Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.3.5
10.3.5 Aggregatie
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258735:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
OESO-richtlijnen 3.9.
Zoals door de Commissie Transfer Pricing en btw gedestilleerd uit OESO-richtlijnen 3.9. Commissies Transfer Pricing en btw, Transfer Pricing en btw. De effecten van transfer pricing aanpassingen op de heffing van btw, Geschrift nr. 259 van de Vereniging voor Belastingwetenschap 2019, p. 21-24.
Commissies Transfer Pricing en btw, Transfer Pricing en btw. De effecten van transfer pricing aanpassingen op de heffing van btw, Geschrift nr. 259 van de Vereniging voor Belastingwetenschap 2019, p. 21.
Artikel 177, lid 1, DWU voorziet echter in een vereenvoudiging voor het opstellen van invoeraangiften betreffende goederen die onder verschillende tariefonderverdelingen vallen. In dat geval kan op verzoek van de aangever toestemming worden gevraagd om de gehele zending aan te geven tegen de tariefonderverdeling van de goederen die aan het hoogste recht bij invoer zijn onderworpen. Gesteld kan worden dat wanneer de invoertarieven van de ingevoerde goederen hetzelfde zijn, de afzonderlijke waardering van goederen minder relevant en op productgroepniveau (lees: geaggregeerd) kan plaatsvinden. Een en ander zou afstemming met interne verrekenprijzen eenvoudiger maken. Deze stelling houdt naar mijn mening om diverse redenen geen stand. Ten eerste zijn transacties ook vaak nauw met elkaar verweven, waardoor de afzonderlijke prijstelling van interne verrekenprijzen niet mogelijk is en voornoemde ‘oplossing’ enkel werkt indien de prijzen voor de transacties afzonderlijk kunnen worden bepaald. Ten tweede is de afzonderlijke waardering noodzakelijk ook indien het invoertarief gelijk is, omdat de douanewaarde ook voor andere doeleinden bepaald moet worden zoals de heffing van andere belastingen bij invoer (onderdeel 1.2.2). Tot slot, ten derde, kan de vereenvoudiging slechts in beperkte situaties worden toegepast door de voorwaarden die in artikel 177, leden 1 en 2, DWU zijn opgenomen. Zo moet de tariefonderverdeling van de afzonderlijke goederen buitenproportionele kosten met zich brengen. Daarnaast mogen de ingevoerde goederen niet onderworpen zijn aan verboden, beperkingen of aan accijnzen waarbij de tariefindeling noodzakelijk is om een van voornoemde maatregelen toe te passen.
J.M. Jovanovich, Customs Valuation and Transfer Pricing: Is it possible to harmonize Customs and Tax Rules? (2nd edition), Alphen aan den Rijn: Kluwer Law International 2017, p. 53.
Aggregatie betekent dat de prijs niet per product of transactie afzonderlijk bepaald kan worden, maar in de plaats daarvan ten aanzien van een bundeling van producten of transacties wordt bepaald. In de OESO-richtlijnen wordt echter een voorkeur uitgesproken voor de vaststelling van interne verrekenprijzen op transactieniveau.1 Niettemin wordt in de OESO-richtlijnen ook onderkend dat aggregatie van transacties in bepaalde gevallen noodzakelijk is, omdat de transacties niet afzonderlijk kunnen worden beoordeeld. In de OESO-richtlijnen worden de volgende voorbeelden gegeven van situaties waarbij afzonderlijke beoordeling niet mogelijk is en aggregatie noodzakelijk is voor de vaststelling van interne verrekenprijzen:2
Bepaalde langetermijnscontracten voor de levering van grondstoffen en diensten;
Gebruiksrechten van immateriële activa;
Prijsstelling van een reeks nauw verbonden producten (bijvoorbeeld in een productgroep) als het ondoenlijk is om de prijzen voor elk afzonderlijk product of afzonderlijke transactie vast te stellen;
Het licentiëren van zowel productie-knowhow als de levering van vitale componenten aan een gelieerde producent; en
De routing van een transactie via een gelieerde onderneming, terwijl die transactie deel uitmaakt van een groter geheel.
Hoewel de voorkeur in de OESO-richtlijnen uitgaat naar het vaststellen van interne verrekenprijzen per individuele transactie en aggregatie slechts in bepaalde situaties is toegestaan, blijkt dit in de praktijk niet altijd mogelijk om voornoemde redenen.3 Het voor de prijsstelling aggregeren van transacties of producten lijkt op het eerste oog de afstemming van het vaststellen van de douanewaarde op de vaststelling van interne verrekenprijzen te belemmeren, omdat de douanewaarde op een transactie-per-transactie- en product-per-productniveau vastgesteld moet worden. De verschuldigde invoertarieven kunnen namelijk, afhankelijk van de oorsprong van de ingevoerde goederen en de indeling van deze goederen in de GN, per individueel ingevoerd goed verschillen (onderdeel 2.3.1).4 Daarnaast wordt de douanewaarde ook voor andere doeleinden toegepast (onderdeel 1.2.2), wat afzonderlijke vaststelling van de douanewaarde noodzakelijk maakt.
Dat de aggregatie van transacties een obstakel vormt voor de afstemming van het vaststellen van de douanewaarde op de vaststelling van interne verrekenprijzen ligt echter genuanceerder. Ten eerste verhindert de CVA de douaneautoriteiten niet om diverse intragroepstransacties in onderlinge samenhang te beoordelen om vast te stellen of de prijs door de verbondenheid is beïnvloed bij een controle na vrijgave.5 Ten tweede vraagt het uitvoeren van de vergelijkingsanalyse in het kader van het onderzoek naar de omstandigheden van de verkoop in veel gevallen dat diverse vergelijkbare transacties in onderlinge samenhang worden beoordeeld. Dit blijkt ook uit punt drie van de Aantekening op artikel 1, lid 2, CVA waarin is opgenomen dat:
“[…] Zo mag bijvoorbeeld ook worden aangenomen dat de prijs niet is beïnvloed indien wordt aangetoond dat deze kostendekkend is en een winstmarge omvat die representatief is voor de globale winstmarge van de betrokken onderneming over een representatieve periode (bijvoorbeeld op jaarbasis) bij de verkoop van goederen van dezelfde categorie of soort.”
Het vergelijkingsmateriaal kan derhalve geaggregeerde financiële informatie bevatten. Dat neemt niet weg dat voor douanedoeleinden de prijs op transactie-per-transactieniveau moet worden bepaald. Er moet daarbij zorg worden gedragen dat de prijs van elke individuele intragroepstransactie niet door de verbondenheid van partijen is beïnvloed. Waar verrekenprijsdocumentatie enkel geaggregeerde financiële informatie bevat, zal deze informatie voor douanewaardedoeleinden gesegmenteerd moeten worden. Ik meen dat dit ‘aggregatieprobleem’ in toenemende mate door technologische toepassingen zal afnemen. Zoals in onderdeel 10.3.9 wordt toegelicht zijn ondernemingen namelijk in toenemende mate in staat om verrekenprijzen vast te stellen op individueel transactie- en productniveau.