Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/1.2:1.2 Probleemstelling
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/1.2
1.2 Probleemstelling
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264398:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
§2.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderzoek staat de beantwoording van de vraag centraal hoe het recht van pandgebruik en de toepassing daarvan zich hebben ontwikkeld in de loop van de tijd vanaf het Romeinse recht tot en met het huidige Nederlandse burgerlijk recht. In elk hoofdstuk keren dezelfde deelvragen terug. Was een recht van pandgebruik mogelijk? Welke functies had het recht van pandgebruik? Volgens de bestaande literatuur konden dit er twee zijn: de aflossingsfunctie en de rentefunctie.1 Bij de aflossingsfunctie kwam de waarde van de vruchten in mindering op de gesecureerde vordering (rente en hoofdsom). Bij de rentefunctie kwamen de vruchten in plaats van een rentevergoeding. De schuldenaar hoefde dan geen rente over de gesecureerde vordering te betalen. Hielden deze functies stand door de tijd heen? Hoe kwam een recht van pandgebruik tot stand? Had een recht van pandgebruik goederenrechtelijke werking? Op welke objecten kon een recht van pandgebruik rusten? Welke rechten en verplichtingen vloeiden voort uit het recht van pandgebruik? Het antwoord op deze deelvragen brengt in kaart in welke behoeften het recht van pandgebruik kon voorzien. Dit leidt tot een antwoord op de vraag of het recht van pandgebruik (of hypothecair beheer) in een behoefte kan voorzien van de moderne Nederlandse financieringspraktijk. Het onderzoek bevat tevens een analyse van de verenigbaarheid van deze toepassingen met het systeem van het positieve Nederlandse recht.