De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.3.4:15.3.4 Overgang van gezamenlijke naar individuele overwegende zeggenschap: het uiteenvallen van het samenwerkingsverband
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.3.4
15.3.4 Overgang van gezamenlijke naar individuele overwegende zeggenschap: het uiteenvallen van het samenwerkingsverband
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368853:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor kwam de situatie aan de orde dat degene die eerst alleen overwegende zeggenschap hield, in onderling overleg gaat handelen met andere aandeelhouders (§ 15.3.3). Hoe moet nu worden geoordeeld over het omgekeerde geval, het uiteenvallen van het samenwerkingsverband waarbij een aandeelhouder met overwegende zeggenschap overblijft?1
Ook hier is de toetssteen of er sprake is van een change of control (§ 15.3.2). Is daarvan geen sprake, dan is een biedplicht niet nodig. Indien degene die uiteindelijk – na het uiteenvallen van het samenwerkingsverband – overwegende zeggenschap houdt, ook al de controle in het samenwerkingsverband kon uitoefenen, is een biedplicht onnodig. Ook denkbaar echter is dat degene die overblijft met overwegende zeggenschap na het uiteenvallen van de samenwerking, voordien de controle in het samenwerkingsverband moest delen met (de) andere deelnemers. Dit kan zich onder meer voordoen indien de overige deelnemers hun belangen in de doelvennootschap overdragen aan een van hen, die daardoor in zijn eentje overwegende zeggenschap kan uitoefenen. Mogelijk is ook dat zij slechts een deel van hun belangen overdragen, terwijl de samenwerking voor het overige intact blijft. Als gevolg van de nieuwe concentratie van zeggenschap ontstaat voor minderheidsaandeelhouders een risico op benadeling. Een vrijstelling acht ik gelet daarop niet op zijn plaats. Daar komt bij dat een vrijstelling de mogelijkheid voor misbruik zou openen. Onder de vleugels van een vrijgesteld samenwerkingsverband zou dan ongehinderd de controle kunnen worden verworven.2