Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.2.4.2
6.2.4.2 Het verhaal tussen de Bureaus onderling en op de verzekeraar
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS398396:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Van der Grinten/Kortmann, nr. 101.
De grondslag hiervoor is art. 4.4 van de Constitution van de Council of Bureaux, die de leden — op straffe van sancties — verplicht de Internat Regulations na te leven.
Zie art. 5, vijfde lid van de Internat Regulations.
Ter vergelijking: de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen hebben in de overeenkomst van 29 april 2002, waarin zij hun onderlinge verhoudingen regelen, de clausule opgenomen 'the sums paid for external services - such as, for example, experts, lawyers' or doctors' fees inherent in the instruction and the in or out-of-court settlement of the claim.' In deze clausule komt niet de beperking voor dat zij ook door een verzekeraar gemaakt zouden moeten zijn. Anderzijds worden voorbeelden van de bedoelde kosten gegeven. Zie nader par. 6332 onder c).
In de overeenkomst tussen de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen van 29 april 2002, waarin zij hun onderlinge verhoudingen regelen is bepaald dat een louter 'pro forma' geopend dossier niet tot een recht op schadevergoedingshonorarium kan leiden. Onder 'opening a pro forma file' wordt verstaan blijkens de Implementing Regulation een 'file opened only as a result of enquiries which may result in a claim by a claimant. These are sent to the insurer of the person responsible without further enquiry. In all cases, steps not requiring active handling and therefore not justifying a claim for a handling fee on the part of the Compensation Body to which the claim was referred.' Deze uitleg - hoewel anders geformuleerd - sluit aan bij de regels van de Council of Bureaux. Zie voor de overeenkomst tussen de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen nader par. 633.2 onder c).
Zie art. 5 lid 5Internat Regulations.
In hun overeenkomst waarin zij hun onderlinge verhoudingen hebben geregeld, de Overeenkomst van 29 april 2002, hebben de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen een iets andere regeling getroffen: tussentijds mag restitutie worden gevraagd als het 4 schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van woonplaats van de benadeelde een bedrag van minimaal € 5.000 aan de benadeelde of zijn rechtverkrijgenden heeft betaald. Schaderegelingshonorarium is het betalende schadevergoedingsorgaan echter pas verschuldigd als het dossier geheel is afgehandeld, tenzij de betrokken partijen anders overeenkomen. Zie par. 63.22 onder d).
Zie art. 5, zesde lid van de Internat Regulations.
Zie voor een en ander art. 5 lid 2 van de Internat Regulations.
Zie art. 5 lid 4 van de Internat Regulations.
In ons land is betaling per cheque door verzekeraars vrijwel ondenkbaar, maar bijvoorbeeld in Frankrijk is zij nog zeer gebruikelijk.
Zie art. 5 lid 2 van de Internat Regulations.
Zie voor de materie van de valse groene kaarten en de omstandigheden waaronder zij worden gegarandeerd par. 4.53.4.
Zie voor de Zwitserse regeling par. 5.2.2.2 en de daar vermelde literatuur.
Voor wat betreft de schade door gevaarlijke stoffen op niet wam-plichtige terreinen kan de reden daarvan zijn dat een dergelijke schade, veroorzaakt door een bezoekend motorrijtuig, zich nog niet heeft voorgedaan. Anders ligt dat met betrekking tot schadegevallen in Frankrijk en België. Situaties waarbij bezoekende motorrijtuigen betrokken zijn zonder dat zij een actieve rol bij het veroorzaken van het ongeval spelen zullen zich ongetwijfeld sinds 1985, het jaar van inwerkingtreden van de Loi Badinter, hebben voorgedaan. Ook het Belgische art. 29bis Wam is reeds geruime tijd in werking.
Het Duitse waarborgfonds vergoedt geen zuivere vermogensschade. Zie par. 5.5.23.
Zie art. 3 lid 6 van de Internat Regulations.
Vaak zal de belangentegenstelling uiteindelijk toch aan het daglicht komen, bijvoorbeeld op basis van het dossier dat de lasthebber aan de lastgever ter beschikking moet stellen.
a) Algemeen
De condities waaronder en de wijze waarop het 'regelend' Bureau zijn verzoek om restitutie moet aanbieden aan de verzekeraar of aan het garanderend Bureau is geregeld in art. 5 van de Internal Regulations. Daarin is ook bepaald op welke wijze en binnen welke termijn de verzekeraar dan wel het Bureau de verschuldigde bedragen dient te voldoen.
In het navolgende wordt ingegaan op de voor vergoeding in aanmerking komende bedragen (b tot en met d), de vorm waarin het restitutieverzoek moet worden gegoten (e), de termijn waarbinnen het moet worden aangeboden (f), de documentatie waarop de betalende verzekeraar (of het garanderend Bureau) aanspraak kan maken (g), de wijze van betaling (h), de termijn waarbinnen moet worden gerestitueerd en de sancties op overschrijding (i) en de 'escalatieprocedure' van de Guarantee Cali (j), de vraag naar de verhaalbaarheid van uitkeringen onder een first partyverzekering (k), van schade 'buiten het verkeer' (1) het verhaal van andere schade dan personen- en zaakschade (m) en ten slotte het bijzondere geval dat het 'regelend' Bureau - indien de verzekeraar geen correspondent heeft aangesteld - de schade niet zelf behandelt maar een lasthebber (bijvoorbeeld een van zijn leden of een schaderegelingsbureau) daartoe opdracht geeft, terwijl deze een eigen belang bij het schadegeval heeft (n).
