Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.2.1.1
7.2.1.1 Rechtspersonen
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS399132:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl: Kempen, M.L.M. van (1999a), 'Rechtspersoonlijkheid en belastingplicht van vennootschappen', Deventer: Tjeenk Willink, blz. 31.
Evenmin is een omschrijving van het begrip 'rechtspersoonlijkheid' gegeven.
Schilfgaarde, P. van (1974a), 'De vennootschap volgens het ontwerp B.W.', Preadvies uitgebracht voor de Vereeniging 'Handelsrecht', Zwolle: Tjeenk Willink, blz. 17.
Vgl: Zeben, C.J. van, Parlementaire Geschiedenis Boek 2 blz. 14, P. van Schilfgaarde (1979), 'Rechtspersonen: Algemeen deel', Deventer: Kluwer, blz. 1 en 7 en Kamerstukken II, 2002-2003, 28 476, B, blz. 3.
Voorbeelden hiervan zijn het EESV, de SE en onder het nieuwe personenvennootschapsrecht de openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid.
Schilfgaarde, P. van (1979), supra noot 11, blz. 1.
Kamerstukken II, 1984-1985, 17 725, nr. 7, blz. 13: 'Of er behalve de categorieën genoemd in de artikelen 1-3 van Boek 2 BW nog andere soorten rechtspersonen bestaan is betwist. Bij de overgangswet is in elk geval het overgrote deel van de destijds bestaande 'losse' rechtsvormen ondergebracht bij verenigingen of stichtingen overeenkomstig de regels van boek 2, en nieuwe soorten rechtspersonen zullen buiten de wettelijke regels om niet meer kunnen worden opgericht'.
Kamerstukken II, 1962-1963, 6 000, nr. 9, blz. 8.
Hof 's Gravenhage 14 juli 1981, BNB 1982/264.
De wetgever sluit voor indeling in de categorie vennootschapsbelastingplichtigen in de eerste plaats aan bij de privaatrechtelijke wetgeving. Indien een vennootschap in die laatste wetgeving wordt gekwalificeerd als rechtspersoon, is de vennootschap als 'lichaam' zelfstandig belastingplichtig.1 Een definitie van het begrip 'rechtspersoon' is echter net als het begrip 'lichaam' niet in de wetgeving te vinden.2 Evenmin vindt men een opsomming van elementen waaraan in elk geval moet zijn voldaan wil men van rechtspersoon in de zin van Boek 2 BW spreken. Ten slotte zijn ook de rechtsgevolgen van het rechtspersoon-zijn niet anders dan summier geregeld.3 Kern van de in Boek 2 BW verankerde gedachtegang is dat de wetenschappelijke vraag wat een rechtspersoon is moet worden onderscheiden van de positiefrechtelijke vraag welke lichamen als rechtspersoon hebben te gelden4 Derhalve is de voorkeur gegeven om in de artikelen 1 t/m 3 van Boek 2 BW een opsomming van de vennootschappen te geven die als rechtspersoon hebben te gelden. De publiekrechtelijke rechtspersonen en de kerkgenootschappen en hun zelfstandige onderdelen zijn opgenomen in respectievelijk artikel 2:1 en artikel 2:2 BW. De privaatrechtelijke rechtspersonen staan in artikel 2:3 BW. Dit zijn verenigingen, cooperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en stichtingen. De bepaling is limitatief in de zin dat het niet ter vrije bepaling van (rechts)personen is om eigensoortige organisaties met rechtspersoonlijkheid in het leven te roepen. Andere lichamen hebben alleen rechtspersoonlijkheid wanneer deze buiten Boek 2 om door de wetgever wordt toegekend,5 dan wel uit de voor hen geldende regeling rechtspersoonlijkheid kan worden geconcludeerd.6 Dit wordt ook wel aangeduid met het gesloten stelsel van rechtspersonen.7
Stichtingen en verenigingen, die zoals gezegd rechtspersonen zijn, vallen echter slechts onder de vennootschapsbelasting indien en voorzover zij een onderneming drijven of geacht worden een onderneming te drijven.8 Uitzondering op de subjectieve belastingplicht van rechtspersonen zijn verder het EESV en straks de OVR en de CVR. Deze vennootschappen classificeren ondanks het bezit van rechtspersoonlijkheid fiscaal als transparant. Buitenlandse rechtspersoonlijkheid bezittende entiteiten, die hun zetel in Nederland hebben, kunnen uit hoofde van artikel 2 lid 1 sub e Wet Vpb 1969 ook onder de vennootschapsbelasting vallen.9 Indien zij een in aandelen verdeeld kapitaal hebben dan vallen de entiteiten onder artikel 2 lid 1 sub a Wet Vpb 1969 ("... andere vennootschappen met een in aandelen verdeeld kapitaal"). Voor de vraag of de entiteiten als rechtspersonen worden aangemerkt, moet worden gekeken naar het buitenlandse recht. Een materiële beoordeling van de buitenlandse regels dient derhalve plaats te vinden. Hoe de entiteit in het land van oprichting fiscaal geclassificeerd wordt, heeft geen betekenis voor de Nederlandse classificatie.10