Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/11.2.3.3
11.2.3.3 De aanvullende preventieve werking en de aanvulling van het handhavingstekort
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582399:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Bij de publiekrechtelijke handhaving kan de gelaedeerde bijvoorbeeld de oplegging van een voorlopige last onder dwangsom (art. 83 Mw) verzoeken bij de NMa. Het kan echter geruime tijd duren voordat de NMa een beslissing neemt op een aanvraag tot het opleggen van een voorlopige last onder dwangsom. Zie § 11.3.5.
Kemper 2004, p. 11. Kemper beschouwt het ontstaan van meer jurisprudentie van de burgerlijke rechter op het gebied van mededingingsrecht en schadeberekening ook als voordeel van de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. De toename van het aantal uitspraken van de burgerlijke rechter zou in zijn visie kunnen leiden tot meer rechtszekerheid voor ondernemers en consumenten.
De aanvullende preventieve werking kan een rol spelen in die gevallen waarbij de publiekrechtelijke handhaving tekortschiet. De aanvullende preventieve werking van de privaatrechtelijke handhaving kan op verschillende wijzen ontstaan. In de eerste plaats kan van de privaatrechtelijke handhaving een aanvullende preventieve werking uitgaan als gevolg van het feit dat schenders van het mededingingingsrecht naast de publiekrechtelijke boetes ook het risico lopen om schadevergoeding te moeten betalen aan de gelaedeerden. De mogelijke verplichting om schadevergoeding te moeten betalen aan de gelaedeerden zorgt ervoor dat de kosten voor de schenders van het mededingingsrecht hoger worden, zodat in de uiteindelijke kosten-baten analyse het onaantrekkelijker wordt om de mededingingsregels te schenden. In de tweede plaats kan van de privaatrechtelijke handhaving enige preventieve werking uitgaan bij schendingen van het mededingingsrecht die niet publiekrechtelijk worden gehandhaafd. Dit kan het het gevolg zijn van een gebrek aan middelen bij de mededingingsautoriteiten en het stellen van andere prioriteiten. Te denken valt aan het gebrek aan publiekrechtelijke handhaving van niet-hardcore restricties (zie nader mijn bespreking in § 11.12). Het publiekrechtelijke handhavingstekort kan in dergelijke gevallen worden aangevuld met de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. Tevens kan de privaatrechtelijke handhaving in sommige situaties sneller tot concreet resultaat leiden dan de publiekrechtelijke handhaving. Te denken valt aan het instellen van verbods- en gebodsacties voor de voorzieningenrechter in kort geding.1
Privaatrechtelijke handhaving kan ook leiden tot de verhoging van een mededingingscultuur en van het bewustzijn van de mededingingsregels.2 Deze verhoging van het bewustzijn van de mededingingsregels kan weer leiden tot een grotere preventieve werking en betere naleving van het mededingingsrecht door ondernemers.