b) Te restitueren bedragen: de schadevergoeding
Zoals gezegd kan het 'regelend' Bureau de schade-uitkeringen aan de benadeelde terugvorderen van de verzekeraar dan wel van het garanderend Bureau. Daarnaast zal het 'regelend' Bureau echter veelal ook kosten hebben gemaakt, bijvoorbeeld in verband met het inschakelen van experts, medisch adviseurs, advocaten en in het algemeen in verband met het voeren van gerechtelijke procedures. En ten slotte zijn er ook de eigen kosten in verband met het behandelen van het verzoek om schadevergoeding. Deze interne en externe kosten worden veelal ook gemaakt als aansprakelijkheid niet komt vast te staan. De redelijkheid van de restitutie van deze kosten staat in beginsel ook buiten kijf.
De Internal Regulations regelen gedetailleerd op vergoeding van welke bedragen het 'regelend' Bureau aanspraak kan maken.
In de eerste plaats kan het 'regelend' Bureau aanspraak maken op restitutie van het volledige bedrag van de schadevergoeding die het met de benadeelde overeengekomen is, dan wel waartoe het in rechte veroordeeld is. Zie art. 5 lid 1, onderdeel 1.1 van de Internal Regulations:
"1.1. the sums paid as compensation to injured parties under either an amicable settlement or a court order;"
Het garanderend Bureau en de dekking gevende verzekeraar zijn in beginsel niet bevoegd deze schadeuitkeringen te betwisten. Het 'regelend' Bureau heeft immers de exclusieve bevoegdheid het toepasselijk recht (zowel op het gebied van het aansprakelijkheids- en het schadevergoedingsrecht als op dat van de verplichte verzekering) uit te leggen en toe te passen. De Internal Regulations maken daarbij duidelijk dat dit ook geldt als het toepasselijk recht dat van een ander land is dan dat van het ongeval. Zie art. 3 lid 4, tweede alinea:
"The bureau shall be exclusively competent for all matters concerning the interpretation of the law applicable in the country of accident (even when it refers to the legai provisions applying in another country) and the settlement of the claim."
Bij de schaderegeling dient het Bureau wel de gerechtvaardigde belangen van het garanderend Bureau en van de dekking gevende verzekeraar in acht te nemen. Zie art. 3 lid 4, eerste alinea van de Internal Regulations:
"All claims shall be handled by the bureau with complete autonomy in conformity with legal and regulator), provisions applicable in the country of accident relating to liability, compensation of injured partjes and compulsory insurance in the best interests of the insurer who issued the Green Card or policy of insurance or, if appropriate, the bureau concerned. Subject to this Jatter provision, the bureau shall, on express demand, inform the insurer, or the bureau concerned, before taking a final decision."
Zouden de Internal Regulations een dergelijke verplichting al niet bevatten, dan zou zij voortvloeien uit de positie van het 'regelend' Bureau als vertegenwoordiger van het garanderend Bureau dan wel de verzekeraar. Zie voor het Nederlandse recht Asser Van der Grinten/Kortmann1:
"De - geïsoleerde - volmachtverlening doet een rechtsverhouding ontstaan tussen volmachtgever en gevolmachtigde. De gevolmachtigde verkrijgt de bevoegdheid om als vertegenwoordiger te handelen. Een plicht om te handelen is er bij een geïsoleerde volmacht niet. In het gebruik van zijn bevoegdheid is echter de gevolmachtigde niet volledig vrij. Hij zal zich bij het gebruik moeten laten leiden door het belang van de volmachtgever. Hij zal met zorgvuldigheid te werk moeten gaan."
Voor de opstelling van het 'regelend' Bureau brengt dit mee dat het zich als gevolmachtigde van de verzekeraar dan wel van het garanderend Bureau bij twijfel over de juiste uitleg van het toepasselijk recht (binnen redelijke grenzen) op het voor de laatste gunstigste standpunt zal kunnen stellen. Binnen redelijke grenzen: niet alleen wordt van verzekeraars en dus ook van de Bureaus naar moderne opvattingen een slachtoffervriendelijke houding verwacht, ook kan een te 'verzekeraarvriendelijke' opstelling tot procedures en daarmee tot kosten voor de verzekeraar of het garanderend Bureau leiden. Dat is weer niet in het belang van de betalende partij.
Betekent dit dat de verzekeraar dan wel het garanderend Bureau zich (geheel of gedeeltelijk) aan zijn restitutieverplichting kan onttrekken als twijfel rijst over de vraag of het 'regelend' Bureau zijn belangen wel naar beste eer en geweten heeft behartigd? Het antwoord op die vraag moet in beginsel ontkennend luiden. Aangenomen moet worden dat het 'regelend' Bureau een ruime discretionaire bevoegdheid heeft bij het interpreteren van het toe te passen recht. De clausule dat het daarbij de belangen van de betalende partij niet uit het oog mag verliezen moet worden gelezen als een waarschuwing aan het adres van het 'regelend' Bureau dat deze bevoegdheid niet onbegrensd is. Voorts geldt dat het garanderend Bureau de verzekeraar dan wel het 'regelend' Bureau eerst dient te restitueren dan wel het gevorderde bedrag dient te deponeren bij de Council of Bureaux alvorens het zijn gerezen bezwaar langs de weg van verplichte mediation of arbitrage ter discussie kan stellen. Zo bepaalt art. 3.1 van de Mediabon & Arbitration Rules van de Council of Bureaux:
"When a request for mediation or a request for arbitration pursuant to Aaide 1.3 b) has been submitted in respect of a Guarantee Call, the Guaranteeing Bureau challenging the Guarantee Call shall be obliged to pay the amount claimed at the latent within thirty calendar days from the date of the request, either to the Bureau raising the Guarantee Call or to the Secretariat of the Council of Bureaux. If payment has not been made within that time, the mediation procedure is discontinued."
