Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/3.2.1
3.2.1 Wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Voetnoten
Voetnoten
De letter 'j' ontbrak.
De Provinciale Wet van 1850 bevatte minder verplichte posten voor de begroting. Dit houdt waarschijnlijk verband met het gegeven dat deze wet van het begin af aan vergezeld is geweest van een algemene maatregel van bestuur waarin nadere regels voor de inrichting van de begroting waren vervat (zie noot 6).
Stb. 2003, 314.
Op dit punt week minister van Binnenlandse Zaken Thorbecke met zijn ontwerp-Gemeentewet af van het standpunt dat hij had ingenomen in Over plaatselijke begrooting waarin hij nog stelde: 'Is er inderdaad voldoende reden, om in Vriesland of Noordbraband een ander bestek van plaatselijke begrooting aan te nemen, dan in Zuidholland? Mij is althans niet helder, welken invloed de bijzondere provinciegesteldheid op dit stuk behoort te hebben. Zie: Thorbecke (1847), p. 9.
Zie: Oud- III (1963), p. 45 e.v. en Van Loenen-II (1934), p. 983 e.v.
Voluit: Besluit van 3 mei 1994, tot vaststelling van voorschriften ter uitvoering van de artikelen 189, vierde lid en 190 van de Provinciewet en de artikelen 185, vierde lid en 186 van de Gemeentewet. Stb. 1994, 363. Tussen de begrootingsvoorschriften-1924 en de CV 95 hebben voor gemeenten achtereenvolgens gegolden: de Begrotings- en rekeningsvoorschriften 1931 (Stb. 1931, 395) en het Besluit Gemeentelijke comptabiliteitsvoorschriften van 1982 (Stb. 1982, 594).
Voluit: Besluit van 17 januari 2003, houdende de voorschriften voor de begrotings- en verantwoordingsdocumenten, uitvoeringsinformatie en informatie voor derden van provincies en gemeenten. Stb. 2003, nr. 27.
Voluit: Regeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 februari 2003, F02003/U53097 houdende nadere voorschriften met betrekking tot informatie voor derden. Stat. 21 februari 2003, nr. 37, p. 8.
In deze paragraaf zal de relevante wet- en regelgeving kort worden geïntroduceerd. In dat verband moet allereerst worden gewezen op de formele wetgeving. Deze is in de loop van de jaren steeds minder voorschriften gaan bevatten over de inrichting van de begroting en de jaarstukken. Bevatte art. 205 van de Gemeentewet-1851 nog 23 leden (geletterd a t/m x)1 met verplichte posten op de begroting,2 bij wet van 2 juli 2003 is de verplichte post "onvoorziene uitgaven", de Laatste der Mohikanen wat dit type bepaling betreft, uit de Gemeentewet verdwenen.3
Verreweg de meeste voorschriften met betrekking tot de inrichting van de begroting en de jaarstukken werden en worden gegeven via lagere vormen van regelgeving. Voor gemeenten liet de Gemeentewet-1851 ruimte voor enige pluriformiteit in deze voorschriften. Zij bepaalde in art. 206 dat de begroting zou worden ingericht volgens voorschriften van gedeputeerde staten (onder goedkeuring van de Kroon).4 Dit systeem leverde problemen op bij de vergelijkbaarheid van gemeentelijke begrotingen. Naar een model van het Centraal Bureau voor de Statistiek en op instigatie van de provinciale griffiers stelden de verschillende gedeputeerde staten voor het begrotingsjaar 1924 nagenoeg gelijkluidende begrotingsvoorschriften vast.5 Met deze `begrootingsvoorschriften-1924' en met de herziening van de Gemeentewet in 1931 (die in art. 241 bepaalde dat de begrotingsvoorschriften bij Koninklijk Besluit, gedeputeerde staten gehoord, zouden worden gegeven) was een uniforme regeling van voorschriften met betrekking tot de inrichting van de begroting een feit. De laatste regeling van vóór de dualisering was het Besluit Comptabiliteitsvoorschriften 1995 (verder: de CV 95)6 Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (verder: het BBV) verving de CV 95 in 2003.7 De invoering van een nieuwe opzet van begroting en jaarstukken in het BBV geldt als een kernelement in de dualisering van de financiële functie.
In dit hoofdstuk zal de meeste aandacht worden besteed aan dit BBV. Daarnaast moet worden gewezen op de Regeling informatie voor derden.8 Deze regeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bevat voorschriften voor de weergave van de financiële gegevens die voortvloeien uit de begroting en de jaarstukken van gemeenten ten behoeve van instanties die niet tot het gemeentebestuur behoren.