b.4 geciteerde bewijsopdracht aan IJsseloevers te worden gezien. Als de zaken op civielrechtelijk en fiscaal gebied eind jaren negentig volkomen duidelijk waren geweest, was voor een dergelijke bewijsopdracht geen plaats geweest.