Bij de uitleg van het toepasselijk recht heeft het 'regelend' Bureau derhalve ruime bevoegdheden. De verzekeraar dan wel het garanderend Bureau kan echter verlangen te worden ingelicht alvorens het 'regelend' Bureau een definitief standpunt inneemt, dan wel de benadeelde toezeggingen doet. Zie de hiervoor geciteerde slotwoorden van art. 3 lid 4, tweede alinea van de Internal Regulations. Het Explanatory Memorandum maakt duidelijk dat een dergelijk verzoek de bevoegdheid tot interpreteren van het toepasselijk recht niet inperkt. Dit wordt afgeleid uit de slotwoorden van art. 3 lid 4, tweede alinea, waarin tot uitdrukking wordt gebracht dat de bevoegdheid om een standpunt in te nemen bij het 'regelend' Bureau blijft liggen. Evenmin brengt het nalaten van het 'regelend' Bureau om de verzekeraar of het garanderend Bureau vooraf in te lichten zonder meer mee dat de laatsten niet tot restitutie gehouden zouden zijn. In zoverre is deze plicht om de verzekeraar of het garanderend Bureau des uitdrukkelijk verlangd vooraf te informeren niet in rechte afdwingbaar. Wel kan het (herhaaldelijk) negeren van de verplichting de verzekeraar of het garanderend Bureau te informeren tot ingrijpen van de Council of Bureaux leiden.2
Denkbaar is dat de polis een ruimere dekking verleent (in termen van condities of verzekerde bedragen) dan voortvloeit uit de wet die van toepassing is in het land van het ongeval. In dat geval moet de verzekeraar voor dat meerdere worden geconsulteerd, tenzij de toepasselijke wet (van het land van het ongeval) de verplichting meebrengt voor het Bureau te regelen tot dat meerdere. Zie art. 3, vijfde lid van de Internal Regulations:
"When the settlement envisaged is in excess of the conditions or limits applicable under the compulsory motor civil liability insurance law in force in the country of accident whilst covered under the policy of insurance, it shall consult the insurer in relation to that part of the claim which exceeds those conditions or limits. The consent of such insurer is not required j the applicable law imposes on the bureau the obligation to take account of the contractual guarantees in excess of such limits and conditions provided in the law relating to insurance against civil liability in respect of the use of motor vehicles in the country of accident."
Anders dan bij het nalaten de verzekeraar of het garanderend Bureau desverlangd vooraf in te lichten omtrent de voorgenomen schaderegeling, geldt hier wel dat het nalaten vooraf toestemming te vragen tot regelen boven de wettelijke limieten in het land van het ongeval, de restitutie voor het meerdere in gevaar brengt. Art. 3, vijfde lid spreekt immers van consent van de verzekeraar. Het Explanatory Memorandum maakt duidelijk dat het 'regelend' Bureau dan niet van de garantie van art. 6.1 van de Internal Regulations kan profiteren. De hier bedoelde garantie is die van het garanderend Bureau in die gevallen waarin de verzekeraar zijn restitutieverplichting niet nakomt. Zie hierna onder h).
In geen geval zal het 'regelend' Bureau restitutie kunnen vorderen van strafrechtelijke of andere boetes die de verzekerde heeft moeten betalen en die niet gedekt zijn onder de polis. Evenmin komen cauties en borgsommen (bijvoorbeeld in verband met vrijlating uit voorlopige hechtenis) voor restitutie door verzekeraar of garanderend Bureau in aanmerking.3 Het ligt voor de hand dat het 'regelend' Bureau dergelijke kosten dan ook niet voor zijn rekening zal nemen.
In Spanje werd de buitenlandse veroorzaker van een verkeersongeval in de jaren '70 van de vorige eeuw nog vaak in hechtenis genomen, waaruit hij door betaling van een borgsom - in verband met de door hem mogelijk verschuldigde schadevergoeding aan de benadeelde - kon worden vrijgelaten, zulks ondanks de onder de groene kaart gegeven waarborg dat de benadeelde schadeloos gesteld zou worden.
c) Te restitueren bedragen: externe kosten
Ook externe kosten die door het 'regelend' Bureau worden gemaakt komen voor vergoeding in aanmerking, zij het niet zonder meer en niet onbegrensd. Het moet gaan om kosten voor ingeschakelde derden bij de behandeling en afwikkeling van een claim en kosten in verband met een gerechtelijke procedure die ook zouden worden gemaakt door een in het land van het ongeval gevestigde verzekeraar die het betrokken schadegeval zou moeten behandelen. Zie art. 5 lid 1, onderdeel 1.2 van de Internal Regulations:
"12. the sums disbursed for external services in the handling and settlement of each claim and all costs specifically incurred for the purposes of a legal action which would have been disbursed in similar circumstances by an insurer established in the country of the accident;"
Gedacht moet worden aan expertisekosten (casco en medisch), kosten van het opvragen van een proces-verbaal van politie of de kosten die verband houden met het inwinnen van een gespecialiseerd juridisch advies als de complexiteit van het schadegeval daarom vraagt en deze in vergelijkbare omstandigheden ook door een lokale verzekeraar zouden zijn gemaakt.4
Deze kosten komen ook voor vergoeding in aanmerking als zij zijn gemaakt terwijl een benadeelde (nog) geen verzoek om schadevergoeding heeft ingediend. Het 'regelend' Bureau is immers op grond van art. 3 lid 1 Internal Regulations verplicht om onmiddellijk nadat het van een ongeval op de hoogte is gesteld een onderzoek te starten. Dan is het ook redelijk externe kosten in verband met dat eerste onderzoek ten laste van het garanderend Bureau of de verzekeraar te brengen.
