Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/2.3.3.2:2.3.3.2 Oneigenlijke of indirecte doorbraak
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/2.3.3.2
2.3.3.2 Oneigenlijke of indirecte doorbraak
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS304839:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bartman, Dorresteijn en Olaerts 2016, p. 241 hanteren de benaming “indirecte doorbraak”.
Lennarts 1999, p. 185 e.v.
Vgl. De Groot 2011, p. 9.
Vgl. Houwen, Schoonbrood-Wessels en Schreurs 1993, p. 88; Engwerda, Feteris en Van Muijen 1998, p. 281 en Bartman, Dorresteijn en Olaerts 2016, p. 241-242.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder oneigenlijke of indirecte doorbraak1 (“doorbraak om de vennootschap heen”2) wordt verstaan de aanpak van niet-nakoming van contractuele verplichtingen door een rechtspersoon via aansprakelijkstelling op grond van art. 6:162 BW (onrechtmatige daad) van de persoon of personen (zoals de moedermaatschappij) “achter” de betreffende rechtspersoon.3 De grondslag van aansprakelijkheid is gelegen in een eigen onrechtmatige daad van de persoon of personen achter de betreffende rechtspersoon. Er wordt in dit geval derhalve géén uitzondering gemaakt op de hoofdregel dat een aandeelhouder niet persoonlijk aansprakelijk is voor schulden van de vennootschap waarvan hij aandeelhouder is (art. 2:64/175 lid 1 BW). Art. 6:162 BW levert dan ook geen echte doorbraak van aansprakelijkheid op. Vandaar de term “oneigenlijke” of“indirecte” doorbraak.4 De persoon “achter” de rechtspersoon wordt bij de oneigenlijke doorbraak niet beschouwd als contractspartij. Dat is wel het geval bij de (eigenlijke) doorbraak.