Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.7.6
3.7.6 Waarborgen van controle
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS394049:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Toelichting op het gewijzigd voorstel tot wijziging van de regels voor de plaats van levering van diensten, COM (2005), 334 def., blz. 15.
Toelichting op het gewijzigd voorstel tot wijziging van de regels voor de plaats van levering van diensten, COM (2005), 334 def., blz. 10 en 11.
Toelichting op het gewijzigd voorstel tot wijziging van de regels voor de plaats van levering van diensten, COM (2005), 334 def., blz. 13.
Ook het waarborgen van de controle, het ervoor zorgen dat de verschuldigde belastingopbrengst in de schatkist terecht komt waar deze thuis hoort, is vooral tot uitdrukking gekomen bij de vormgeving van de regels voor de plaats van dienst zoals die met ingang van 1 januari 2010 gelden. De Europese Commissie vreest daarbij voornamelijk dat dienstverrichters proberen de plaats van dienst te verleggen naar een land met een gunstig tarief of een vrijstelling of naar buiten de Unie. Zo heeft de Europese Commissie bijvoorbeeld overwogen om voor bemiddelingsdiensten aan niet-belastingplichtigen af te stappen van de uitzondering van heffing in het land waar de handeling waarbij wordt bemiddeld is belast. Heffing vindt dan plaats in het land waar degene die bemiddelt is gevestigd. Omdat bemiddelaars weinig uitrusting nodig hebben, vreest de Commissie dat bemiddelaars hun vestigingsplaats kunnen verleggen naar een land met een gunstig tarief of een land buiten de Unie.1 Voor vervoersdiensten (personenvervoer en ander dan intracommunautair goederenvervoer voor niet-belastingplichtigen) heeft men overwogen om heffing plaats te laten vinden in het land van vertrek. De Europese Commissie verwacht echter dat vervoerders dan hun reizen op een ander punt beginnen om belastingheffing te verminderen of te vermijden.2 In de regeling van art. 53 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) zijn ten opzichte van de tekst uit de oude regeling voor de plaats van dienst onderwijs- en wetenschappelijke activiteiten toegevoegd, omdat zij op afstand kunnen worden verricht. Toepassing van de hoofdregel voor niet-belastingplichtigen zou ertoe kunnen leiden dat aanbieders van deze diensten zich verplaatsen naar lidstaten met gunstigere tarieven of naar een land buiten de Unie.3 Hiermee stelt de Europese Commissie mijns inziens impliciet dat de plaats waar de activiteit materieel wordt verricht de plaats is waar de afnemer de onderwijsdienst in ontvangst neemt. Opgemerkt zij ten slotte dat de door de Europese Commissie gesignaleerde mogelijkheden om belasting te verminderen of te vermijden tevens in strijd zijn met het neutraliteitsbeginsel. Belastingheffing zou de plaats waar een ondernemer zich vestigt alsmede de plaats waar hij zijn vervoersdienst laat aanvangen niet mogen beïnvloeden.