Zij kunnen immers geacht worden in het belang van de uiteindelijke debiteur te zijn gemaakt.
Maakt het 'regelend' Bureau kosten van vertaling van documenten, dan dienen deze te worden vergoed door het garanderend Bureau of de verzekeraar als zij in hun belang zijn gemaakt in verband met gerechtelijke procedures en op verzoek van het garanderend Bureau of de verzekeraar.
De kosten van de interne dossierbehandeling worden geacht gedekt te zijn door het hierna te bespreken schadevergoedingshonorarium en kunnen niet afzonderlijk als externe kosten in rekening worden gebracht. Dat geldt ook als het Bureau een externe partij inschakelt om het schadedossier te behandelen, met andere woorden de schadebehandeling geheel of gedeeltelijk uitbesteedt. Het intern behandelen van een schadedossier moet immers worden gezien als een normale activiteit van een verzekeraar en de daarmee verband houdende kosten kunnen niet als externe kosten aan het garanderend Bureau of de verzekeraar in rekening worden gebracht.
De grens tussen de activiteiten die een verzekeraar doorgaans in eigen huis verricht en die waarvoor hij externe kosten maakt is intussen niet scherp te trekken. Te denken is aan de kosten van de letselschaderegelaar die - als buitendienst - de benadeelde en zijn belangenbehartiger bezoekt. Grotere verzekeraars hebben veelal een eigen buitendienst. Kleinere schakelen gespecialiseerde bureaus in. Ook technische expertise wordt in toenemende mate ingehuurd. Hetzelfde kan worden waargenomen bij de 'interne' dossierbehandeling (de activiteiten van de schadecorrespondent).
Voor zover de dekking gevende verzekeraar een benoemde correspondent heeft aangesteld zal het vraagstuk van de scheiding tussen de afzonderlijk te vergoeden externe kosten en die welke geacht worden met het schadevergoedingshonorarium te zijn vergoed niet snel rijzen. De correspondent maakt immers doorgaans zijn beroep van het behandelen (in binnen- en vaak ook in buitendienst) van (verkeers)schadegevallen. Maar als geen correspondent is aangesteld en het Bureau het schadegeval zelf behandelt, kan het vraagstuk aan belang winnen. De Bureaus zijn doorgaans organisaties van bescheiden omvang, zonder gespecialiseerde schadeafdelingen. Het Bureau zal zich steeds hebben af te vragen welke kosten als externe kosten afzonderlijk declareerbaar zijn.
Schakelt het 'regelend' Bureau een 'agent' in die namens het Bureau de behandeling van het schadegeval verzorgt, dan komen de kosten daarvan, voor zover zij bij behandeling door het Bureau zelf niet afzonderlijk als externe kosten te declareren zouden zijn geweest, voor rekening van het 'regelend' Bureau (dat daarvoor het hierna te bespreken schaderegelingshonorarium ontvangt).
d) Te restitueren bedragen: schaderegelingshonorarium
Tot slot de interne kosten die worden gerestitueerd in de vorm van een schaderegelingshonorarium, dat wordt omschreven in art. 5 lid 1, onderdeel 13 van de Internal Regulations:
"a handling fee to cover all other charges calculated under the rules approved by the Council of Bureaux."
Het schaderegelingshonorarium bedraagt 15% van de aan de benadeelde(n) uitgekeerde schadevergoeding met een minimum en een maximum dat door de algemene vergadering van de Council of Bureaux periodiek wordt aangepast en op 1 januari 2010 € 200 respectievelijk € 3.500 bedraagt. Dit minimum is ook verschuldigd wanneer het Bureau aansprakelijkheid heeft afgewezen.
Het schaderegelingshonorarium mag niet worden verhoogd met btw of andere lokale belastingen; deze komen voor rekening van het 'regelend' Bureau.
