Artikel 6 EVRM en de civiele procedure
Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.3.4.3.a:4.3.4.3.a Objectieve omvang van uitsluiting
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.3.4.3.a
4.3.4.3.a Objectieve omvang van uitsluiting
Documentgegevens:
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS306152:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit is overigens een reden temeer om de overlegging en uitwisseling van processtukken op een openbare mondelinge (rol-)zitting af te schaffen; het probleem dat de processtukken eerst openbaar zouden zijn zodra zij op de openbare rolzitting zijn genomen (zie Dommering (1983), p. 207), doet zich dan niet voor.
Voor wat daar onder verstaan wordt verwijs ik naar par. 43.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 6 EVRM zegt dat de openbaarheid 'gedurende het gehele proces of een deel daarvan' kan worden uitgesloten. Art. 4 Wet RO en 27 Rv, die ook spreken van gehele of gedeeltelijke behandeling met gesloten deuren, zijn daarmee in overeenstemming. Twee aantekeningen maak ik daarbij:
Zoals wij hierboven gezien hebben beperkt de openbaarheid zich niet tot de mondelinge behandeling ter terechtzitting. De gehele procedure dient in beginsel in het openbaar behandeld te worden, ook voor zover die procedure schriftelijk gevoerd wordt (zie par. 43.1.1). Dit impliceert tevens dat het vraagstuk van de uitsluiting van openbare behandeling eveneens niet slechts betrekking zou moeten hebben op de (mondelinge) terechtzitting, maar ook op het schriftelijke gedeelte van de procedure. Consequentie daarvan is, dat niet alleen de toegang tot de terechtzitting wordt uitgesloten, maar dat daarmee tevens de toegang tot de processtukken wordt afgesneden. Het toestaan van toegang tot de laatste zou de weigering van toegang tot het eerste voor een groot deel zinledig maken. Slechts het fysieke aspect (het 'apies kijken', zoals dat in strafrechtjargon heet) zou dan afgeschermd worden, terwijl het inhoudelijke aspect (de conclusies van partijen, het proces-verbaal van de zitting en dergelijke) onaangetast zou blijven.1 Wil met de effectuering van de uitsluitingsgronden in art. 6 EVRM ernst gemaakt worden, dan dient derhalve de uitsluiting zich ook uit te strekken tot het schriftelijke gedeelte van de civiele procedure.
Vanaf welk moment en tot wanneer is de uitsluiting van kracht?
Hier moet onderscheiden worden tussen de algemene en bijzondere uitsluitingen. Van de laatste mag in beginsel aangenomen worden dat besloten behandeling gedurende de gehele procedure geïndiceerd is. De besloten behandeling dient dan ook plaats te vinden vanaf het begin der procedure.2 In de loop van de procedure kan daarvan worden afgeweken indien een der partijen prijs stelt op openbare behandeling en zich geen redenen voordoen die daaraan in de weg staan.
Bij de algemene gronden gaat de uitsluiting eerst in op het moment waarop de rechter constateert dat één van die gronden zich voordoet en de uitsluiting 'beveelt' (art. 27 Rv). In dit bevel bepaalt de rechter dan in een voorkomend geval voor hoelang de gesloten behandeling duurt.