Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/7.4
7.4 Doorkijk naar de toekomst
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS614944:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer de site van het Ministerie van VROM: http://www.vrom.nl/pagina.html?id=20712 en van het RIVM: http://www.rivm.nYmilieuportaal/bibliotheek/databases/rrgs.jsp.
De reden voor invoering van het stelsel is dat de overheid beschikt over ca. 30.000 verschillende systemen om gegevens vast te leggen. Bepaalde gegevens worden daardoor in meerdere systemen geregistreerd én bijgehouden. Om dit proces te vereenvoudigen en de dienstverlening te verbeteren is besloten het stelsel van basisregistraties in te voeren. Dit stelsel zorgt ervoor dat elk (basis)gegeven één bron kent.
Voor meer informatie over het stelsel van basisregistratie zie de site van de e-overheid: http://www.eoverheid.nYsites/stelselbasisregistraties/stelselbasisregistraties.html.
Zoals hiervoor is weergegeven zal met betrekking tot de registratie van (de eigendom van) leidingen in de nabije toekomst nog wel het een ander gaan plaatsvinden. In par. 7.2.4.3 is aangegeven dat een 3D (of op nog langere termijn 4D) registratie van de eigendom van netten in de nabije toekomst mogelijk zal gaan worden. Zowel op administratief als op technisch gebied zullen hiervoor nog de nodige 'drempels' moeten worden genomen. Zo ook zal de centrale registratie van liggingsgegevens in het kader van de Wion nog de nodige technische en politieke drempels tegenkomen, maar wanneer nut en noodzaak van een dergelijke centrale registratie ook door de leidingsector zelf zal worden ondersteund, zal invoering van een centrale liggingsregistratie relatief snel kunnen gebeuren. De vervlechting van deze centrale liggingsregistratie met de registratie van de eigendom van netten (en wellicht ook de registratie van de gevaarlijke buisleidingen zoals bijgehouden door het RIVM1) zal dan een volgende stap kunnen zijn die — inclusief de nodige technische en politieke drempels — genomen kan worden op weg naar een 'nog' completere registratie ten behoeve van de ondergrondse ordening.
Het stelsel van basisregistraties zou nog tot een verdere ontwikkeling kunnen leiden. De overheid voert verschillende basisregistraties in ter verbetering van de administratieve processen binnen de overheid.2 Voorbeelden van basisregistraties zijn onder meer de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) met gegevens over ingezetenen, het Handelsregister van de Kamer van Koophandel met gegevens van bedrijven en instellingen, de Basisregistraties kadaster en topografie met alle percelen, de kadastrale kaart en topografische kaarten etc.3 De kadastrale registratie is per 1 januari 2008 verheven tot basisregistratie en conform artikel 48, tweede lid, sub a Kw zijn de kadastrale aanduiding van onroerende zaken en van appartementsrechten zogenaamde authentieke gegevens. Indien een bestuursorgaan bij de vervulling van zijn publiekrechtelijke taak een gegeven nodig heeft dat als authentiek gegeven beschikbaar is, gebruikt het dat authentieke gegeven (artikel 7k, eerste lid Kw). Dit betekent in de huidige situatie dat de kadastrale aanduiding van een net een authentiek gegeven is dat binnen de overheid verplicht gebruikt zal moeten worden. Denkbaar is dat wanneer vervlechting plaatsvindt van de verschillende hiervoor genoemde registraties dat die centrale registratie tot basisregistratie zal worden verheven (`basisregistratie leidingen') waardoor met betrekking tot bijvoorbeeld de inhoud, het beheer, de financiering en de kwaliteit van de registratie bepaalde wettelijke waarborgen gaan gelden.
Op Europees niveau zal in de (nabije) toekomst ook informatie over leidingen en netten beschikbaar worden gemaakt. Dit zal niet zozeer gebeuren op basis van één centrale registratie van leidingen, maar door oprichting van een infrastructuur (van internetportalen) voor ruimtelijke informatie. Richtlijn 2007/2/EG van 14 maart 2007 (richtlijn `INSPIRE') verplicht lidstaten ruimtelijke informatie waarover zij beschikken te delen en ervoor te zorgen dat overheidsinstanties (op nationaal en Europees niveau) toegang hebben tot deze informatie, deze kunnen uitwisselen en voor openbare doeleinden kunnen gebruiken die met het milieu verband houden. Ruimtelijke gegevens zijn onder meer: gegevens over adressen, kadastrale percelen, gebouwen, de kwaliteit van lucht, water of bodem, biodiversiteit, bodemgebruik, vervoersnetwerken, hoogte, geologie en ook nutsdiensten, zoals riolering, afvalbeheer, energievoorziening, watervoorziening e.d. De lidstaten zullen bepaalde netwerkdiensten ter beschikking moeten stellen zodat gebruikers ruimtelijke gegevens kunnen zoeken, raadplegen en downloaden. Op EUniveau zal een (internet) portaal worden opgericht die alle diensten van de lidstaten toegankelijk maakt. De lidstaten mogen zelf ook via hun eigen nationale toegangsportaal diensten verlenen om ruimtelijke gegevens beschikbaar te stellen. Op termijn zullen lidstaten gegevens over nutsdiensten (riool, energie, water) op Europees niveau moeten ontsluiten. Het resultaat van de oprichting van deze Europese infrastructuur is dus ook dat gegevens over nutsleidingen grensoverschrijdend kunnen worden geraadpleegd. Kortom, op termijn is zowel een verbetering of verandering van de registratie van eigendom van netten te verwachten (3D-registratie), als ook de informatievoorziening op Europees niveau aangaande nutsleidingen. Tevens is een onderzoek naar één centrale registratie van liggingsgegevens in het kader van de Wion toegezegd zodat in de (nabije) toekomst nog volop ontwikkelingen zullen of kunnen plaatsvinden die zien op de (centrale) registratie (of ontsluiting) van netten.