In verband met art. 3 lid 1 van de Internal Regulations, dat het 'regelend' Bureau verplicht de omstandigheden van het ongeval te onderzoeken zodra het van een schadegeval op de hoogte wordt gesteld, zonder op een formele claim te wachten, is de vraag gerezen of het dan ook op het schaderegelingshonorarium aanspraak kan maken als de benadeelde uiteindelijk geen claim indient. Art. 5 lid 7 beantwoordt deze vraag ontkennend:
"7. Where no claim for compensation has resulted from an accident, no handling fee may be claimed."5
In veel gevallen zal het 'regelend' Bureau voorschotbetalingen en deelbetalingen doen. Van dat laatste zal ook sprake zijn als bij het ongeval meer partijen als benadeelde vergoeding van hun schade claimen, of als een deel van de schade van de benadeelde door particuliere of sociale verzekeraars is vergoed. Hoewel het 'regelend' Bureau in beginsel slechts tot restitutie gerechtigd is nadat het gehele schadegeval is afgewikkeld en de schade geheel is vergoed, is het onder omstandigheden toegestaan restitutie van dergelijke voorschotten en deelbetalingen te vragen. Hetzelfde geldt voor externe kosten en - zij het met restricties - voor het schaderegelingshonorarium.6 Daarmee wordt voorkomen dat het 'regelend' Bureau langdurig grote bedragen (zonder aanspraak op vergoeding van rente) zou moeten voorschieten. Het 'regelend' Bureau moet voorkomen dat het restitutie verlangt van bij wijze van voorschot uitgekeerde bedragen die van te bescheiden omvang zijn. Krachtens besluit van de General Assembly van de Council of Bureaux kan schadevergoedingshonorarium worden geclaimd als het bedrag aan schadevergoeding dat wordt teruggevorderd meer dan € 1.500 bedraagt. Ook als het 'regelend' Bureau vervolgens opnieuw restitutie van voorschotten verzoekt kan het aanvullend schaderegelingshonorarium vorderen, mits dit aanvullende schaderegelingshonorarium het minimumbedrag van € 200 te boven gaat. Het totaal van het gevorderde schaderegelingshonorarium mag het maximumbedrag van € 3.500 niet overstijgen.7
Denkbaar is dat een op enig moment afgesloten dossier heropend moet worden, bijvoorbeeld omdat zich nieuwe benadeelden melden of omdat aanvullende schade wordt gevorderd. In dat geval wordt het schaderegelingshonorarium over het totale dossier berekend volgens de criteria die gelden op het moment dat het verzoek om restitutie terzake van het heropende dossier wordt ingediend.8
e) De vorm van het verzoek om restitutie
Het 'regelend' Bureau dient in het verzoek om restitutie aan te geven dat het aanspraak maakt op betaling in eigen land en in zijn eigen nationale valuta. Toegestaan is het bedrag in Euro's te vorderen. Als wisselkoers wordt in dat geval de officiële wisselkoers aangehouden die op het moment van het verzoek om restitutie geldt in het land van het vorderende Bureau.
Voorts heeft het 'regelend' Bureau erop te wijzen dat betaling vrij van bank- en andere kosten dient te geschieden, dat de betalingstermijn twee maanden bedraagt en dat de debiteur bij overschrijding van deze termijn van rechtswege een vertragingsrente van 12% per jaar verschuldigd is vanaf de datum van het verzoek om restitutie tot de datum van ontvangst9
f) De termijn voor aanbieden van het restitutieverzoek
Er is geen termijn voorgeschreven waarbinnen het 'regelend' Bureau zijn restitutie-verzoek aan de verzekeraar of het garanderend Bureau heeft aan te bieden. Een redelijke uitleg van de overeenkomst brengt echter mee dat dit verzoek zo spoedig mogelijk na de volledige afwikkeling van het schadegeval moet worden overgebracht. De verzekeraar en het garanderend Bureau hebben er belang bij zo spoedig mogelijk definitief te weten met welke schadelast zij rekening hebben te houden.
In het algemeen is het ook niet in het belang van het 'regelend' Bureau om met het verzenden van het restitutieverzoek te wachten, omdat de - hierna te bespreken - verschuldigde vertragingsrente bij te late betaling door verzekeraar of garanderend Bureau pas begint te lopen na afloop van een termijn van twee maanden na het verzenden van het restitutieverzoek. Ook zal inflatie de waarde van het te ontvangen bedrag kunnen aantatsten.
g) Documentatie waarop de betalende partij aanspraak kan maken
Bij herhaling is reeds opgemerkt dat het 'regelend' Bureau de schade met de benadeelde heeft te regelen en ook daadwerkelijk heeft uit te betalen, alvorens het om restitutie kan vragen. Zie art. 5 lid 1 van de Internal Regulations. In het verlengde daarvan kan de verzekeraar, dan wel het garanderend Bureau om bewijs vragen dat de benadeelde inderdaad is schadeloos gesteld. Dit bewijs dat betaling aan de benadeelde heeft plaatsgevonden kan op verschillende wijzen worden geleverd. Te denken valt aan kopieën van betalingsopdrachten, ontvangstbewijzen, kopieën van boekhoudbescheiden, overboekingsbescheiden van de bank van de betalende partij enzovoort.
Vanzelfsprekend heeft de verzekeraar dan wel het garanderend Bureau ook het recht om (een kopie van) het dossier dat het 'regelend' Bureau heeft aangelegd te ontvangen. Het 'regelend' Bureau behoeft deze documentatie echter niet bij het verzoek om teruggave over te leggen maar mag dat afzonderlijk doen, zij het wel onmiddellijk als daarom wordt verzocht.
De verzekeraar dan wel het garanderend Bureau mag zijn betaling aan het 'regelend' Bureau niet afhankelijk stellen van de ontvangst van deze documentatie, waaronder het bewijs van betaling aan de benadeelde. Ook wordt de verplichting tot rentevergoeding bij te late betaling er niet door geschorst of opgeschort.10
Men kan de vraag stellen wat de waarde van een verplichting is als deze niet kan worden afgedwongen door de rechthebbende partij. Hoe kan een verzekeraar of een garanderend Bureau zijn aanspraak op toezending van deze documentatie afdwingen als hem niet is toegestaan zijn betaling uit te stellen. Het antwoord ligt in de duurzame verhoudingen tussen de Bureaus. Een incidenteel nalaten van een 'regelend' Bureau om de documentatie prompt op te sturen zal niet snel tot sancties leiden, maar herhaald schenden van deze verplichting zal leiden tot klachten bij de Council of Bureaux en kan langs de weg van het verenigingsrecht tot maatregelen leiden. In de praktijk is, naar mij uit eigen wetenschap bekend is, niet vaak sprake van het schenden van deze (en andere) verplichtingen uit hoofde van de Internat Regulations.
