Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.7.5
3.7.5 Rechtszekerheid
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS398833:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een uitgebreidere toelichting op deze uitzondering W.D. Kastelein en M.M.W.D. Merkx, Btw-pakket deel 2, Nieuwe hoofdregels en verleggingsregeling, Btw-bulletin 2008, nr. 9, blz. 5 en 6 en M.M.W.D. Merkx, Enkele beschouwingen over de toepassing van de nieuwe hoofdregel voor de plaats van dienst voor belastingplichtigen, TFO 2009, blz. 127 en 128.
Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag), blz. 7.
Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag), blz. 7.
Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag), blz. 7.
Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag), blz. 7.
Toelichting op het voorstel tot wijziging van de regels voor de plaats van levering van diensten, COM (2003), 822 def., blz. 7.
Toelichting op het voorstel tot wijziging van de regels voor de plaats van levering van diensten, COM (2003), 822 def., blz. 7 en 8 en toelichting op het gewijzigd voorstel tot wijziging van de regels voor de plaats van diensten, COM (2005), 334 def., blz. 11.
De rechtszekerheid komt vooral tot uitdrukking in de regels voor de plaats van dienst zoals die met ingang van 1 januari 2010 gelden. Zo zorgt art. 43 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) ervoor dat de dienstverrichter uit kan gaan van de regels voor de plaats van dienst voor belastingplichtigen als zijn afnemer over een btw-identificatienummer beschikt en niet hoeft te controleren of zijn dienst wordt gebruikt voor een activiteit van de afnemer waarvoor hij al dan niet belastingplichtig is. Wel moet de dienstverrichter nagaan of zijn diensten zijn bestemd voor het persoonlijk gebruik van de ondernemer/afnemer of zijn personeel. In dat geval is art. 44 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) namelijk niet van toepassing. Vermoedelijk wordt met deze bepaling een gelijke behandeling beoogd ongeacht of diensten voor persoonlijk gebruik worden ingekocht via de onderneming respectievelijk de onderneming van de werkgever dan wel als particulier.1 De Nederlandse wetgever merkt hierover het volgende op:
“Ondernemers die diensten verrichten aan andere ondernemers zullen zich ervan moeten vergewissen dat hun afnemer handelt als ondernemer. Daarbij dient de ondernemer bij afnemers binnen de EU te beschikken over het door dezen aan hem bekend gemaakte BTW-identificatienummer waaronder die ondernemer de dienst afneemt. Voorts dient de ondernemer die de dienst verricht in de zin van het redelijke voldoende te hebben gedaan om vast te stellen of zijn afnemer al dan niet een ondernemer is die valt onder de toepassing van artikel 6, eerste lid.2”
Wanneer een afnemende ondernemer beschikt over een btw-identificatie-nummer behoeft de ondernemer die de dienst verricht dit in beginsel niet steeds te controleren. Echter wanneer laatstbedoelde ondernemer gerede twijfel heeft of zou moeten hebben over de ondernemersstatus van zijn afnemer dient hij het opgegeven btw-identificatienummer wel te verifiëren.3
Wanneer een dienst verricht wordt voor een ondernemer uit een derde land of voor een kleine of vrijgestelde ondernemer uit een ander land aan wie ingevolge de nationale bepalingen van die lidstaat geen btw-identificatie-nummer is verstrekt, is art. 6, eerste lid, Wet OB 1968 van toepassing indien de ondernemer zich er voldoende van heeft verzekerd, bijvoorbeeld aan de hand van een verklaring van de belastingdienst van de lidstaat van de afnemer, dat zijn afnemer een ondernemer is.4
De nieuwe bepaling van art. 214, eerste lid, onderdeel d, btw-richtlijn verplicht de lidstaten overigens om een btw-identificatienummer toe te kennen aan ieder die diensten betrekt van ondernemers uit een andere lidstaat, ter zake waarvan die ondernemer als afnemer de belasting verschuldigd wordt. Ingeval een afnemende ondernemer uit een ander lidstaat aldaar nog niet over een btw-identificatienummer beschikt, dient de lidstaat van vestiging van die ondernemer hem daarvan uiterlijk 1 januari 2010 te hebben voorzien. In het geval de afnemende ondernemer op dat moment toch nog niet beschikt over een btw-identificatienummer dient de ondernemer die de dienst verricht zich anderszins van het ondernemerschap van zijn afnemer te vergewissen.5 Tevens moet de dienstverrichter met ingang van 1 januari 2010 vaststellen waar zijn afnemer is gevestigd.
Ook bij de uitzonderingen op de hoofdregels voor de plaats van dienst zoals die met ingang van 1 januari 2010 luiden, vinden we de rechtszekerheid terug. Zo wordt ten aanzien van art. 47 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) voor diensten met betrekking tot onroerende zaken gesteld dat de regeling vrij duidelijk is.6 Bij de regeling van art. 55 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) voor restaurant- en cateringdiensten wordt vermeld dat dienstverrichters door deze regeling niet hoeven na te gaan of zij met een belastingplichtige of niet-belastingplichtige afnemer te maken hebben.7 Indien deze diensten namelijk onder de hoofdregel vallen zouden diensten aan belastingplichtigen belast zijn in het land waar de belastingplichtige is gevestigd en diensten aan niet-belastingplichtigen waar de dienstverrichter zelf is gevestigd, vaak het land waar het restaurant of de catering zich bevindt.