Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/4.5.2
4.5.2 Arbeidstijden en hybride werkenden
Nuna Zekić, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Nuna Zekić
- JCDI
JCDI:ADS288438:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vlg. E.M. Bevers, ‘10. Platformarbeid: 10.5 Gevolgen kwalificatie’, in Kroon en De Casparis.
Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd.
Zie ook HvJ EU 16 juli 2020, C-658/18, ECLI:EU:C:2020:572, JAR 2020/219, m.nt. Bartens (UX/Italiaanse regering).
HvJ 22 april 2020, C-692/19, ECLI:EU:C:2020:288, JAR 2020/145, m.nt. Said (Yodel).
Dat doet het Hof wanneer ‘de aan het Hof voorgelegde prejudiciële vraag duidelijk kan worden afgeleid uit de bestaande rechtspraak of wanneer het antwoord op de gestelde vraag geen redelijke twijfel toelaat’, zie Yodel, r.o. 21. Zie over deze zaak ook hoofdstuk 3 van dit boek.
Yodel, r.o. 16-18.
Zie bijvoorbeeld HvJ EU 21 februari 2018, C-518/15, ECLI:EU:C:2018:82 (Matzak).
Yodel, r.o. 45. Said is terecht kritisch in haar noot over deze ‘vrijheden’ die het Hof heeft opgesomd als aanwijzingen voor het feit dat er geen sprake van een arbeidsovereenkomst zou zijn, zie JAR 2020/145.
Zie bijvoorbeeld V. De Stefano, ‘EU Court of Justice’s decision on employment status does not leave platforms off the hook’, Regulating for Globalization, 29/04/2020 <http://regulatingforglobalization.com/2020/04/29/eu-court-of-justices-decisio n-on-employment-status-does-not-leave-platforms-off-the-hook/>, geraadpleegd op 12 mei 2021.
Bij platformwerkers die ook multi-jobbers zijn, zal het vaak gaan om hybride vormen van arbeid: werk in loondienst gecombineerd met werk als zelfstandige. De Arbeidstijdenwet geldt in principe niet voor zelfstandigen. Art. 1:1 lid 2 sub a Arbeidstijdenwet stelt als werkgever gelijk degene die een ander onder zijn gezag arbeid doet verrichten. Indien dus een gezagsrelatie kan worden vastgesteld, dan dient het platform jegens de platformwerker de Arbeidstijdenwet na te leven, ook als er sprake is van een opdrachtovereenkomst.1 In art. 2:7 Arbeidstijdenwet is wel de mogelijkheid opgenomen om de toepassing van de Arbeidstijdenwet in bepaalde situaties uit te breiden naar zelfstandigen, indien dat noodzakelijk is ter voorkoming van ernstig gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van andere personen. Het gaat dan om situaties waarin ook de veiligheid van derden in het geding is, zoals in de vervoerssectoren.
De Arbeidstijdenwet geeft uitdrukking aan de Arbeidstijdenrichtlijn van de EU en moet in dat licht worden uitgelegd, wat onder andere betekent dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU in dit verband relevant kan zijn.2 Daarnaast gebruikt de Arbeidstijdenrichtlijn de term ‘worker’ en die term kent een autonome betekenis in het Europese arbeidsrecht.3 Recentelijk heeft het Hof van Justitie zich gebogen over een aantal prejudiciële vragen over de toepasselijkheid van de Arbeidstijdenrichtlijn op werk dat vaak onder platformwerk wordt geschaard.4 Hierbij was gekozen voor een beschikking in plaats van een volwaardig arrest.5 Het ging om een Britse zaak, waarin de werker (een koerier) werkzaam voor Yodel (een pakketbezorgingsservice) voor de rechter verzocht om aangemerkt te worden als werknemer in de zin van de Arbeidstijdenrichtlijn. Op grond van zijn overeenkomst mocht de koerier zich echter te allen tijde laten vervangen, mits de vervanger maar aan de kwalificaties voldeed. De koerier kreeg per pakketje betaald. Hij mocht voor concurrenten van Yodel werken en hij was vrij in het kiezen van tijdstip en volgorde van bezorging van de pakketjes. De verwijzende rechter stelde echter eerst vast dat het naar Brits recht uitgesloten is dat deze koerier als ‘worker’ wordt aangemerkt. De status ‘worker’ – verwijzend naar een categorie werkenden tussen ‘employees’ en ‘self-employed independent contractors’ – veronderstelt onder Brits recht dat de werker verplicht is het werk persoonlijk te verrichten. Daarnaast betekent het feit dat de koeriers met wie Yodel een dienstenovereenkomst heeft gesloten, niet verplicht zijn hun diensten uitsluitend aan die onderneming te verlenen en daarom moeten zij, volgens de verwijzende rechter, worden aangemerkt als ‘self-employed independent contractors’.6
Het is aan de nationale rechters om te kijken naar alle omstandigheden van het geval en vast te stellen of een zelfstandige werker, zoals de koerier in kwestie, kan worden aangemerkt als een werknemer in de zin van de staande rechtspraak.7 Kijkend naar deze omstandigheden oordeelt het Hof dat de Arbeidstijdenrichtlijn aldus moet worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzet dat een persoon die op grond van een dienstenovereenkomst waarin is bepaald dat hij als een zelfstandige werkt, voor de doeleinden van die richtlijn als een ‘werknemer’ wordt aangemerkt, wanneer die persoon de vrijheid heeft om: (a) subcontactors te gebruiken voor de uitvoering van het werk, (b) het werk al dan niet te aanvaarden of eenzijdig te bepalen hoeveel hij werkt, (c) voor derden te werken, en (d) binnen bepaalde parameters zijn eigen werktijden te bepalen.8
Echte zelfstandigen zijn dus uitgesloten van de toepassing van de Arbeidstijdenrichtlijn. Het Hof merkt daarbij terecht op dat dit alleen geldt op voorwaarde dat deze vrijheid niet ‘fictief’ lijkt en het bestaan van ondergeschiktheid van die persoon niet kan worden aangetoond, wat aan de nationale rechter is om te bepalen. Deze nuancering is voor platformwerk cruciaal, nu vaak wordt betwist dat de platformwerkers echt vrij zijn om werk te weigeren – ondervinden ze daar bijvoorbeeld geen nadelen van bij de toedeling van de ‘klussen’ door het algoritme? – of om de werktijden naar eigen behoeften in te delen.9