h) De wijze van betaling
Onder c) is er reeds op gewezen dat het garanderend Bureau, c.q. de verzekeraar de kosten van overmaken van het gevorderde bedrag voor zijn rekening heeft te nemen. Mede met het oog daarop wordt betaling per bankcheque niet toegestaan. Niet alleen zijn de kosten die de begunstigde van de cheque bij het innen moet betalen aanzienlijk, de administratieve rompslomp van het innen van de cheque en de tijd die er overheen gaat aleer het bedrag van de cheque op de rekening van de begunstigde is bijgeschreven maken deze betalingsmethode onwenselijk.11
i) De betalingstermijn en de sancties op overschrijding
De verzekeraar dan wel het garanderend Bureau heeft een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de datum van het verzoek om restitutie, om ervoor te zorgen dat het gevorderde bedrag op de bankrekening van het 'regelend' Bureau is overgemaakt. Na ommekomst van deze termijn is de aangesproken partij van rechtswege een vertragingsrente van 12% per jaar verschuldigd.12
Naar de huidige rentestand is dit een zeer forse vertragingsrente, die overigens al vanaf 1953 in de overeenkomsten tussen de Bureaus staat. De rentevergoeding heeft niet alleen het karakter van vertragingsrente, maar tevens een boetekarakter. De rechtvaardiging kan mede daarin worden gevonden dat het 'regelend' Bureau - zeker bij schadegevallen die een lange afwikkeltijd vergen niet langer dan nodig op restitutie moet hoeven te wachten. Het verschaft immers als het ware kosteloos krediet aan de finale debiteur. Daarbij komt nog dat het bedrag waarvan teruggave wordt gevorderd, wordt uitgedrukt in de valuta van het land van het 'regelend' Bureau en dat de wisselkoers die is van de datum van het verzoek om restitutie. Als het land van het 'regelend' Bureau een hoog inflatiepercentage kent, zou het in het belang van de betalende partij zijn om de betaling uit te stellen. Een hoog percentage aan vertragings- of boeterente werkt dan ontmoedigend en vergoedt tevens - in elk geval deels - de tussen het verzoek om betaling en de uiteindelijke betaling opgetreden geldontwaarding.
j) De Guarantee Call
De Internal Regulations voorzien niet alleen in een renteclausule, maar voorzien ook in een afzonderlijke procedure indien de verzekeraar niet binnen de afgesproken termijn aan zijn restitutieverplichting voldoet. Elk Bureau garandeert de restitutie door zijn leden van de door dezen aan het 'regelend' Bureau verschuldigde bedragen. Zie art. 6 lid 1 van de Internal Regulations:
"Each bureau shall guarantee the reimbursement by its members of any amount demanded in accordance with the provisions of Article 5 by the bureau of the country of accident or by the agent that it has appointed for the purpose."
Doordat het 'regelend' Bureau op deze bepaling een beroep doet kan de waarborgfunctie van het garanderend Bureau worden geactiveerd. Door een zogenaamde Guarantee Call gaat de betalingsverplichting over van de dekking gevende verzekeraar op het garanderend Bureau.
Het garanderend Bureau heeft aan de Guarantee Call te beantwoorden door binnen een termijn van één maand te betalen. Betaalt het Bureau na afloop van deze termijn dan treedt van rechtswege en zonder verdere aanmaning of ingebrekestelling een renteverplichting van 12% per jaar in. Deze vertragingsrente wordt berekend over de hoofdsom (schadebetalingen, kosten en schaderegelingshonorarium) en de opgebouwde renteschuld.
Het 'regelend' Bureau moet, indien het daarvan gebruikmaakt, de Guarantee Call wel binnen twaalf maanden aan het garanderend Bureau zenden (per fax of mail) na het oorspronkelijke verzoek om betaling aan de verzekeraar. Stuurt het 'regelend' Bureau de Guarantee Call na deze termijn dan is het garanderend Bureau slechts verplicht tot vergoeding van de door de verzekeraar verschuldigde vertragingsrente over een periode van twaalf maanden. Guarantee Calls die na twee jaar worden ingediend behoeven niet te worden gehonoreerd.
Dat betekent niet dat de verzekeraar van zijn schuld is bevrijd. Zij kan slechts niet meer op het garanderend Bureau worden verhaald. Het 'regelend' Bureau zal de verzekeraar zelf - eventueel in rechte - moeten aanspreken.
Een (nog niet definitief beantwoorde) vraag is of de door de verzekeraar verschuldigde vertragingsrente blijft doorlopen tijdens de fase van de Guarantee Call. Daarvoor pleit de formulering van de betreffende clausule in de Internal Regulations, waar immers wordt bepaald dat de rente wordt berekend vanaf de datum van het restitutieverzoek tot de dag waarop het verschuldigde bedrag op de bankrekening van het 'regelend' Bureau is bijgeschreven. Het Explanatory Memorandum daarentegen stelt uitdrukkelijk dat de rente-opbouw door de Guarantee Call wordt 'bevroren' en als het ware vervangen door de renteverplichting ten laste van het garanderend Bureau zelf. Deze laatste uitleg lijkt de meest waarschijnlijke. Zou immers de opbouw van de door de verzekeraar verschuldigde rente blijven doorlopen naast de verplichting van het garanderend Bureau, dan zou over de periode van de Guarantee Call tot de uiteindelijke betaling een rente van 24% verschuldigd zijn en dat lijkt wel erg hoog. Bovendien is deze uitleg het meest in overeenstemming met de overgang van de restitutieverplichting van de verzekeraar op het garanderend Bureau.
Dogmatisch gezien heeft een Guarantee Call alleen zin als het garanderend Bureau de verplichtingen van een van zijn leden waarborgt, met andere woorden als borg optreedt. Er zijn echter ook situaties waarin het garanderend Bureau zelf reeds een restitutieverplichting jegens het 'regelend' Bureau heeft: de Multilateral Agreement is van toepassing en de aansprakelijke blijkt onverzekerd of een geldige groene kaart is vereist en blijkt vals te zijn; valse groene kaarten worden in beginsel eveneens gegarandeerd.13 Een Guarantee Call in eigenlijke zin is dan niet mogelijk. Men kan niet borg staan voor eigen verplichtingen.
Ook Bureaus komen echter hun verplichting tot restitutie niet altijd binnen twee maanden na. Voor die situatie heeft de Council of Bureaux de zogenaamde pro forma Guarantee Call in het leven geroepen. Het belang daarvan ligt er voornamelijk in dat de Council of Bureaux van de nalatigheid van een van zijn leden op de hoogte wordt gesteld. Op deze wijze kan de Council volgen of het stelsel adequaat functioneert.
k) herhaalbaarheid van uitkeringen onder een first-partyverzekering
In paragraaf 5.2.2.2 is de vraag besproken die is gerezen bij de invoering in een aantal Noord-Europese landen van stelsels van verkeersverzekering. In deze regimes - die ook wel worden aangeduid als first party/no fault-systemen - spreekt de benadeelde de 'eigen' verzekeraar aan. De inzittende van een motorrijtuig heeft een aanspraak op de verzekeraar van dat voertuig, ongeacht of de bestuurder van dat voertuig naar civiel recht aansprakelijk is. Deze aanspraak komt ook toe aan de bestuurder, in beginsel zelfs als deze zelf schuld heeft aan het ongeval. Bij meerzijdige ongevallen keert aldus de verzekeraar van elk van de betrokken voertuigen de schade uit aan de eigen inzittenden, met inbegrip van de bestuurders. Regres op de (verzekeraar van de) naar burgerlijk recht aansprakelijke partij wordt niet uitgeoefend. Met nuanceverschillen zijn stelsels van deze aard ingevoerd in Noorwegen, Zweden en Finland.
In beginsel kan ook de bestuurder van een bezoekend voertuig dat betrokken is bij een ongeval op het grondgebied van deze landen een beroep doen op de door deze wetgeving geboden bescherming. Het Bureau van het betrokken land treedt daarbij op als verzekeraar.
De Nederlandse bestuurder van een gewoonlijk in Nederland gestald motorrijtuig die in Zweden tegen een boom rijdt, heeft aanspraak op een uitkering naar Zweeds recht van zijn schade, hoewel zijn eigen polis voor dergelijke schade geen dekking biedt.
De vraag is of een dergelijke uitkering door het Bureau onder overeenkomsten tussen de Bureaus verhaald kan worden op de aansprakelijkheidsverzekeraar, respectievelijk het garanderend Bureau.
Na consultatie van de UNECE heeft de Council of Bureaux in 1976 besloten dat een dergelijk regres niet mogelijk is. Uitkeringen aan de bestuurder - voor zover deze zelf verantwoordelijk kan worden gehouden voor het ongeval - komen niet voor restitutie in aanmerking.
Deze beslissing heeft ertoe geleid dat in Noorwegen en Finland de uitkering aan de zelf aansprakelijke bestuurder aan de voorwaarde is onderworpen dat in de omgekeerde situatie van een ongeval in het land van herkomst van het betrokken voertuig een soortgelijk regime bestaat. Alleen als de schuldige Noorse of Finse bestuurder in dat land ook schadeloos gesteld zou worden, vindt uitkering aan de schuldige bezoekende bestuurder plaats. In dat geval zal de schade immers onder de polis gedekt zijn en is regres op de verzekeraar, respectievelijk het garanderend Bureau mogelijk.
De strenge beslissing uit 1976 kan wel steeds meer ter discussie worden gesteld. Het verschil tussen de verkeersverzekering en de strikte aansprakelijkheidsregimes in een aantal landen wordt steeds kleiner, hoewel het dogmatisch ongetwijfeld nog steeds bestaat. Denk aan het regime in Zwitserland waar een risicoaansprakelijkheid op de houder van het voertuig rust, hetgeen ertoe leidt dat de bestuurder van een voertuig die niet tevens houder is ook schadeloos wordt gesteld.14
I) Verhaal van schade 'buiten het verkeer'
In paragraaf 5.2.2.4 is besproken dat de Richtlijn betrekking heeft op de verzekering van de aansprakelijkheid waartoe het gebruik van het motorrijtuig in het verkeer aanleiding geeft. In een aantal landen wordt dat begrip opgerekt. Gewezen kan worden op landen als België en Frankrijk waar beslissend is voor de dekking onder de polis of het verzekerde voertuig 'betrokken' is bij een gebeurtenis. Ook kan worden gedacht aan de regeling van art. 3a Wam, dat de dekking uitbreidt tot situaties die met het gebruik van het voertuig in het verkeer niet (meer) in verband staan. De dekking dient immers te worden geboden vanaf het moment van inladen van de gevaarlijke stof tot het uitladen of lossen van de stof is voltooid. Daarbij geeft de Wam-polis ook dekking buiten de klassieke 'Wam-plichtige' terreinen. Ook kan een schade ontstaan terwijl het voertuig zich in een afgesloten garage bevindt, is gedekt.
De vraag luidt of dergelijke - niet door de Richtlijn voorgeschreven - dekkingen onder de regels van het groenekaartstelsel verhaald kunnen worden op de verzekeraar, respectievelijk het garanderend Bureau. De vraag is tot op heden niet expliciet aan de orde geweest.15
Ik zou menen dat doorslaggevend moet zijn de inhoud van de nationale wet. Al hetgeen onder die regeling - voor zover te karakteriseren als een third party-regime gedekt moet worden, dient verhaald te kunnen worden op de verzekeraar van het bezoekende aansprakelijke voertuig, respectievelijk het garanderend Bureau. De Council of Bureaux lijkt deze gedachtegang ook te volgen, gelet op de in paragraaf 5.2.2.4 beschreven discussie in de Council, die zich bij de totstandkoming van het CRTD-verdrag op het standpunt stelde dat hij zich niet wilde mengen in een discussie omtrent het regime en de omvang van de aansprakelijkheid. Dat zag de Council als een verantwoordelijkheid van de nationale wetgever.
Schaden, ook als zij zich buiten het verkeer voltrekken in de 'klassieke' betekenis van die term, zijn dus verhaalbaar op de verzekeraar, respectievelijk het garanderend Bureau indien zij op aansprakelijkheid zijn gebaseerd en als zij onder de toepasselijke nationale wet gedekt dienen te zijn.
m) Verhaal van andere schade dan personen- en zaakschade
In paragrafen 5.2.4.1 en 5.2.43 is aandacht besteed aan de inhoud van het schadebegrip. Volgens de Richtlijn is (alleen) de dekking van personen- en zaakschade verplicht. In een aantal landen is het door de nationale wetgeving onder de verplichte dekking vallende schadebegrip echter ruimer. Voor wat betreft Duitsland kan worden gewezen op de verplichte dekking onder de polis voor zuivere vermogensschade.16 Voor wat betreft Nederland geldt dat de dekking onder art. 3a Wam ruimer is dan alleen personen- en zaakschade. Naast schade aan personen dient ook andere schade (dan personenschade) buiten het voertuig aan boord waarvan de gevaarlijke stof zich bevindt te worden gedekt. Deze andere schade is niet beperkt tot zaakschade, maar omvat ook zuivere vermogensschade. Daarnaast dient de polis ook dekking te geven voor kosten van preventieve maatregelen en verlies of schade veroorzaakt door zulke maatregelen. Daaronder vallen ook maatregelen genomen bij ernstige en onmiddellijke dreiging van schade. Een aanmerkelijk ruimer schadebegrip derhalve dan uit de Richtlijn voortvloeit.
In het verlengde van hetgeen ik aanneem in het kader van schade buiten het verkeer meen ik dat de nationale wet ook hier de doorslag dient te geven. Schrijft de nationale 'Wam' de dekking voor andere dan zaak- en personenschade voor, dan zal het 'regelend' Bureau dat op grond van deze wet dergelijke schade heeft vergoed, een verhaalsrecht hebben op de verzekeraar, respectievelijk het garanderend Bureau.
n) Conflicterend belang van de lasthebber van het 'regelend' Bureau
Veel Bureaus behandelen, ook als de verzekeraar ontbreekt dan wel als de verzekeraar geen correspondent heeft aangesteld, het schadegeval niet zelf, maar belasten een andere partij met de schaderegeling. Deze lasthebber is vaak een van de leden van het 'regelend' Bureau, of een gespecialiseerd schaderegelingsbureau. Denkbaar is dat deze lasthebber een eigen financieel belang heeft bij het schadegeval, bijvoorbeeld omdat de benadeelde zijn eigen voertuig bij de verzekeraar die als lasthebber optreedt heeft verzekerd. Het Bureau is in een dergelijk geval verplicht de verzekeraar van de buitenlandse aansprakelijke dan wel het garanderend Bureau om toestemming te vragen om deze partij namens hem met de schaderegeling te belasten. Deze toestemming moet schriftelijk worden verleend om elke twijfel uit te sluiten.17 Geeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van de wederpartij, dan wel het garanderend Bureau deze schriftelijke toestemming niet, dan zal het 'regelend' Bureau een andere partij met de schaderegeling moeten belasten. Belast het toch de 'gewraakte' partij met de schaderegeling of vraagt het 'regelend' Bureau de toestemming niet, dan bepaalt art. 3 lid 6 van de Internal Regulations dat het garanderend Bureau slechts de helft van de anderszins verschuldigde bedragen behoeft te restitueren.18
Deze regeling staat op gespannen voet met de dwingendrechtelijke regeling van art. 7:417 BW dat in dergelijk gevallen van direct of indirect conflicterend belang de lasthebber recht op loon onthoudt en hem schadeplichtig maakt ten opzichte van de lastgever, als hij nalaat de lastgever van de belangentegenstelling op de hoogte te brengen. De schadeplichtigheid zou erin kunnen bestaan dat de aan de benadeelde uitgekeerde schadevergoeding niet behoeft te worden gerestitueerd.
Zie in dit verband ook paragraaf 4.5.73 waar dit vraagstuk is besproken in het kader van de positie van de benoemde correspondent met een direct of indirect eigen belang.